Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Guus de Jongh links en zijn vader rechts op Ambon


Dit artikel is mogelijk gemaakt door de familie. Alle foto's zijn hun eigendom. Het fotoalbum is hier te vinden.


Vroege loopbaan

Johan August (Guus) de Jongh (geboren te Magelang op 24 juli 1891 en verdronken in het Schulpengat op 4 oktober 1917), broer van Karel de Jongh en kleinzoon van Coenraad Alexander de Jongh,  kwam in augustus 1909 in aanmerking voor een plaatsing aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en werd met ingang van 22 december vanuit de rang van adelborst der tweede klasse bevorderd tot korporaal-adelborst. Met ingang van 28 juli 1910 ging hij van de derde naar de tweede afdeling over en op 14 augustus 1912 werd hij bevorderd tot adelborst der eerste klasse.

De Jongh werd met ingang van 16 september 1912 geplaatst aan boord van H.M. Jacob van Heemskerck, in mei 1913 overgeplaatst op H.M. De Ruyter en in september 1913 geplaatst op het H.M. opnemingsvaartuig Van Gogh. Deze laatste twee schepen bevoeren de Indische wateren. Bij Koninklijk Besluit en met ingang van 19 augustus 1914 werd hij bevorderd tot luitenant ter zee tweede klasse; het jaar daarop (24 juni 1915) keerde hij van Batavia per Prins der Nederlanden naar Nederland terug en werd hij bij beschikking van de Minister van Marine in augustus 1915 geplaatst op H.M. Koningin Emma. De Jongh schreef onder meer artikelen in de het Marineblad, waaronder een zeer uitgebreide studie over torpedo-tactiek. Hij trouwde in oktober 1916 in Arnhem met de Deense A.G.J. Hjortshöj

De redding

De Jongh verdronk tijdens een poging om milicien (landstormplichtig torpedist) Bartholomeus Blye van Hr. Ms. torpedoboot Pangrango te redden. De Pangrango was vroeg in dGedenkbanke morgen vertrokken voor een kruistocht buiten de zeegaten van Nieuwediep. De zee was zo ruw dat de commandant, luitenant ter zee tweede klasse Le Rütte, met De Jongh overlegde of het wellicht niet wijs zou zijn terug te keren.

Intussen sloeg Blye omstreeks zes uur in het Schulpengat door een stortzee overboord. De Jongh zag dat de toegeworpen reddingsboei te ver van de drenkeling terecht kwam, sprong overboord en bracht de boei naar Blye toe. Met behulp van de toegeworpen lijn werd deze toen naar de torpedoboot toegetrokken.

Bij de torpedoboot aangekomen leek De Jongh de kracht te missen zich aan de lijn vast te houden, schoot onder de boot door, kwam vervolgens nog even boven en verdween hierna in de diepte.

Na zijn dood

Het lichaam van De Jongh werd door de mijnenveger Texel op de zuidpunt van Texel opgevist; het werd overgebracht naar Nieuwediep en aldaar naar het ziekenhuis vervoerd. Bij Koninklijk Besluit van 24 november 1917 kreeg De Jongh postuum de gouden erepenning toegekend voor menslievend hulpbetoon en een loffelijk getuigschrift wegens de door De Jongh betoonde buitengewone moed bij zijn poging tot redding van een drenkeling in de Noordzee op 4 oktober, waarbij hij  het leven had verloren.

Het lichaam van De Jongh werd in Amersfoort onder grote belangstelling begraven. Namens de Minister van Marine voerde admiraal De Booy het woord en ook generaal Snijders prees de overleden luitenant ter zee. De geredde schepeling barstte aan het einde van de ceremonie, tijdens het leggen van een krans op het graf, in tranen uit.  

Verder eerbetoon

De Koninklijke Nederlandse Vereniging Onze Vloot kreeg van de weduwe van De Jongh toestemming om als eerbetoon aan de overleden zeeofficier op de rustplaats te Amersfoort een eenvoudig Trouwfoto van Guus de Jongh en zijn Deense echtgenotemonument te plaatsen. Te Willemsoord werd in de vestibule van het Koninklijk Instituut voor de Marine een gedenkplaat onthuld; tijdens deze plechtige gebeurtenis waren vele autoriteiten, officieren van zee- en landmacht, onderofficieren, adelborsten en schepelingen aanwezig.

De gedenkplaat was van marmer en bevatte naast een beeld van De Jongh in gouden letters de inscriptie: "Ter nagedachtenis van de moedige daad van wilskracht en zelfopoffering  van Johan August de Jongh, luitenant ter zee tweede klasse, geboren 19 juli 1891, overleden 4 oktober 1917. Hij zag dat een zijner mannen buitenboord was geslagen en zonder hulp verloren zou zijn: zonder aarzelingen, ondanks de hoge zee, sprong hij de drenkeling na, wist hem te redden, maar liet zelf daarbij het leven. Zijn jaargenoten." Commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine, J.J. Oudemans, sprak bij de onthulling een rede.


De bank

Meer over de bank van De Jongh kunt u onderstaand lezen: klikt u op de foto om de afbeelding van het artikel uit het tijdschrift voor Vrienden van het Marine museum, nummer 2013, 2 te lezen.

Bank 1Bank 2bank3bank4bank5

 

 

 


Bronvermelding

  • 1909. Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. In: Het Nieuws van de Dag, 20 augustus 1909
  • 1909. Marine en leger. In: Het Nieuws van de Dag, 24 december 1909
  • 1912. Zee en landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 1 september 1912
  • 1914. Leger en vloot. In: De Telegraaf, 18 augustus 1915
  • 1916. Familiebericht. In: Algemeen Handelsblad, 23 oktober 1916
  • 1917. Redding met droeve afloop. In: De Telegraaf, 4 oktober 1917
  • 1917. Het lijk van luitenant ter zee J.A. de Jongh gevonden. In: Algemeen Handelsblad, 17 oktober 1910
  • 1917. Begrafenis luitenant ter zee J.A. de Jongh. In: de Middelburgse Courant, 22 oktober 1917
  • 1917. Monument luitenant ter zee J.A. de Jongh. In: Algemeen Handelsblad, 7 november 1917
  • 1917. Gedenkplaat luitenant ter zee J.A. de Jongh. In: Nieuwe Rotterdamse Courant, 17 november 1917
  • 1917. Koninklijk Besluit. In: Algemeen Handelsblad, 28 november 1917
  • 1917. In memoriam. Johan August de Jongh.
  • Zie ook: de Facebookpagina

[ Terug

 

f t

Login