Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Pieter Broertjes2


Zie hier het fotoalbum met leden van de families Broertjes en Wessel (Copyright foto's: Pieter Broertjes)


Inleiding

Pieter Broertjes is sinds 2011 burgemeester van Hilversum. Daarvoor was hij gedurende lange tijd hoofdredacteur van de Volkskrant. Hij komt uit een interessante familie.

Broertjes' vader was Frits Broertjes, brigade-generaal titulair der Cavalerie bij de Huzaren van Boreel. Zijn grootvader was Pieter Broertjes, officier van gezondheid bij de Geneeskundige Dienst van het leger in Nederlands-Indië.

Broertjes' moeder is Johanna Wessel, dochter van Izak Wessel, een bekend arts en verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog, en zuster van Ies Wessel, actief in het studentenverzet en op 7 mei 1945 vermoord door de Duitsers. Onderstaand kunt u nader kennis maken met deze interessante familie.

Pieter Broertjes

Broertjes (Zaandam, 27 januari 1889 - Hilversum, 9 maart 1945) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van UtreVan links naar rechts Frits Arendine het zusje van Frits en Pieter Broertjes in Indie - kopiecht. Hij werd in januari 1913 bevorderd tot semi-arts, in maart 1914 benoemd tot arts en in april 1914 bij de Koloniale Reserve beëdigd en aldaar in functie gesteld. Broertjes vertrok op 18 juli 1914 per Koningin Emma naar Nederlands-Indië, waar hij bij Koninklijk Besluit van 6 april 1914 nummer 29 bij het personeel van de Indische Geneeskundige Dienst van het leger was aangesteld en benoemd tot officier van gezondheid tweede klasse.

Broertjes kreeg in deze functie eerst Batavia als standplaats, werd in januari 1915 overgeplaatst naar Atjeh en Onderhorigheden (standplaats: Kota Radja)  en in mei 1915 te Sigli geplaatst. In maart 1918 wisselde hij van standplaats en werd hij van Atjeh bij de hospitaaldienst in Soerabaja overgeplaatst. In april 1922 werd Broertjes bij de Militair Geneeskundige Dienst bevorderd tot officier van gezondheid eerste klasse en kreeg een verlof van een jaar naar Nederland.

Broertjes promoveerde in februari 1924 aan de Universiteit van Utrecht tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift "Betekenis van de kunstmatige vroeggeboortePieter Broertjes bij bekkenvernauwing". Het jaar daarop, op 11 april 1925,  keerde hij per Prins der Nederlanden  terug naar Batavia. Hij had inmiddels de actieve dienst verlaten en zich gevestigd als particulier arts maar werd gerekend vanaf 25 november 1926 benoemd tot reserve officier van gezondheid der eerste klasse.

Broertjes bleef in de jaren die daarop volgden zijn particuliere praktijk in Soerabaja met veel succes uitoefenen (hij ontving zeer veel dankbetuigingen),  specialiseerde zich in de gynaecologie en zette te Darmo een kraamkliniek op. Hij werd in oktober 1934 ontslagen uit zijn rang van reserve officier van gezondheid der eerste klasse en keerde terug naar Nederland, waar hij zich te Utrecht als arts, uitsluitend voor tropische ziekten, vestigde. Hij specialiseerde zich daarnaast, bij de arts Kok, in de radiologie.

Vanaf het einde van de jaren dertig was Broertjes verbonden aan de röntgenafdeling van het Diaconessenhuis in Hilversum. Hij ontwikkelde diverse plannen voor na de oorlog. Hij hoopte onder meer dat als Nederlands-Indië bevrijd zou zijn hij terug kon keren en zijn aandeel in de wederopbouw leveren. In februari 1944 werd hij echter ziek (hij leed aan kanker) en overleed in maart 1945, zonder zijn zoon Frits, die zich in een kamp in Sachsenhausen bevond, ooit weer terug te zien, op 56-jarige leeftijd.

Broertjes werd begraven op de Noorderbegraafplaats te Hilversum. Hij was tijdens zijn leven lid van veel medische tijdschriften en schreef artikelen voor onder meer het Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch-Indië en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 

Frits Broertjes

Broertjes werd op 13-jarige leeftijd, in 1928, door zijn vader naar Nederland gezonden en geplaatst bij Marine-officier Jan Wichers (de uitvinder van de snuiver/snorkel voor onderzeeboten). Het gezin Broertjes werd in 1932 in Nederland herenigd.  Broertjes behaaMilitaire ruiterkampioenschappen jaren dertig 2lde in juni 1937 het eindexamen van de Bijzondere Hogere Burgerschool ("De Munnick") te Utrecht en deed hierna de 21ste cursus SROC.

Hij volgde hierna de Cavalerieopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda (vanaf 1937) en trad in datzelfde jaar toe tot het Eerste Regiment Huzaren.  Hij werd, bij besluit van generaal-majoor N.J. Karstens, daartoe gemachtigd door de bevelhebber van de Duitse Weermacht in Nederland, met ingang van 15 juli 1940, benoemd tot tweede luitenant der Cavalerie.

Broertjes was, ingedeeld bij de Regimenten, vanaf mei 1940, bij de Bereden Cavalerie gelegerd in de Alexanderkazerne in Den Haag. Tijdens de Duitse aanval op Nederland trok hij met de Cavalerie te velde en nam met zijn wapenbroeders in de duinen bij de Wassenaarse slag enige parachutisten gevangen.  De krijgsgevangenen werden ingescheept om naar Engeland getransporteerd te worden. Toen de oorlog uitbrak woonde Broertjes in Hilversum. Nadat hij was benoemd tot tweede luitenant werd hij ingedeeld bij de Marechaussee, waar hij, samen met zijn vriend, de latere eerste stalmeester Willem Frederik Karel Bischoff van Heemskerck, assisteerde bij bewakingsklussen en hielp bij illegale transporten van voedsel.

Hij werd op 6 februari 1941 opgepakt, in Scheveningen gevangen gezet en door de Marinekriegsgericht wegens gepleegde illegale handelingen veroordeeld tot een langdurige tuchthuisstraf. Na vier maanden werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort en drie maand later op transport gesteld naar Kamp Sachsenhausen, waar hij op 24 oktober 1941 arriveerde en kampnummer 39760 kreeg. In Kamp Sachsenhausen werd Broertjes ingedeeld bij het Schaufelkommando,  een schepcommando dat grind moest verplaatsen.

Broertjes werd in april 1945 door de Russen uit Kamp Sachsenhausen bevrijd en naar Oranienburg gebracht om voor de Russische bevrijder taken te verrichten. Van daar wisten Broertjes en zijn vrienden Bisschoff van Heemskerck en Koch te ontsnappen door uit een vrachtauto te springen,  naar het door de Amerikanen bezette gedeelte van Berlijn te ontkomen en cFrits Broertjes Politionele Actiesontact met de Amerikanen in hun sector te maken. Broertjes werd in 1945 bevorderd tot eerste luitenant der Cavalerie bij het Pantserwapen, volgde een opleiding in Engeland en vertrok als oorlogsvrijwilliger met het Eerste Eskadron Pantserwapens naar Nederlands-Indië.

Het eskadron, waar Broertjes deel van uitmaakte, was te Medan gelegerd aan de Serdangweg en tijdens de Eerste Politionele Acties toegevoegd aan de infanterie. De verschillende Pelotons namen deel aan zuiveringen bij Arnhemia, Stabat en de spoorbrug bij Wampoe. Ook Bindjei, Banten II en Koeala werden aangedaan. Op 28 juli 1947 werd onder meer opgerukt naar Tebing Tinggi en verder doorgestoten naar Pematang Sianter en Brastagi.

Pas op 2 augustus keerde het eskadron terug naar Medan, waarna nog acties volgden te Tandjong Poera en Tandjong Balei. Broertjes werd na afloop van de Eerste Politionele Acties overgeplaatst bij het Vierde Eskadron op Java, bevorderd tot ritmeester en benoemd tot tweede man van het Eskadron. Hij keerde op 11 september 1949 met de Waterman terug naar Nederland en werd aldaar in Den Haag, als adjBroertjes rechts in gesprek met R P M  baron van Voorst tot Voorst tijdens de eerste Politionele Actieudant van van de chef van de Generale Staf (Bevelhebber Landstrijdkrachten), geplaatst.  Achtereenvolgens was hij adjudant van generaal H.J. Kruls en generaal B.R.P.F. Hasselman. In 1953 werd Broertjes  teruggeplaatst bij zijn wapen, eerst bij het Depot Cavalerie en vervolgens benoemd tot commandant van het D (tankeskadron) 102 Verkbat. In 1956 wordt hij in de rang van majoor, samen met ritmeester Heshusius, benoemd tot hoofd sectie S3 bij de inspectie der Cavalerie.

Broertjes was van 1953 tot 1954 in de rang van ritmeester commandant van het 2-101 Verkenningsbataljon van het Regiment Huzaren van Boreel. Begin 1955 werd hij benoemd tot commandant van het dan nieuw te vormen Eskadron Desk 102 Verkenningsbataljon. Toen in 1961 de Cuba-crisis uitbrak werden uit het 102 Verkenningsbataljon twee andere bataljons gevormd, namelijk de 102 (commandant: Broertjes) en 103 Verkenningsbataljons. Deze bataljons werden ingedeeld bij de 121ste Lichte Brigade, gecommandeerd door generaal J.A.C. Bartels, en elkaar afwisselend naar Duitsland gezonden.

Broertjes was in 1959 een der oprichters van de Historische Collectie Cavalerie,  Bernhard KazeBroertjes-op-kantoorrne in Amersfoort. Later werd hij vicevoorzitter van deze stichting. Op 25 november 1966 was hij, samen met kolonel R.O. van Manen en majoor jonkheer A. van der Goes, initiatiefnemer van de oprichting van de Stichting Cavalerie Ere-Escorte(s). Broertjes was intensief betrokken bij de realisatie van de Prinsjesdagescortes.

Escorte bekleedde hij van 1966 tot 1982. Hij werd in 1971 (tot 18 april 1973) benoemd tot commandant van het opleidingscentrum der Cavalerie, tevens voorzitter van de Historische Verzameling Cavalerie. Wegens zijn verdiensten voor de Stichting werd hij benoemd tot erelid van het Stichtingsbestuur. Broertjes was in 1978 een der bouwers en bestuurslid van het militaire ruitersportcentrum "Marcroix", gelegen naast de Prins Bernhardkazerne in Amersfoort. Hij was indertijd ook intensief betrokken bij het (tegenwoordig reünie) Trompetterkorps der Cavalerie.

Broertjes overleed in de leeftijd van 88 jaar te Baarn en werd op 29 januari 2004 op de Noorderbegraafplaats te Hilversum begraven. Hij was Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden, bezat het Erekruis in de Huisorde van Oranje, het Oorlogsherinneringskruis met gesp mei 1940, was drager van het Verzetsherdenkingskruis en bezat het Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen. 

Izak Wessel

Izak Wessel (geboren te Goes op 25 oktober 1893 en te Hilversum overleden op 23 mei 1978) volgde de Hogere Burgerschool te Goes en behaalde in  juli 1911 zijn eindexamen. Hij ging vervolgens geneeskunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Wessel actief als reserve officier van gezondheid in de groeIzak Wesselp Woudrichem van de Hollandse Waterlinie.

Wessel slaagde in juni 1917 voor het eerste gedeelte van zijn artsexamen en werd op 27 maart 1918 door de Geneeskundige Staatscommissie bevorderd tot arts. In 1919 werd op voorstel van Burgemeester en Wethouders besloten om een adjunct-directeur van de Gemeentelijke - en Gezondheidsdienst aan te stellen en zij deden  twee aanbevelingen, namelijk Wessel en de arts P.A.I.J. Nuysink. Uiteindelijk werd aan Wessel, die op 16 januari 1920 benoemd werd,  de voorkeur gegeven.

In deze tijd was hij daarnaast actief als  geneesheer-directeur en medeoprichter van het sanatorium "Hilversum".  Wessel was eind jaren twintig als arts ook werkzaam als medewerker van het Consultatie Bureau te Hilversum en daarnaast waarnemend geneesheer in de Inrichting voor Arbeidstherapie Zonnenstraal. In 1935 werd de functie van adjunct-directeur bij de Gemeentelijke Geneeskundige- en Gezondheidsdienst, die Wessels sinds 1920 bekleed had, opgeheven.

Wessel was inmiddels, in 1936, actief als geneesheer van Huize Hebron, een rusthuis. In de openingsvergadering van het congres der Nederlandse Maatschappij tot Bevordering de Geneeskunde, dat in juli 1937 te Utrecht werd gehouden, werd hij benoemd tot hoofdbestuurslid. Later was hij tevens lid van het Dagelijks Bestuur.  In 1939 werd hij aangesteld als controlerend geneesheer van de P.T.T., van de Nederlandse Spoorwegen en voor het Algemeen Ziekenhuis Opname Fonds.  

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Wessel actief binnen het artsenverzet (onder meer Medisch Contact). Hij protesteerde binnen het hoofdbestuur van de Maatschappij voor Geneeskunst tegen de passieve houding van de Maatschappij tegenover de acties van de bezetter. In 1941 wist hij zijn collega's van de afdeling Hilversum te mobiliseren door een scherpe nieuwjaarsrede te houden over de ethische waarden, die door het Nationaal Socialisme vertrapt zouden worden. Hij werd afgevoerd naar Kamp Amersfoort maar kwam al in augustus 1942 vrij.

De zoon van Wessel, Isaak (Ies) Wessel, werd in mei 1945 door de Duitsers doodgeschoten. Wessel zelf trad na de oorlog op verzoek van de burgemeester toe tot het Hilversums comité Nationale Oorlogsmonumenten en was verder (in 1954) onder meer actief als vicevoorzitter van de Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot de Bestrijding van Tuberculose.

Op 1 april 1954 stopte hij met als huisarts te praktiseren. Uit de opbrengst van de verkoop van de het Sanatorium Hilversum werd na de Tweede Wereldoorlog de Dokter Izak Wesselstichting opgericht. Deze stichting steunt liefddadige doelen op medisch gebied. Wessel werd benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Naussau en werd op vrijdag 4 maart 1960 als ereburger ingeschreven in het Gulden Boek.

Hij was tot op hoge leeftijd nog actief bezig met de tot standkoming van het dan nieuwe Diaconessenhuis, waar hij van 1955 tot 1965 geneesheer-directeur van was. Wessel overleed in mei 1978 en werd begraven op de Noorderbegraafplaats te Hilversum, waar ook zijn schoonzoon, Frits Broertjes, later werd begraven.

Ies Wessel

Wessel groeide op in Hilversum, waar hij het Hilversums Gymnasium afdeling B volgde en in juni 1939 slaagde voor zijn examen. Hij ging vervolgens medicijnen studeren aan de Universiteit van Utrecht,Ies Wessel overleden in 1945 werd lid van het corps en trad tijdens de oorlog toe tot het studentenverzet. In 1943 werd die situatie te gevaarlijk en was hij gedwongen onder te duiken bij de bevriende arts Kanters en zijn gezin.  Wessel werd in de ochtend van de 7de mei 1945 bij het Rosarium bij het Wilhelminapark  doodgeschoten.

Die ochtend had Prins Bernhard een waarschuwing doen uitgaan om in paniek geraakte Duitsers niet te ontwapenen omdat dit teveel risico's met zich mee zou brengen. Wessel was echter al eerder met een aantal (elf) andere studenten, getooid met helm en oranje band, op zoek gegaan naar Duitse militairen. De studenten hadden tijdens de oorlog allemaal ondergedoken gezeten in een huis aan de Graaf Adolfstraat 8. Voor het huis van Anton Mussert werden de jongens door zwaar bewapende Duitsers onder vuur genomen, waarbij tien op slag dood waren en twee zwaar gewond raakten.

Een van de twee jongens die de schietpartij overleefden, was Hans van Ameide. Hij gaf later een ooggetuigeverslag van het incident. In zijn versie waren de jongens onderweg naar de Maliebaan toen de groep op de hoek van de Koningslaan en de Nassaulaan  acht Duitse soldaten, die een kapotte legertruck in de richting van de Emmalaan duwden, tegenkwamen. Volgens Van Ameide openden de soldaten in het Wilhelminapark het vuur op het moment dat de studentengroep de Duitse manschappen op de Koningslaan trachtte te ontwapenen.

Commandant Hans Muus werd neergeschoten nadat hij had geroepen dat men moest stoppeWessel aan het zeilen2n met schieten. Paul van den Hurk raakte zwaargewond  (en neef Theo van den Hurk zou ook sneuvelen tijdens de schietpartij), maar Van Ameide liet hem liggen om zichzelf in veiligheid te brengen achter een muurtje, gelegen voor het huis van Anton Mussert.  Intussen zag hij nog dat Paul Regout een schot in het voorhoofd ontving en in doodsnood om zijn moeder riep. Van Ameide en Erich Buchman, een gedeserteerde SS'er, zouden uiteindelijk de schietpartij overleven. Begrafenis en herdenking De begrafenis van Wessel vond op 11 mei met militaire eer plaats op de Noorderbegraafplaats in Hilversum.

Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten flankeerden de groeve. Overste Scherk, districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, citeerde enkele verzen van het "Geuzenvendel op de thuismars". Hij verzocht daarna alle aanwezigen het "Prinsenlied" te zingen.  In Hilversum  werd in 1955 de Wesselstraat naar Wessel vernoemd.

Prins Bernhard noemde jaren later tegenover de neef van Wessel, dan hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Broertjes de actie op de dag van de zevende mei "amateuristisch" en zei dat dit nooit had mogen gebeuren. De ouders van Wessel, Izak Wessel en zijn echtgenote, zouden hierna nooit meer bevrijdingsdag vieren

 


Zie ook


 

f t

Login