Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

016

 


Zie ook het fotoalbum


Escher, ir. R.Th.W., De Lange, Ph. G. de en Lapré, S.A., RMWO KNIL. "Oorlog en Vrede". De humanitaire/militaire missie in Nederlands Oost-Indië 1945-1950. Samengesteld door de Indië-veteranen Escher, De Lange en Lapré. Comité Orde en Vrede. Drukkerij Nauta BV, Zutphen. 1997. Met een voorwoord van H.T. Spoor-Dijkema.  


Inleiding

Een lesje in geschiedenis

De politiek heeft het zo gewild.....zinloze moordpartijen door de vijand

Onze Jan in Indië

De karaktermoord op de Indië-veteranen

Tot slot


Inleiding

In het voorwoord beschrijft mevrouw H.T. Spoor-Dijkema, weduwe van generaal S. Spoor, legercommandant in het voormalig Nederlands-Indië, hoe het leger onder zeer moeilijke omstandigheden haar werk moest doen en ervoor gezorgd heeft dat in de chaotische jaren na de capitulatie van Japan niet nog eens duizenden Indonesiërs en Europeanen vermoord werden. 042

Dijkema weet het feit dat de troepen van de Koninklijke Luchtmacht, het KNIL en het Korps Mariniers uiteindelijk tot een politiek verslagen leger gingen behoren aan de Nederlandse politiek en een gebrek aan kennis van de mentaliteit van een Oosters volk. Het deed haar pijn dat er in Nederland zo weinig waardering en begrip was voor hetgeen het Nederlandse leger en het KNIL in Indonesië hadden gepresteerd en dat de manschappen door de Nederlandse politiek in de steek waren gelaten. 

De auteurs zelf benadrukken in de "Ten geleide" dat zij in hun werk met name de schijnwerpers zullen richten op het zogenaamde "voetvolk". Daartoe behoorden de manschappen die er "buiten" het beste van dienden te maken en vaak tot vier jaar achtereen onder vreselijke omstandigheden hun werk deden. Hiermee sloten Escher, De Lange en Lapré de ondersteunende diensten, hoewel zij die alle waardering geven, enigszins uit, omdat hun taken, de schrijvers inziens, minder zwaar waren. 028

De aanleiding tot het schrijven van het boek was de verschijning van de film Tabé Toean, die veel veteranen als uiterst grievend ervoeren. Indertijd (jaren negentig) werd in een andere "documentaire", naar de makers met suggestief gebruik van beelden meenden te moeten bewijzen, zogenaamd aangetoond dat de Nederlandse soldaat op misdadige wijze had opgetreden. Naar aanleiding van deze film "suggereerden leunstoelexperts dat H.M. Koningin Beatrix tijdens haar staatsbezoek aan Indonesië in januari 1995 haar excuses namens het Nederlandse volk moest aanbieden". 

Om deze ongenuanceerde en schuldzoekende geluiden een tegenwicht te bieden besloten  Escher, De Lange en Lapré de Indië-veteraan in een boek te projecteren tegen een achtergrond van historische feiten en gegevens, zodat de lezer zelf een beeld kon vormen van het leven van de militair van toen. 

Een lesje in geschiedenis

De auteurs geven in de eerste hoofdstukken van het boek, respectievelijk getiteld "Het Koninkrijk der Nederlanden", "Nederlands-Indië, een smeulend vuur" en "Indië gevangen in de Japanse tentakels" een historische context van de latere strijd.  020

In hoofdstuk vier wordt de Bersiap, "de gesel van de Bersiap, terreur in de meest afschrikwekkende vorm", behandeld. Met name deze Bersiap, de moordpartijen op grote schaal op onschuldige burgers, werd gemakshalve vaak weggelaten uit  hedendaagse betogen die dienden om de Indië-veteraan zo slecht mogelijk af te schilderen. 

En toch, juist door het met opzet "vergeten" van de naar ruwe schatting vijftigduizend tot meer dan honderdduizend doden der Bersiap, en het negeren van de meer dan driehonderd jaar lange historie, etaleerden moderne critici van de Indië-veteranen vaak schaamteloos hun partijdigheid. 030

De auteurs vervolgen hun werk met een hoofdstuk over de vorming van het "leger voor Oorlog en Vrede" (hoofdstuk 5), waarin met name aandacht wordt besteed aan de manschappen die toetraden. Daarnaast worden de KNIL-militairen en jonge jongens uit interneringskampen geportretteerd die, met alle ellende van de Jappenkampen nog in de ziel, het voortouw namen hun landgenoten te beschermen tegen de dreigende folteringen van de Bersiap. Aan het einde van het stuk schrijven de auteurs bij wijze van hartenkreet:

"Daarnaast hebben politici jarenlang toegestaan dat het blazoen van het leger in Indië als geheel en van een aantal veteranen in het bijzonder herhaaldelijk werd besmeurd. Zelfs veertig jaren later waren er nog politici die het waagden de dienstweigeraars, de verraders, de deserteurs, de figuren die hun maten hadden verlinkt, ten voorbeeld te stellen, hoe volgens hen toen eigenlijk gehandeld had moeten worden. Dat deed en doet nog pijn!" (bladzijde 53).  

De politiek heeft het zo gewild.....zinloze moordpartijen door de vijand

In hoofdstuk 6 en 7 (respectievelijk "Nederland buitenspel" en "Vechten en praten") worden de nationale en internationale politieke strubbelingen, die rondom het herstel van het Nederlandse gezag in Nederlands-Indië speelden,  besproken.Vermoorde mensen op Java2 Daarnaast is er aandacht voor de rol van Nederlandse hoofdrolspelers als generaal van Oyen, generaal Spoor, kolonel Buurman van Vreeden, admiraal Helfrich en admiraal Pinke en de relatie tussen de Nederlandse en Britse troepen.

In tegenstelling tot de Republikeinse tegenstanders hielden de Nederlandse manschappen zich wel aan de bepalingen van de Conventie van Genève, wat betekende dat gewonde tegenstanders een even goede medische verzorging kregen als de eigen soldaten. De vijand, die deze Conventie niet getekend had, beantwoordde deze menslievende geste met het verkrachten en vermoorden van zijn gewonde tegenstander, waarna borsten en geslachtsdelen werden afgesneden en men de lijken zonder pardon in een put of als voer voor de varkens wierp. 

In het boek worden talloze voorbeelden van bovengenoemd handelen genoemd, waaronder de zinloze moord op zevenhonderd Chinezen in mei 1946 (bladzijde 71). Dit verschil in actie tussen Nederlanders en de Republikeinse tegenstander zag men, zo betogen de auteurs, nooit terug daar waar de Indië-veteranen moreel beklad werden. 

Onze Jan in Indië

In hoofdstuk 8 en 9, "Het leeuwendeel van het leger" en "Praten en vechten", schetsen de auteurs het dagelijks leven van Onze Jan in Indië vanaf het moment van in diensttreding tot de patrouilles en de legering op een afgelegen post omringd door de vijand. 045Daarbij speelde met name het gebrek aan materieel parten, wat nadelig op de slagkracht inwerkte. Niemand met enig gevoel zal onverschillig blijven bij het lezen van de zin:

"Het verliezen van een maat is voor iedere militair al een erg moeilijke aangelegenheid; het is net of iets van jezelf wordt weggerukt.  Indien dit ook nog gebeurt onder omstandigheden dat de vijand vrijelijk een guerilla-tactiek mag voeren, dan verscheurt een gevoel van opperste machteloosheid je binnenste, het kookt van binnen en staat alles in brand, waarvoor je een uitweg moet zoeken.

Je moet en zal je maat wreken! Hoe dan ook, verdomme! Normaal denken is er niet meer bij, je moet wat doen! Later, veel later, kom je tot de conclusie dat je toen iets hebt gedaan, wat je niet gedaan zou hebben indien je op dat moment in een luie stoel voor de televisie had gezeten...." (bladzijde 87).

De karaktermoord op de Indië-veteranen

In hoofdstuk 10 en 11 ("De eerste Politionele Actie" en "Het land werd zo groot!") worden de betreffende strijdhandelingen, met aandacht voor de achterliggende politiek, de werkzaamheden en het gevoel van de soldaat in het veld, besproken.  In hoofdstuk 12, "Oorlogsmisdaden! Patrouille in de regenExcessen....dingen die gebeurden, die...", verwijst de titel naar uitlatingen in de pers en de karaktermoord op Indië-veteranen.

De auteurs schrijven dat de grote en donkere schaduwen, waarin de Indië-veteranen tientallen jaren door een dubieuze voorlichting hadden moeten staan, nog niet weggetrokken waren en dat de veteraan zich slachtoffer voelde van een voorlichting waarin hij als misdadiger en het leger, waar hij onderdeel van uitmaakte, als misdadigersbende werd neergezet (bladzijde 121). 

De schrijvers proberen de achtergrond hiervan bloot te leggen en denken die deels te vinden in psychologische factoren. Een daarvan is dat een mens graag (moreel) goed gevonden wil worden en dit tracht te bereiken door de ander als slecht af te schilderen. Graven van gevallen Nederlandse jongens

Bij de karaktermoord op de Indië-veteranen speelden echter ook politieke en economische motieven (subsidie, een betrekking of kijkcijfers) een rol. De auteurs beschrijven de diverse pogingen tot karaktermoord aan de hand van voorbeelden, zoals de kritiek op het optreden van Raymond Westerling met zijn Depot Speciale Troepen op Celebes. 

Dat Indonesië, en dan met name de Republikeinen, soms verkeerde informatie ten gelde bracht is begrijpelijk maar dat deze gegevens als waarheid en zonder enige kritisiche kanttekening werden overgenomen om Indië-veteranen moreel te tuchtigen is voor de auteurs, zelf Indië-veteranen, nauwelijks te bevatten. Ook niet daar in een oorlog "goed" en "fout" zeer moeilijk toe te wijzen zijn, zeker niet decennia later vanuit de luie leunstoel. 

In de laatste hoofdstukken passeren de diverse politieke- en strijdhandelingen voor de souvereiniteitsoverdracht de revue. Het boek besluit met de terugkeer van de Nederlandse soldaat naar huis. 

Tot slot

Het is tegenwoordig opnieuw usance de Indië-veteranen, hoewel nauwelijks meer in het land der levenden, opnieuw moreel te tuchtigen. Het besproken werk dateert uit 1997 maar veel is er ten gunste van de Indië-veteranen helaas niet veranderd. Dit werk is echter zeer de moeite waard, goed, vlot en met zeer veel gevoel, soms oplaaiende woede, geschreven. 

Die woede is zeer terecht. De vraag is alleen of, waar geldelijk of persoonlijk gewin in het geding is, de eer der Indië-veteranen ooit hersteld zal worden. Laten we bidden dat er een hogere macht is die zich over deze kwestie ten gunste van de Indië-veteranen zal buigen. Amen. 


 

f t

Login