Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Boers123


Beginjaren: de Java-oorlog

Laurens Adriaan Boers (Koudekerk, 27 maart 1804 - Weltevreden, 13 januari 1862) trad op 25 juni 1818 als cadet voor de marine in dienst op de Artillerie- en Genieschool te Delft. Hij werd tot adelborst eerste klasse bij de Nederlandse marine benoemd op 3 augustus 1821 en ondernam in 1822 een reis naar West-Indië op Zr. Ms. korvet Eendracht. Op zijn verzoek werd hij op 18 oktober 1823 eervol ontslagen; hij nam als buitengewoon luitenant-ter-zee tweede klasse opnieuw dienst bij de koloniale marine op 26 februari 1825 (effectief per 25 juli 1825) en werd per 1 maart 1825 belast met de instructie voor de cadetten voor de zeedienst aan boord van Zr. Ms. fregat De Dageraad (Soerabaja).

Toen de Java-oorlog uitbrak werd Boers op diens verzoek op 1 oktober 1827 gedetacheerd bij het leger te velde als dienstdoende artillerie-officier. Hij verkreeg later de Java-medaille en keerde per 1 maart 1828 terug bij de marine, waar hij benoemd werd tot adjudant van de commandant van de haven en equipagemeester te Soerabaja. Hij keerde op 2 april 1829 per Zr. Ms. korvet Triton van Batavia terug naar Nederland, gedurende welke reis zijn broer, Carolus Johannes Boers, aan boord van dit schip overleed.

Belgische opstand

In 1830 was hij nog met verlof in Nederland en werd op eigen verzoek, tijdens de Belgische Opstand, per 15 oktober van eerder genoemd jaar, gedetacheerd bij de tiende afdeling van het mobiele leger. Boers werd op 17 februari 1831 benoemd tot eerste luitenant (met terugwerAntwerpen Aanval 1833kende kracht tot 15 oktober 1830). Dat was tevens met de bepaling dat hij onder de eerste luitenants bij het wapen der infanterie rang zou nemen, te rekenen van de datum op welke hij, voorlopig, bij de tiende afdeling infanterie was begonnen te dienen.

Boers nam in 1832 deel aan de veldtocht tegen een Franse overmacht op de Citadel van Antwerpen; hij was met name actief als commandant tijdens de inname van de Lunette St-Laurent. Op 14 december 1832 werd hij krijgsgevangen gemaakt en hieruit ontslagen op 16 juni 1833. Bij Koninklijk Besluit van 5 april 1832 werd hij begiftigd met het Metalen Kruis en met de medaille voor de Citadel van Antwerpen. Hij werd bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1833 nummer 86 tevens benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde. De personen die bij dit Koninklijk Besluit benoemd werden waren persoonlijk door generaal D.H. Chassé aangewezen en deze nomineringen werden vervolgens bij genoemd Koninklijk Besluit bekrachtigd.

Strijd op Sumatra

Op 6 februari 1837 werd Boers bevorderd tot eerste luitenant-adjudant en overgeplaatst bij de Oost-Indische veldtroepen (besluit van 26 februari 1837 nummer 125); hij vertrok naar Indië aan boord van De Zeeuw op 11 april 1837 en kwam te Anjer aan op 27 september 1837. Aldaar werd hij geplaatst bij het algemeen depot (5 oktober 1837) en bij besluit van 1 december 1837 nummer 7 bevorderd tot kapitein. In 1838 nam hij deel aan de expeditie in de XIII Kotta's op Sumatra's Westkust, in 1839 werd hij geplaatst bij het zevende algemene depot aldaar en op 9 februari 1840 overgeplaatst bij het tiende bataljon infanterie.

Boers verkreeg bij Koninklijk Besluit van 19 maart 1841 nummer 91 de Militaire Willems-Orde derde klasse wegens bewezen diensten op Sumatra's Westkust gedurende de jaren 1839 en 1840; dat betrof zijn werkzaamheden te Singkel en zijn gedrag tijdens de gevechten in de omgeving van Baros, waarbij hij in 1840 zwaargewond raakte door een schot in zijn rechterschouder. In 1841 nam hij deel aan de expeditie die was gezonden om de opstand te Batipo te onderdrukken. Boers werd op 7 januari 1845 bevorderd tot majoor bij het veertiende bataljon infanterie  en nam in 1846 deel aan de eerste expeditie naar Bali, als commandant van een helft van het veertiende bataljon infanterie.

De eerste expeditie naar Bali

De 28ste juni 1846 had de landing plaats, die plaats vond in drie linies van vaartuigen. De eerste linie was samengesteld uit 12 kruisprauwen, ieder voorzien van een stuk geschut onder commando van luitenant-ter-zee tweede klasse J.A. van Ommen; Van Ommzevende bataljonen zelf had de tweede colonne der landtroepen aan boord. De tweede linie bestond uit de barkassen onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse J.F. Sandifort, en bevatte de eerste colonne der troepen. Deze barkassen waren bedoeld om tussen de eerste linie door te varen en onder bescherming van het geschut het eerst de landing te doen.

Achter deze linie volgde de artillerie met toebehoren op vlotten en daarna de derde linie, samengesteld uit alle beschikbare sloepen der vaartuigen onder luitenant-ter-zee tweede klasse W.C.A.B.P. Arriëus; deze linie moest de derde colonne aan troepen aan de wal zetten. Aan de wal gekomen schaarden de troepen zich in slagorde onder bescherming van het geschut der schepen. Omdat een grote hoeveelheid vijanden zich plotseling aan de rechterflank vertoonde werd een verandering van front regis nodig geacht. De troepen werden verdeeld in drie colonnes en rukten met veel moeite door de rijstvelden voorwaarts.

De eerste colonne, onder bevel van majoor C.A. de Brauw, kreeg de last de aanval op Beliling te beginnen, terwijl de derde en tweede colonne, respectievelijk onder de bevelen van kapitein J.T. Loman en majoor L.A. Boers, de linkervleugel en de achterhoede zouden dekken. De eerste colonne rukte in stormmars op het dorp aan en had reeds de grote weg bereikt toen plotseling een hevig vuur op haar geopend werd uit een vAanval op de kampong Boenkoelanijandelijke batterij, wier aanwezigheid eerder niet opgemerkt was. Er volgde een hevige aanval van met pieken gewapende Balinezen, die de troepen noodzaakte op de derde colonne terug te trekken.

Eerste luitenant E.C.F. Happé dekte deze achterwaartse beweging door een goed onderhouden fusillade. Op dit tijdstip kreeg kapitein F. van Hautburg drie lanssteken en had zijn redding slechts te danken aan de moed en zelfopoffering van tweede luitenant Van Weerden en flankeur Stevens. Toen men tot aan de zuidkant van het dorp genaderd was vond men daar de derde colonne, alsmede de artillerie, onder bevel van kapitein W.K.H. Feuilletau de Bruyn, die het met grote moeite gelukt was om zich door een diep ravijn een weg te banen en een voordelig stelling in te nemen. Het gerichte vuur van deze artillerie bracht de vijand tot staan.

Latere loopbaan

Boers werd voor zijn verrichtingen te Bali bij Koninklijk Besluit van 6 december 1846 nummer 4 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Bij dit besluit werden diegenen beloond die zich loffelijk hadden onderscheiden bij gelegenheid van de expeditie tegen de vorsten van Beliling en Karang Assem op het eiland Bali op 28 en 29 juni 1846.

Boers werd overgeplaatst bij de vijfde afdeling depot op 20 mei 1847 en op 15 augustus 1848 bij het zevende bataljon; op 28 januari 1849 werd hij geplaatst bij het eerste bataljon en op 23 februari 1849 bevorderd tot luitenant-kolonel. Hij verkreeg tot herstel van zijn gezondheid bij gouvernementsbesluit vam 10 mei 1849 nummer 4 een verlof naar Nederland en keerde hiervan op 24 december 1851 terug per Diligentia. Hij vertrok op 29 augustus 1851 vanaf het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk om op de 31ste over te gaan aan boord van eerder genoemd schip, dat op stoom was te Rotterdam. Dit schip was bestemd voor Oost-Indië en onder commando van Boers stond een detachement van 100 onderofficieren en manschappen. 

Hogere militaire functies

Boers werd vervolgens geplaatst bij het bataljon op de Molukse eilanden (5 januari 1852), waar hij de daarop volgende drie jaar zou blijven. Bij besluit van 20 november 1854 nummer 3 werd hij bevorderd tot kolonel en benoemd tot tweede militaire commandant van Sumatra's Westkust en commandant in de Padangse Boven- of Benedenlanden.

Op 19 februari 1859 werd ter gelegenheid van de verjaardag van de Koning een parade gehouden te Fort de Kock; 's avonds kwam Boers een inspectie houden. Door officieren begeleid werd hij het kantinegebouw binnengevoerd, dat met groen versierd was. Er was een krans opgehangen, waarin het portret en de naamcijfers van Boers en een sierlijke krans waren aangebracht. Na afloop van de inspectie ontving hij nog een serenade, waarbij de zangers ieder een gekleurde lampion droegen. Boers bedankte na afloop iedereen hartelijk. [12] In 1860 (besluit van 19 mei 1860 nummer 3) werd hij aangesteld als commandant van de eerste militaire afdeling op Java en in juli 1861 benoemd tot lid bij de directie van het Weduwen- en Wezenfonds der officieren van de landmacht in Nederlands-Indië. 

Dood van Boers

In mei van datzelfde jaar kreeg hij een zilveren schenkblad aangeboden met het opschrift: Uit hoogachting. Aan kolonel L.A. Boers door de officieren der Padangse Bovenlanden. Hierbij was een perkamenten rol gevoegd, waarop alle namen vermeld stonden der officieren die toen onder zijn commando waren.

De gezondheid van Boers ging in deze jaren steeds meer achteruit en bij besluit van 22 december 1861 kreeg hij twee jaar ziekteverlof naar Nederland toegekend. Hij was echter al te ziek om de reis nog te kunnen ondernemen en overleed te Weltevreden op 13 januari 1862 in de leeftijd van 57 jaar.


 Bronvermelding

  • 's-Gravenhaagsche Courant. (10-08-1825)
  • Javasche Courant (09-04-1829)
  • Bredase Courant (08-03-1831)
  • Journal de la Haye. (30-12-1832)
  • Bredase Courant (08-02-1833)
  • Journal de la Haye (04-09-1946)
  • Algemeen Handelsblad (06-10-1846)
  • Algemeen Handelsblad (07-12-1846)
  • Middelburgse Courant (23-08-1851)
  • Nederlandse Staatscourant. (18-01-1855)
  • Java-bode (09-04-1859)
  • Java-bode. (24-07-1861)
  • Utrechtse Provinciale- en Stadscourant. (29-05-1861)
  • L.A. Boers. 13 januari 1862. Rotterdamse Courant 18-03-1862.
  • G.C.E. Köffler. De Militaire Willemsorde 1815-1940. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.

 

[ Terug ]

f t

Login