Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

10917317 1592829024281065 6494319180793783233 n


2015. G.F. van der Lee. "Onze Jan in Indië". Uitgave: januari 2015. Wij schreven deze recensie aan de hand van een ons ter hand gestelde eerdere versie, waaraan nog redactionele aanpassingen zullen worden verricht,  om u alvast een beeld te kunnen geven. U kunt het boek hier bestellen

Het voorwoord in het werk werd geschreven door Inspecteur-generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Bart Hoitink. De redactie was in handen van Laurens van Aggelen, die eerder een boekje schreef over luitenant-generaal Ted Meines.


Het thuisfront kon het niet volgen, niet begrijpen en niet aanvoelen. Voor hen was hij "Onze Jan in Indië".

Inleiding

In het voorwoord schrijft Van der Lee dat hij het verhaal van "Onze Jan in Indië" heeft opgetekend opdat ook latere generaties zich een beeld kunnen vormen van de strijd die onze jongens in de periode 1945-1950 in Nederlands-Indië voerden. Van der Lee zelf nam, in de rang van tweede luitenant Regiment Huzaren van Boreel, in de535922 555158637919133 7647340221968599894 n periode van 25 december 1948 tot en met 15 juni 1950, deel aan de krijgsverrichtingen in de voormalige Nederlandse kolonie.

Van der Lee geeft in een der eerste hoofdstukken een beeld van de (maatschappelijke) achtergrond van de dienstplichtige, diens groeiend  sociaal bewustzijn in het licht van politieke (machts) verschuivingen en de nationale trots op het bezit van de Gordel van de Smaragd. Ook de invloeden van de gebeurtenissen die leidden tot de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding komen aan de orde. 

Dan komt aan het begin van de zomer van 1945 de oproep om de geallieerden te komen helpen met het verslaan van de Japanners, later omgezet in de taak orde en rust te herstellen in Nederlands-Oost-Indië. Aldus worden de achtergronden van de bittere strijd, die weldra los zou barsten, belicht vanuit de tijd waarin de gebeurtenissen zich afspeelden.

De strijd in Nederlands-Indië

In de hierop volgende hoofdstukken van "Onze Jan in Indië" kan de lezer kennis nemen van de overtocht der militairen per troepentransportschepen als "Tabinta", "Zuiderkruis" en "Waterman"10410744 554798261288504 8933864151496611989 n. Nadien zou er, soms gedurende enige jaren, geen ander contact met het thuisfront dan per (onregelmatige) post mogelijk zijn. Van der Lee vervolgt zijn werk met een weergave van het leven aan boord (met als hoogtepunt het ontvangen van het Neptunusdiploma) en de ontscheping in Malakka en later Tandjong Priok.

Hij schetst hierna de taferelen in Nederlands-Indië tijdens de bezetting van Japan, zoals de Jappenkampen, de opkomst van het nationalisme en de moordpartijen tijdens de Bersiapperiode. De tekening van de politieke situatie en een weergave van de komst van de eerste Nederlandse troepen in maart 1946 worden treffend verbeeld. 

Vanuit het gezichtspunt van "Jan", symbool voor "de Nederlandse soldaat", wordt de belevingswereld van de dienstplichtige in Nederlands-Indië voor de lezer aanschouwelijk gemaakt. We volgen hem wanneer de eerste doden en gewonden tijdens de soms hevige strijd vallen en tijdens zijn innerlijke worsteling met wat er met hemzelf en om hem heen gebeurt.

Politionele Acties

Van der Lee geeft allereerst een beeld van de politieke en militaire achtergronden en omstandigheden tijdens de twee Politionele Acties (juli 1947 en december 1948). En dan reizen we samen met "onze Jan" verder.  De lezer voelt de emoties van "onze Jan": bij het vuil, de drek, het bloed en de dood. Zijn gevoelen bij het zien vallen van kameraden, tijdens het lezen van de brief die begint mWaarheen gaat de actie2et "Beste Jan" en die het einde van zijn relatie met zijn geliefde in Nederland aankondigt en al zijn hoop vernietigt.

We volgen Jan tijdens de vele patrouilles. Naarmate de politieke situatie wijzigt explodeert het geweld in martel- en moordpartijen van de kant van de Indonesische eenheden/extremisten. Duizenden mensen worden hiervan het slachtoffer, met name Indische Nederlanders, Ambonezen en Menadonezen. Vooral de militaire dilemma's inzake de beruchte demarcatielijn geven aanleiding tot veel problemen en kosten een groot aantal manschappen het leven. Steeds vaker vindt men gruwelijk verminkte lijken van Nederlandse militairen.

Van der Lee beschrijft de samenstelling van het republikeinse leger, de TNI, en de start en politieke omstandigheden van de Tweede Politionele Actie. Het gevoelen van de meeste soldaten is dan al: "Wij willen naar huis!"

Barre omstandigheden der werkzaamheden

Onder barre omstandigheden moet onze "Jan" de moed en motivatie opbrengen door te strijden. Steeds vaker staat hij aan de rand van een kuil: "nu staat hij daar bij dat gat waarin De vier militairen die omkwamen worden begravenzijn beste maat. Stil, de handen gevouwen, wil Jan alleen nog maar huilen. Zijn vriend, in het graf, zou nooit meer terugkomen in Nederland". Dan volgt de eis (28 januari 1949) van de Verenigde Naties dat de Indonesische regering, gevangen gezet, moet worden vrijgelaten en terugkeren naar Djokjakarta.

Het geweld tegen de Nederlandse troepen neemt steeds toe. En "Jan"? Hij begrijpt er gewis niets meer van: de militaire acties zijn een succes geweest en toch moeten hij en zijn maten zich terugtrekken? Van der Lee geeft een beeld van de wegsweepacties (controleren en vrijmaken van de weg van hinderlagen en trekbommen), het herstel der opgeblazen bruggen en de andere routinebezigheden waarmee men zich bezig houdt. Dit is een guerilla-oorlog waarop "Jan" niet is voorbereid.

De innerlijke strijd van "onze Jan"

Het hoofdstuk waarin Van der Lee weergeeft wat er zich in de geest van "onze Jan" afspeelt is bepaald schokkend maar kan ook verhelderend zijn voor hen, die "onActie tijdens een patrouilleze Jan" als oorlogsmisdadiger zien". Jan, een onbekende in Indië, in een vreemde cultuur met een andere taal en strijdend tegen een vijand met wie hij niet vertrouwd en die onzichtbaar is.  Met zwaar werk in een tropisch klimaat, 24 uur per dag en zeven dagen per week in actie.

"Jan" wordt bang, vreest de pijn, verminking en een zekere dood. De rol van zijn maten maar ook die van de commandant worden, ook in moreel opzicht, voor hem steeds belangrijker. Zeker als het moment aanbreekt  dat een drietonner de lucht invliegt door een enorme bom en hij de stukjes van de zes manschappen, die bij dit voorval om het leven zijn gekomen, bijeen moet rapen.

Vanaf mei 1949 ontstaan er gebieden waar men zich met een lichte eenheid niet meer kan vertonen.  Groepjes van 30 tot 40 Nederlandse militairen moeten zich in een gebied waar 2.000 personen van de TNI actief zijn, staande zien te houden.

Gooi het onze "Jan" maar in zijn pet

Door gebrekkige communicatie met de hogere officieren, het onbegrijpelijke van de politiek met alle besprekingen, akkoorden en weer andere afspraken, het zonGerard van der Leeder slag of stoot moeten teruggeven van veroverd gebied en vrijlaten van guerillastrijders krijgt Jan het gevoel dat hij zijn leven waagt voor "het kapitaal" en vermindert zijn oude elan en vuur. Hij wil naar huis.  

Intussen worden, ondanks de besprekingen over een "cease fire", de gevechten intensiever, neemt de strijd om de verbindingswegen toe en vinden er steeds meer "incidenten" tijdens bloedige hinderlagen plaats. Als de wapenstand uiteindelijk in augustus 1949 effectief zijn beslag krijgt beginnen de troepen de tijdens de tweede Politionele Actie bezette gebieden te verlaten en zich te hergroeperen, gevolgd door tienduizenden Chinezen, Indische mensen en anderen die hun leven niet meer zeker zijn.

De lange reis terug

Van der Lee bespreekt in de laatste hoofdstukken van "Onze Jan in Indië" politieke verwikkelingen (waaronder de souvereiniteitsoverdracht), de "incidenten" die daarop plaatsvinden en de terugkeer van onze jongens naar Nederland. Zeer bitter (en terecht) is zijn toon als hij beschrijft hoe in latere tijd mensen die nooit een voet buiten de studeerkamer hebben gezet zich het recht aanmatigen hem, maar ook zijn gevallen makkers, die zich niet meer verdedigen kunnen, voor oorlogsmisdadigers uit te maken.

In het allerlaatste hoofdstuk geeft Van der Lee, onder de titel "de laatste hinderlaag", een beeld van hoe hard deze beschuldigiMeines en gerardngen ingrijpen in zijn leven en toont hij een roerende passage, geschreven ter herinnering aan zijn overleden makkers, waaronder zijn zwager. Een lijst van afkortingen completeert het boek.

Conclusie

"Onze Jan in Indië" is zeer leesbaar geschreven en geïllustreerd met fraaie schetsen en foto's van de schrijver. Het werk is een must voor hen die zich een eigen beeld willen vormen van leven en werken van onze jongens in de Oost.

Het boek is als het ware verplichte kost voor die onafhankelijke geesten die zich niet laten leiden door oordelen geveld door dilettanten op het gebied van de moraliteit in een tijd dat de lange en bittere strijd reeds lang achter een ieder ligt. 


Zie ook / meer informatie


 [ Terug ]

f t

Login