Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 Van Ede in Eritrea - kopie

 


U kunt het fotoalbum hier vinden. (copyright: Ton van Ede). De door Van Ede geschreven hoofdstukken in het Herinneringsboek van de UNMEE zijn hier te vinden (copyright Ton van Ede). Een interview met Van Ede over zijn "zeven deugden en zonden" kunt u hier vinden. 


Inleiding

Opleiding bij de Mariniers

Leren in de praktijk

Plaatsing bij het United States Marine Corps

Met het USMC naar Irak

Een nuttige les

In Cambodja met de Mariniers

De "wisseltrofee"

Geleerde lessen

UNMEE: Ethiopië en Eritrea

Taken van UNMEE

Resultaten van de missie

Een nieuwe realiteit vanaf 11 september 2011

Hoofd Operaties van het Defensie Crisisbeheersingscentrum

Uit de comfort zone

Tot slot

Meer informatie


Inleiding

Van Ede werd op 9 februari 1958 te Ede geboren en volgde van 1970 tot 1976 het Voorbereidend Wetenschappelijk onderwijs op het Christelijk Lyceum in Veenendaal. Zijn vader was makelaar. Tijdens zijn middelbare schooltijd leek voor hem de toekomst duidelijk. Het pad zou via een studie economie in Groningen leiden naar het bedrijf van zijn vader.

Een klasgenoot dirigeerde hem echter naar een heel andere bestemming. Van Ede ging in de paasvakantie van 1976 mee naar de keuring voor de Mariniers omdat hij toch niets beters te doen had. Hij wilde zien hoe hij medisch in elkaar stak. In tegenstelling tot zijn klasgenoot, die zich al snel met jas en tas bij de portier kon melden, kwam Van Ede door alle keuringen heen.

Een dag later ontving hij thuis een telegram namens de Minister dat hij kon rekenen op een aanstelling tot adelborst der Mariniers. Hij besloot op dit aanbod in te gaan, althans tijdelijk. Zo kon hij op een leerzame manier zijn dienstplicht vervullen en daarna alsnog economie gaan studeren.

Opleiding bij de Mariniers

Na een introductieperiode van zes weken  bij het Koninklijk Instituut voor de Marine gingen de Mariniers naar Doorn, waar de 10 maanden durende Praktische Opleiding tot Officier der Mariniers (POTOM) wachtte. Dit was een fysiek en mentaal pittige training die veel overeenkomsteCommandon vertoonde met de commando-opleiding, aangevuld met leiderschapselementen. De ontberingen, leermomenten, kameraadschap en voldoening van deze opleiding waren zodanig dat Van Ede besloot daadwerkelijk beroepsofficier der Mariniers te willen worden.  

De vervolgopleiding bij het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) duurde twee jaar, waarna Van Ede op 1 juni 1979 werd benoemd tot tweede luitenant.  In de zomervakantie trad hij in het huwelijk maar voor een huwelijksreis was geen tijd en overigens ook geen geld. Direct daarna volgde het 4e jaar van de opleiding, dat wederom praktisch van aard was. Van Ede volgde eerst de commando-opleiding bij de Royal Marines en de para-opleiding bij de Royal Air Force. Na de Kerst deed hij de zes weken durende Allied Officers Winter Warfare Course in Noorwegen en aansluitend een stage bij het Mariniersbataljon op wintertraining. Na deze praktische "morale boosters" moest op het KIM de wetenschappelijke opleiding worden afgerond. Van Ede studeerde in 1981 af met een scriptie over "Energiebeleid bij Defensie".

Leren in de praktijk

In de rang van eerste luitenant werd Van Ede benoemd tot commandant van de bootgroep op Texel. Deze eenheid beschikte over zowel snelle aanvalsboten als landingsvaartuigen en het personeel om die in te zetten. Van Ede was er de enige officier. De focus lag op het versterken van de tactische inzetbaarheid van de eenheid, ook op het land in de omgeving van het strand. Van Ede leerde er luisteren naar zijn onderAdjudantofficieren en specialisten. Hij leerde op deze plaats vooruit denken en plannen, om de eenheid en ondergeschikten tijdig in staat te stellen hun rol te nemen.

Van de student die vooral voor zichzelf zorgde werd hij dienend leider. Indien men namelijk de verantwoordelijkheid krijgt, moet men vooral leiding geven en niet meer dan nodig de leiding nemen. Ook de intensieve samenwerking met de Royal Marines droeg bij aan de goede leerschool die deze periode voor Van Ede vormde.

Na vier jaar amfibische training werd hij in 1985 overgeplaatst naar Rotterdam, waar hij fungeerde als mentor bij de opleiding voor onderofficieren. Hij bleef hier werkzaam tot 1987, toen hij werd benoemd tot adjudant van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, indertijd Dr. René Römer.  Dit was voor hem een boeiende periode, dicht bij de vertegenwoordiger van de Kroon, in een dynamische Caribische omgeving.

Plaatsing bij het United States Marine Corps

Deze relatief rustige tijd duurde tot juli 1989, toen Van Ede, in het kader van een uitwisseling, werd geplaatst bij het United States Marine Corps.  De 4th Marine Expeditionary Brigade (4th MEB),  waar hij ging werken, beschikte over 17.000 mariniers en eigen gevechtsvliegtuigen, helikopters, luchtverdediging, artillerie, tanks, genie en andere ondersteuning.

Voor het amfibisch optreden waren grote helikoptercarriers beschikbaar. Dat alles bood een "eenvoudige" marinier uit Nederland een steep learning curve. In november 1989 liep Van Ede met zijn collega’s mee in de Marine Corps Marathon in Washington. Het gevoel dat hij als enige ambassadeur van zijn land en Korps wat moest laten zien aan die Amerikanen gaf hem daarbij extra kracht.

Met het USMC naar Irak

Op 2 augustus 1990 vond de inval van Irak in Koeweit plaats. De Verenigde Staten brachten vanaf 8 augustus, op verzoek van bedreigde Arabische landen, troepen naar het gebied (Operatie Desert Shield). Van Ede ging mee met 4th MEB. Hij was twee weken onderweg op het Amerikaanse schipVan Ede op de USS GU Am onderweg naar Irak in augustus 1990 - kopie USS Guam toen het bericht kwam dat hij eraf moest en zou worden teruggevlogen naar de VS. Ook de latere brigade-generaal Dick Swijgman, die zich als uitwisselingsofficier op een ander schip bevond, diende terug te keren. 

Het Nederlandse parlement bleek niet akkoord te gaan met inzet van de Nederlanders. Britse uitwisselingsofficieren op dezelfde schepen bleven wel aan boord. Dit was voor Van Ede een bittere ervaring op dat moment en een les in de realiteit van politiek en militaire inzet. Na terugkeer in de VS bleek dat er nog wel een nuttige rol vervuld kon worden.

De Amerikaanse mariniers moesten namelijk het concept van de Norway Air-Landed Marine Expeditionary Brigade (NALMEB) nog testen. Van Ede werd ingezet om een brigade van reservisten (2nd MEB) klaar te stomen voor deze bijzondere winteroefening in Noorwegen (winter 1991). In het voorjaar kwam zijn eigen 4th MEB terug. Deze eenheid was acht maanden een belangrijke factor geweest voor de kust van Irak, maar van een daadwerkelijke landing was het niet gekomen. Het riep bij Van Ede achteraf twijfels op of de gedwongen terugkeer vanaf USS Guam naar de VS dan misschien toch ook voordelen had. Voor zijn verrichtingen voor 2nd MEB kreeg Van Ede de Navy Commendation Medal toegekend.

Een nuttige les

In deze periode voerde zijn vader de druk verder op om zijn bedrijf over te nemen. Van Ede besefte dat hij als Marinier al heel veel mooie dingen had gedaan, waarbij het vervolg zich wel eens vooral in de bureau- en stafomgeving zou kunnen afspelen. Daarom besloot hij op de suggestie van zijn vader in te gaan. De toezegging dat de deur van het Korps voor hem nog wel even open zou blijven staan maakte die beslissing minder moeilijk. Naast zijn werk als makelaar en verzekeringsagent in de praktijk studeerde Van Ede tot in de kleine uurtjes voor het makelaarsdiploma, dat hij dan ook haalde.

Na enkele maanden vernam hij dat de Nederlandse Mariniers deel zouden gaan uitmaken van een missie naar Cambodja (UNTAC/UNAMIC). Het gemis van de mariniersomgeving was inmiddels zo sterk dat Van Ede zich meldde om te zien of hij als compagniescommandant mee kon naar Cambodja. De sabbatical van negen maanden maakte Van Ede wel een ervaring rijker. Dit was een periode geweest die nuttige leermomenten had opgeleverd en daarnaast het besef hoe bijzonder het was om Marinier te mogen zijn.

In Cambodja met de Mariniers

Na een gedegen opwerkperiode vertrok Van Ede in juni 1993 met de India-compagnie naar Cambodja. Daar waren de verkiezingen net afgerond en de eenheid richVan Ede bij de ingang van Angkor Thom Cambodja - kopiette zich op het creëren van een stabiele omgeving en de ondersteuning van de opbouw van de Cambodjaanse veiligheidsorganisaties. De registratie, ontwapening en betaling van Cambodjaanse militairen vergde in die tijd veel aandacht.

De spanningen tussen de verschillende Khmer facties waren ook nog steeds aanwezig. Maar de bereidheid om samen met UNTAC invulling te geven aan de opbouw van het land overheerste. Na zes weken inzet in de Nederlandse sector 1 werd de India-compagnie aangewezen om sector 2 van het Bengaalse bataljon over te nemen. De commandopost kwam in Siem Reap, bij de tempels van Angkor Wat. 

De "wisseltrofee"

Bij de verplaatsing naar sector 2 reed een van de eerste konvooien op 25 juli 1993 op een explosief, dat werd afgezet door tegenstanders van UNTAC. Het was ongetwijfsamenkomsteld bedoeld als een signaal om de Nederlandse troepen af te schrikken. Alleen de chauffeur, Ben van Dijk, kwam ongedeerd uit de zwaar beschadigde Landrover met affuit. De drie andere inzittenden, Rodney de Vries, Hendrik van de Wetering en Raymond Cohen, raakten alle drie ernstig gewond.

De nummerplaat van de betreffende auto is bewaard gebleven. Bij een reünie in 2013 spraken de vier manschappen en hun voormalige commandant, Van Ede, af om elkaar regelmatig te blijven ontmoeten en bij die gelegenheden de nummerplaat als een soort "wisseltrofee" aan elkaar door te geven. Dit is kameraadschap die de tijd overstegen heeft.

Geleerde lessen

Tijdens inzet, waarin doden en gewonden kunnen vallen, worden de meest waardevolle lessen geleerd en karaktereigenschappen verder ontwikkeld. In de praktijk blijken aanslagen en incidenten bij militairen niet te leiden tot twijfel over de wenselijkheid van de missie, maar tot een nog grotere vastberadenheid om die missie te laten slagen. Het is voor hen het belangrijDe eerste ontmoeting met de Rode Khmer in Phum Thmei op 27 juni 1993 - kopiekste dat hun kameraden niet voor niets zijn gesneuveld of gewond zijn geraakt.

Wat Van Ede in Cambodja ook leerde was dat de verschillen tussen mensen in diverse culturen niet zo groot zijn als ze op het eerste gezicht lijken. Vooraf had het Koninklijk Instituut voor de Tropen de mariniers hierop mede voorbereid. 

Ja, de mensen in Cambodja en andere missiegebieden hadden inderdaad vaak een ander uiterlijk en andere gewoontes. Maar zij bleken net als wij, Nederlanders, te hechten aan een veilige omgeving, aan eten voor hun gezin, scholing voor de kinderen en het perspectief op een betere toekomst als het een tijd tegenzat.

Het overgrote deel van de bevolking was oprecht blij dat UNTAC er was om te helpen. Van Ede heeft, terugkijkend, een goed gevoel over de bijdrage die zijn compagnie in Cambodja kon leveren, ook al raakten Mariniers daarbij gewond. Voor hemzelf vormde de uitzending het bewijs dat hij de goede keuze had gemaakt door terug te keren naar het Korps. De niet aflatende inzet, loyaliteit en saamhorigheid van zijn mannen versterkten bij hem het gevoel dat leidinggeven uiteindelijk een groot voorrecht is.

UNMEE: Ethiopië en Eritrea

Na terugkeer uit Cambodja bekleedde Van Ede diverse posities bij de Marinierseenheden en volgde daarnaast de Hogere Krijgskundige Vorming. In 2000 werd hij als commandant van het 2e mariniersbataljon aangewezen om een Nederlands-Canadees bataljon (NECBAT) te formeren voor inzet ten behoeve van de VN in Ethiopië en Eritrea (UNMEE). Helikopters van de luchtmacht, genie van de landmacht, een breed samengestelde logistieke eenheid en een veldhospitaal werden aan het bataljon toegevoegd.

Personeel van de Marechaussee en een amfibisch schip van de Marine ondersteunden de missie. Dat gold ook voor de Apaches, die op aanwijzing van de Tweede Kamer beschikbaar waren gesteld en in Djibouti werden gestationeerd. Dat generaal der mariniers Patrick Cammaert Force Commander van UNMEE was voelde als een belangrijke bonus.

Taken van UNMEE

Na een bloedige strijd tussen Ethiopië en Eritrea werd in de zomer van 2000 een wapenstilstand gesloten tussen de partijen. UNMEE moest zorg dragen voor een Tijdelijke Veiligheidszone van 25 km in het grensgebied. NECBAT ontplooide als lead battallion in de centrale sector, die ongeveer 300 km breed was.

Het hoofdkwartier en de Bravo-compagnie werden vanwege de balans in de missie in Ethiopië geplaatst  (Adigrat). De andere compagnieën van het bataljon werden in Eritrea gestationeerd. Rond de loopgraven in Eritrea lagen nog duizenden lichamen van gesneuvelde Ethiopische militairen.

Resultaten van de missie

Gedurende de ruim zes maanden dat NECBAT actief was in UNMEE trokken de Ethiopische en Eritrese troepen zich terug, keerden dorpshoofden, politie en vluchtelingen terug naar de dorpen in de veiligheidszone en werd nauw samengewerkt met hulporganisaties om de wederopbouw te ondersteunen. Ook de lichamen van de gesneuvelde strijders weDe Mereb Brug tussen Eritrea en Ethiopie. In het neutrale midden werd vergaderd. - kopierden uiteindelijk op een respectvolle wijze teruggebracht naar Ethiopië. Het overleg tussen de strijdende partijen verliep echter moeizaam. Beiden bleken trots en niet bereid de eer aan de ander te gunnen. Dat gold ook voor de locatiekeuze van het overleg.

Daarom vond het overleg regelmatig plaats boven de grensrivier de Mereb, die in een gedeelte van de centrale sector de grens vormde. De brug die gebruikt werd was een oude Bailey brug, die door Nederland werd geschonken en geplaatst. Prins Willem Alexander, Minister-President Kok, ministers, kamerleden en andere hoogwaardigheidsbekleders bezochten de missie en het personeel.

Maar de eerste bezoeker, direct na aankomst van de kwartiermakersgroep, was de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan. Bij deze gelegenheid schonk Van Ede hem een marinierspetje met de woorden: Wij dragen de baret van de Verenigde Naties, maar u komt hier in de brandende zon zondKofi Annan tijdens het bezoek aan de missie in december 2000. Van Ede schonk hem een Marinierspetje foto 2 - kopieer hoofddeksel; daarom bied ik u een pet van de Nederlandse Mariniers als bescherming.  Een foto daarvan  werd in vrijwel alle Nederlandse kranten gepubliceerd. 

Helaas is het de strijdende partijen en UNMEE niet gelukt om de positieve ontwikkelingen en resultaten, die bereikt werden in de eerste periode, door te zetten. Daarnaast was ook het overlijden van sergeant eerste klasse Karel Groeneveld in Eritrea een trieste smet op de uitzending. Toch vindt Van Ede het terugkijkend zeer de moeite waard dat Nederland een bijdrage leverde aan UNMEE. Door de snelle ontplooiing werd rust gebracht en een nieuwe escalatie van de strijdende partijen voorkomen. Meer foto's van deze missie kunt u zien in het fotoalbum en meer informatie kunt u lezen in het verslag dat Van Ede hier zelf over schreef. Na terugkeer in Nederland werd Van Ede in september 2001 als kolonel benoemd tot Hoofd Operaties van het Defensie Crisisbeheersingscentrum (DCBC).

Een nieuwe realiteit vanaf 11 september 2001

In september 2001 was het crisis in de wereld en in Nederland. Nadat terroristen eerst met vliegtuigen diverse aanslagen in de Verenigde Staten hadden gepleegd werden in Rotterdam (Botlek- en de Beneluxtunnel) en Amsterdam (Coen- en Zeeburgertunnel) tunnels gesloten wegens dreiging van nieuwe aanslagen. Van Ede kon aldus direct aan de slag in zijn nieuwe functie. 

De samenleving was in rep en roer. Amerikaanse eenheden in Duitsland trokken via Nederland en Rotterdam naar Afghanistan. Vanwege de hogere dreiging ondersteunde Defensie op veel locaties de politie bij de beveiliging van objecten en personen, moest een antwoord worden gevonden op de dreiging met Antraxbrieven en tegelijkertijd gingen ook de ontwikkelingen op de Balkan gewoon door.

Hoofd Operaties van het Defensie Crisisbeheersingscentrum

Uit hoofde van zijn positie bezocht Van Ede in de jaren die volgden vrijwel alle missiegebieden en zag daar dat Nederland een waardevolle en alom gewaardeerde bijdrage leverde. Oude normen werden opzij gezet. F-16 vliegers sliepen in Manas in Kirgizië in tenten naast de startbaan in plaats van de hotels die ze gewend waren. De eerste compagnie inMet Minister Kamp in Irak in 2003 - kopie Afghanistan kreeg grote vrijheid van handelen en de samenwerking tussen onderdelen van de krijgsmacht werd onder de druk van de omgeving nog beter.

De voorbereiding en uitvoering van de inzet in Irak sloot hier goed op aan. Het bezoek, samen met minister Kamp, aan het oude paleis van Saddam Hoessein, staat Van Ede nog goed bij, alsmede de gevoerde discussies over de uitzendduur en het ontbreken van luchtwaarneming. Wat Van Ede´s werkomgeving bij het DCBC voor hem extra motiverend maakte was de afwezigheid van bureaucratie. Als het nodig was waren de Chef Defensiestaf en Minister direct beschikbaar voor besluitvorming. De resultaten van het werk waren vrijwel dagelijks ook “prime news” in de media. De invloed van het kleine team van DCBC was groot. De samenwerking tussen personeel van de verschillende krijgsmachtdelen werkte uitstekend en was inspirerend. Dat gaf veel voldoening. Van Ede geeft aan dat deze periode leidde tot vriendschappen en relaties die tot op de dag van vandaag zeer hecht zijn. 

In 2004 werd Van Ede benoemd tot Chef-Staf van het Korps Mariniers met standplaats Rotterdam. Zijn taak was onder meer het opheffen van het hoofdkwartier en de integratie daarvan binnen het nieuwe gezamenlijke Marinehoofdkwartier. Op 1 februari 2005 werd hij bevorderd tot brigade-generaal en benoemd tot plaatsvervangend directeur Gereedstelling van de Defensiestaf. In deze functie werkte hij nauw samen met Rob Bertholee (Landmacht en de latere Directeur AIVD) en Hans Wehren (luchtmacht). Ook hier bleek weer hoe inspirerend de samenwerking tussen collega’s van verschillende krijgsmachtdelen kon zijn. Alle drie hielden ze van hardlopen en gezamenlijk liepen ze de marathon van New York in 2006. De vriendschap van toen, inclusief de partners, is gebleven.

Uit de comfort zone

Van Ede werd niet lang hierna op aandringen van Commandant Der Strijdkrachten Dick Berlijn benoemd tot plaatsvervangend hoofddirecteur personeel (van december 2006 tot januari 2010). Hij leerde van oude rot Hans Leijh de kneepjes van het vak. SamenTijdens piraterijbestrijding met vele betrokkenen gaf Van Ede het Veteranenbeleid een sterkte impuls. Staatssecretaris Van de Knaap benoemde hem niet lang hierna tot Project-Generaal Werving en Behoud met als taak om de 8.000 vacatures die er waren te vullen.

Achteraf constateert Van Ede dat het eTon en Andre Kuipers op podiumen heel goed besluit was om hem min of meer tegen zijn zin uit het operationele functiegebied te halen en hem in te zetten in het personeelsveld. In 2010 werd hij aangesteld als plaatsvervangend  commandant der Zeestrijdkrachten. In die rol hield hij zich vooral bezig met een grootschalige reorganisatie van de Marine. Ook de piraterijbestrijding stond in deze periode centraal. Minister Hillen benoemde Van Ede in november 2012 tot Inspecteur Generaal der Krijgsmacht. In die rol is hij tevens Inspecteur der Veteranen. Hij kan er al zijn ervaring als operationeel commandant, bestuurder en personeelsdeskundige goed gebruiken.

Op 30 april 2013 droeg Van Ede het Rijksvaandel bij de inhuldiging van Koning Willem-Alexander. Een bewijs van de bijzondere band die de IGK traditioneel heeft met het Koningshuis en die Van Ede ook zo voelt.

Tot slot

Van Ede is een man met een brede interesse, veel energie, een opgewekt karakter en een grote passie vWB 45 Painfbat RIOG IGK op CV-90 1oor de krijgsmacht en vooral zijn Korps Mariniers. Wij hopen dat Van Ede, als hij medio 2014 met leeftijdsontslag gaat, zijn capaciteiten en ervaring ook zal inzetten in de civiele wereld. Als er iemand is die de noodzakelijke verbinding tussen de samenleving en de krijgsmacht kan versterken, dan is hij het wel.

Zelf geeft hij aan nog helemaal niet aan rust toe te zijn. Om met zijn eigen woorden te spreken: "Ik ben onder de indruk van onze militairen en veteranen. Zij verdienen erkenning, waardering en zorg vanuit de samenleving. Met de Veteranenwet van 2012 is een flinke stap in de goede richting gezet. Maar er liggen nog uitdagingen. Daar wil ik me graag voor blijven inzetten. Als ik nog een jonge vent was zou ik me direct weer melden bij de Mariniers. En dit keer weloverwogen!”


Meer informatie


[ Terug ]

 

 

f t

Login