Afdrukken
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

cid DD6DE66B 618D 4F29 A451 4F5BB71C8A21sitecomwl341


Het persoonlijke fotoalbum vindt u hier. Meer over de strijd tijdens de Tweede Wereldoorlog met Hr. Ms. O2, inclusief fotoalbums, ziet u hier

"When winds are raging o'ver the upper ocean, and billows wild contend with angry roar,

 'T is aid, far down beneath the wild commotion, that peaceful stillness reighneth evermore.

Tekst boven Van Dulms overlijdensadvertentie.


Vroege loopbaan

Johannes Frans (Jan) van Dulm (Den Helder, 24 oktober 1907 - Wassenaar, 20 augustus 1997) was de enige zoon van vice-admiraal Maarten Hendrik van Dulm en Jacoba Mazure. Hij trouwde in 1945 met Eva Magdalena Anna Huffnagel. 151 Het echtpaar kreeg drie kinderen. 

Van Dulm werd in 1923 toegelaten bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en in september 1927 bevorderd tot luitenant-ter-zee der derde klasse. Hij werd nu bij de Onderzeedienst geplaatst en voer gedurende enige tijd op de onderzeeboten Hr. Ms. O9 en O10 en op Hr. Ms. Kortenaer 

Van Dulm werd in 1930 naar de Indische wateren gezonden, waar hij actief was op de mijnenlegger Hr. Ms. Krakatau. In de kranten van die tijd werd abusievelijk vermeld dat dit schip tijdens een oefening op de zuidkust van Java in stormachtig weer gezonken zou zijn maar dat was onjuist. 

Het gezonken schip was de oude sleepboot Jeanne, die door Hr. Ms. Krakatau van Tjilatjap naar het Marine Etablissement te Soerabaja werd gesleept en tijdens deze tocht door ruw weer ten onder ging. 

Van Dulm werd kort hierop op de kruiser Hr. Ms. Java geplaatst. Dit schip maakte deel uit van het smaldeel dat in de tweede helft van 1930 van Soerabaja naar Freemantle, Australië, voer om daar een vlagvertoonreis naar Nieuw-Zeeland te maken. Het smaldeel bestond verder uit de torpedobootjagers Hr. Ms. De Ruyter en Evertsen en stond onder bevel van schout-bij-nacht C.C. Kayser. 

Periode voor de Tweede Wereldoorlog

Van Dulm was hierna korte tijd werkzaam als verbindingsofficier op de Marinekampen Soekalito en Malang (1932). In deze periode ontstond er in Australië grote onrust onder matrozen Aanstelling20op20O21wegens een verlaging van de soldij, die over dreigde te slaan naar het Marinekamp Malang. Matrozen weigerden nog langer dienst te doen. Wellicht was het daarom geen wonder dat Van Dulm in deze periode zitting nam in de Commissie Dienstweigering.  

Na een korte periode werkzaam te zijn geweest op de Marinekazerne Oedjong kreeg Van Dulm orders opnieuw zee te kiezen. Hij voer een aantal jaren op onderzeeboten van de K-klasse in de Indische wateren, om in 1933 met verlof naar Nederland terug te keren. 

Aldaar werd hij bij de Onderzeedienst geplaatst en voer achtereenvolgens op diverse schepen van de O-klasse, de O9 tot en met O16.

Eind jaren dertig deed professor  F.A. Vening-Meinesz een groot aantal slingerproeven op de Atlantische Oceaan, onder meer vanaf Hr. Ms. O12, waar Van Dulm het commando voerde. Met ingang van 11 februari 1930 werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse.  


Zie voor het leven van Van Dulm tussen 1940-1945 het artikel  1940-1945. Onder de bloedvlag van Hr. Ms. O21.  


Ridder in de Militaire Willemsorde

Na de Tweede Wereldoorlog werd Van Dulm benoemd tot commandant van de Onderzeebootdienst in Rotterdam. Bij Koninklijk Besluit van 23 augustus 1947 vond zijn benoeming tot Ridder in de Militaire Willemsorde vierde klasse plaats. 126De motivering hem deze onderscheiding toe te kennen was de volgende:

"Van Dulm onderscheidde zich door in 1941 in het gebied der Middellandse zee onder moeilijke en gevaarlijke omstandigheden op zeer gedurfde en bekwame wijze als commandant van Hr. Ms. O21 belangrijke successen te behalen. Daarnaast bracht Van Dulm als commandant van de O21 de vijand belangrijke schade toe tijdens patrouilles in de Nederlands-Indische archipel". 

Van Dulm werd in 1948 bij de staf van het commandement der Marine te Soerabaja overgeplaatst. Dat was geen gemakkelijke periode, vlak na de Bersiap en tijdens de Politionele Acties. Later bevorderde men hem tot Chef-Staf van de Marine Inlichtingendienst en op 1 september 1948 tot kapitein-luitenant-ter-zee. 

In 1949 keerde Van Dulm naar Nederland terug. Dat was niet voor een lange duur omdat hij al spoedig tot intelligence-officer bij de Supreme Headquarters Europe (SHAPE) te Parijs benoemd werd. Dit betekende voor Van Dulm, met ingang van 1 augustus 1952 tot kapitein-ter-zee benoemd,  een hoge functie in de staf van generaal D. Eisenhower. 

Latere loopbaan 

Eenmaal terug in Nederland werd Van Dulm op 15 januari 1953 benoemd tot commandant der Maritieme Middelen, tevens commandant van de Marine Kazerne in Verstrooiing20as20van20Van20Dulm20op20zee20in201991 Amsterdam. 

Tijdens de Watersnoodramp (31 januari -1 februari 1953) leidde hij de militaire reddingsoperatie in de overstroomde gebieden in het zuiden van Nederland. Datzelfde jaar volgde ook zijn benoeming tot hoofd van het Bureau Inlichtingen van de Marinestaf. Met ingang van 4 september 1958 bevorderde men Van Dulm tot commandeur. 

Kort voordat hij de dienst in 1962 verliet kreeg hij de opdracht om de functie van Hoofd van de Afdeling Marine Historie van de Marinestaf te gaan vervullen. Na het verlaten van de dienst was Van Dulm actief op diverse terreinen. 

Hij schreef of droeg bij aan diverse boeken en geschriften, zoals:

Naast dit werk was Van Dulm ook nog actief als voorzitter van de Algemene Organisatie Commissie van een toernooi van de Koninklijke Nederlandse Wielrenunie. Hij was zelf ook een enthousiast wielrenner. Vijf jaar lang bekleedde hij de functie van voorzitter van de door hem opgerichte Reunisten Vereniging  der Onderzeedienst.

Van Dulm overleed op 83-jarige leeftijd op 20 augustus 1991 in Wassenaar. De crematie vond plaats in Den Haag en zijn as werd later op zee uitgestrooid. 

Decoraties