Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Kolonel Dulfer 


 Zie ook

Korte introductie

Dulfer volgde de Koninklijke Militaire Academie en was daarna in diverse staffuncties werkzaam. De laatste jaren was hij als hoofd van de Afdeling Operationele Plannen en Beleid actief bij het 1 (GE/ NL) Korps in Münster. Hij fungeerde daarnaast als voorzitter van de afdeling officieren van de vereniging Huzaren van Boreel en gaf in een seminar over de internationale veiligheid in Münster, gehouden in 2009, een lezing over de rol en functie van het HQ 1 (GE/NL) korps in NAVO-operaties. Tegenwoordig spreekt hij in openbare bijeenkomsten vaak over zijn grote liefde, het Napoleontische strijdperk.

Dulfer werd in 2009 bevorderd tot kolonel. Op 28 februari 2013 droeg zijn voorganger,  kolonel G.H.J. Noordanus,  het commando over Bronbeek aan hem over en trad hij per 1 maart 2013 in zijn nieuwe functie aan. Onderstaand de weerslag van een interview, betreffende het veteranenbeleid,  uit 2013. De foto's zijn in oktober 2015 gemaakt.


Ervaring als veteraan

Hebt u zelf in eerdere functies al veel contact gehad met veteranen? Zo ja, kunt u iets meer daarover vertellen? Wat viel u het meeste op?

"Ik ben niet alleen zelf veteraan vanwege mijn deelname aan missies in Kosovo (1999-2000) en Uruzgan (2008) maar bovendien stam ik uit een familie van militairen. Mijn vader was als officier bij het Korps Mariniers actief in Nieuw-Guinea en mijn schoonvader nam als korporaal der Genie deel aan de Politionele Acties in Nederlands-Indië in Dulfer met vaandel bronbeekde periode 1948-1951. Wat opvalt is de gelijkgestemdheid. De verhalen die de veteranen in Bronbeek mij vertellen over hun missies verschillen niet veel van mijn ervaringen in Uruzgan.

Het is mij, mede op basis van mijn eigen ervaring, opgevallen dat veel veteranen, nadat zij op missie zijn geweest, snel weer aan het werk gaan en dat pas veel later bij hen de behoefte ontstaat om weer in contact met de collega’s van de missie te komen. Daarbij spelen de moderne sociale media een cruciale rol."

Contacten militairen met burgers

Als burger (veel van de bezoekers van onze website zijn burgers) viel het ons op dat steeds minder burgers in contact komen met de militaire stand sinds het einde van de dienstplicht. Hoe denkt u dat wij de “kloof” tussen burgers en militairen en daarmee ook tussen burgers en veteranen minder groot kunnen maken en hen dichter bij elkaar kunnen brengen?

“Mijns inziens is er niet echt sprake van een kloof omdat tegenwoordig veel initiatieven worden ontplooid om burgers en militairen dichter bij elkaar te brengen. In het verleden kenden inderdaad veel mensen een dienstplichtige militair in de familie of naaste omgeving. Defensie doet veel om in de Nederlandse samenleving te staan door  middel van oefeningen, open dagen, deelname aan herdenkingen en aanwezigheid bij veteranendagen op veel niveaus.

Eenheden proberen zoveel als enigszins mogelijk hun ceremoniële activiteiten in de openbare ruimte te organiseren. Je moet daarbij wel oppassen dat het niGrootvader Dulferet een te zware belasting is of wordt voor de samenleving. Tenslotte dragen evenementen bij aan de toenemende interactie en meer wederzijds begrip voor elkaar.’’ 

Hebt u ideeën over hoe wij de missies van onze veteranen, zowel in heden als ook zeker in het verleden, meer onder de aandacht kunnen brengen? Veel mensen kennen wel het begrip “veteraan” maar weten niet goed wat dat nu inhoudt omdat ze geen kennis hebben van de missies. Hoe kunnen we daar verandering in brengen?

‘’De beste manier is om door te gaan op de weg die de laatste jaren is ingeslagen met de veteranendagen.  Een museum, zoals Bronbeek, kan zeker ook een belangrijke rol spelen in het meer bekend maken van de diverse perioden uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis. Jong  -en oud-veteranen kunnen daarnaast actief meewerken aan het verspreiden van kennis over de meer recente geschiedenis, bijvoorbeeld door het opschrijven van hun bevindingen voor een groter publiek.’’

Hoe bereikt men het grotere publiek

Vroeger was het zo dat militairen ook voor het grotere publiek schreven over hun ervaringen. Wij noemen een aantal namen, zoals generaal Verspyck,  kapitein Borel en generaal Van der Heijden (Atjeh-oorlog en tweede commandant Bronbeek) en in mindere mate Hans Couzy. In de Engelse taal kan men onder meer het boekje van Audie Murphy over de Tweede Wereldoorlog lezenBureau van Heutsz. Zou dat een middel kunnen zijn om de kloof die er nu is te overbruggen?

Kolonel Dulfer merkte in dit opzicht op dat hij positief verrast was dat ook tegenwoordig veel boeken verschijnen over missies. “Laatst nog zag ik in een boekhandel het dit jaar uitgegeven boek “Moed moet” van David Vriesendorp & Fred Hoogeland liggen.”

Overige voorbeelden van werken die Dulfer noemde waren het boek “Soldaat in Uruzgan”, geschreven door majoor Niels Roelen en het in 2012 verschenen “Officier in Afghanistan” van Esmeralda Kleinreesink. Dulfer: “Ook de populaire schrijver Arnon Grunberg heeft veel over de missie in Afghanistan geschreven, waardoor een groter publiek bereikt wordt’’.

Dulfer werd zelf ook gevraagd eens de pen op te vatten teneinde zijn werkzaamheden en ervaringen uit zijn militaire loopbaan binnen een breder publiek bekend te maken, maar had hiervoor nog niet de tijd gevonden. Hij betreurt het wel dat militairen beneden de rang van officier slechts zelden naar de pen grijpen.

U hebt zelf lezingen gegeven over de krijgsverrichtingen in de Napoleontische tijd – aangepast aan de positie der veteranen: ziet u dit ook als methode om onze kennis van veteranen en missies te vergroten?

Hoewel lezingen zeer zeker aantrekkelijk zijn om missies en daarmee de veteranen onder een groter publiek nog meer bekend te makeBroertjes kopien weet ik niet of men alleen op lezingen afkomt. Je kunt wel een soort minisymposium met meerdere facetten organiseren op één dag, dat publiekelijk toegankelijk is. Bronbeek kan aan de bekendheid bijdragen door het veteranenbeleid van Defensie te ondersteunen en reünies en herdenkingen te faciliteren.

Dat is ook een van de hoofdfuncties van het instituut naast de tehuis- en de museumfunctie. In dat opzicht hebben wij onlangs met de gemeente Arnhem en de jonge veteranen uit Arnhem gesproken over de veteranenbijeenkomst op 14 juni aanstaande in Musis Sacrum (de schouwburg). Bronbeek draagt met raad en daad graag bij aan het organiseren en ondersteunen van dit soort happenings.

Dat kan ook op het landgoed Bronbeek zelf. Zo bezocht de burgemeester van Montferland op 28 juni 2013 Bronbeek met ‘haar’ veteranen. Het is mijn voornemen dat door dit soort – nu nog sporadische – activiteiten Bronbeek tot een ‘’ Home of the veterans” zal uitgroeien. Mijn voorganger heeft daartoe de basis al gelegd. Niet voor niets noemde de commandant der strijdkrachten op 19 februari, in zijn toespraak ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan, Bronbeek als het symbool van onze veteranenzorg en het besef dat we goed voor onze (gewonde) militairen moeten zorgen, dat we hen niet in de steek mogen laten en dat we onze militaire historie moeten koesteren en gedenken’’.

Een woord tot veteranen

Kunt u een woord richten tot de bezoekers en de veteranen van de veteranendag?

"Ik vind het belangrijk dat er een mix van oud-, jong- en actieve veteranen tot stand komt in alle rangen en standen en dat die gezamenlijk naar buiten treden, naar de Nederlandse samenleving. Wat ik meemaak in mSchieten Harskampijn eigen (civiele) omgeving is de belangstelling voor missies. Ik merk daarbij dat men goed op de hoogte is van wat er in die missies speelt. Men durft ook kritische vragen te stellen over het waarom en hoe van die missies. Wat ze nog een beetje raar vinden is als ik zeg dat ik sinds kort ook veteraan ben.

“Maar je bent toch nog in actieve dienst?” is dan de eerste reactie. Daar moeten ze nog erg aan wennen en vind ik typerend voor het huidige imago van veteraan. Dat associeert men toch nog teveel met WO II, Nederlands-Indiё, Nederlands Nieuw-Guinea en dus met een grijs verleden. Ik zie daar een belangrijke rol voor de jonge- en actieve veteraan zelf. Draag het uit. Van mij weet mijn directe omgeving dat ik militair ben. Daarom zoeken ze mij op met vragen over missies. Onder actieve veteranen is het makkelijk: die dragen een uniform en aan de batons kun je zien aan welke missies men heeft deelgenomen.

Zo dagelijks op straat ziet men dat niet aan je af. Door het dragen van de veteranenspeld wel. Door die speld roep je vragen op, is mijn ervaring. Daardoor ziet de Nederlander: “goh ze zijn blijkbaar niet allemaal zo oud als ik dacht”. Hoewel ik het belangrijk en prettig vind om ook op zo’n veteranendag onder gelijkgestemden te zijn ligt er bij de jong- en actieve veteranen ook een verplichting om het veteranendom ook daarbuiten uit te dragen. Geniet van die saamhorigheidsdag onder gelijkgestemden. Ik zal er ook altijd zijn met een aantal van mijn ‘oud-veteranen’, maar beperk het niet tot zulk soort happenings. Nogmaals: draag die speld! Daar is hij voor."


 

[ Terug
f t

Login