Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Kaart van het eiland Bali


Zie ook:


Inleiding

De eerste expeditie naar Bali was een strafexpeditie van het Nederlands-Indische leger naar het vorstendom Bali in 1846. Bali (indertijd ook wel klein Java genoemd) is een der Soenda-eilanden ten oosten van Java gelegen; het eiland is 105 vierkante geografische mijlen groot en telde indertijd 700.000 inwoners. Cornelis de Houtman bezocht het eiland al en werd er goed ontvangen maar in de loop der jaren was de verstandhouding minder goed geworden. Balische attributen

Bali was verdeeld in acht kleine staten, die door inlandse vorsten of Hoofden werden bestuurd. De voornaamste van hen waren de radja van Beliling Karang-Asam. Tot aan het jaar 1841 hadden de Balinezen hun onafhankelheid weten te bewaren; het Nederlandse gouvernement had elders genoeg te doen gehad om zich onnodig moeilijkheden op de hals te halen.

Toen er echter in 1841 en 1843 verdragen werden gesloten tussen inlandse vorsten en het Nederlandse gouvernement die niet werden nagekomen en de Balinezen een vijandige houding begonnen aan te nemen en vooral de radja van Beliling herhaalde malen alle regels in de wind sloeg en de Nederlandse vlag beledigde was de maat vol.

Toen de radja verantwoording moest afleggen nam hij een aanmatigende houding aan, die het gouvernement niet over zijn kant kon laten gaan omdat andere gebieden dan ook in opstand zouden kunnen komen.

Eerste expeditie naar Bali in 1846

In 1846 werd een expeditie uitgezonden, bestaande uit het zevende en drie compagnieën van het veertiende bataljon infanterie, een bergbatterij, een detachement genietroepen en 500 man hulptroepen, onder bevel van luitenant-kolonel Bakker. HBalineze wapenset expeditionaire korps werd overgebracht en begeleid door 23 oorlogsschepen en 17 andere vaartuigen.

De zeemacht stond onder bevel van schout-bij-nacht Van den Bosch; de vloot telde 1.280 man en was bewapend met 115 vuurmonden; op 20 juni 1846 verscheen zij op de rede van Besuki en een week later op de rede van Beliling. Aan boord van de schepen bevond zich de expeditionaire macht, sterk 1700 man, waarvan 400 Europeanen onder bevel van Bakker.

Men had de radja een ultimatum van drie maal 24 uur gesteld, dat op de 17de juni, de dag waarop de expeditie voor Beliling verscheen, juist verstreken was. De volgende dag debarkeerden de troepen onder leiding van zeeofficier De Smit van den Broecke en onder bescherming van het scheepsgeschut.

Het eiland Bali (105 geografische mijl groot) telde omstreeks 700.000 inwoners en indien zij samen zouden gaan werken met Beliling was er een krachtige tegenstand te verwachten.490px-Brauw ca Er waren niet minder dan 10.000 Balinezen verenigd om de landing te beletten en Beliling werd aan de zeezijde beschermd door een geduchte versterking, waarvan de epaulementen ruim 6 meter hoog waren, en twee batterijen; er werd door de Nederlandse troepen nu stelling genomen in de sawahs, om de versterkte kampong gelegen.

In drie colonnes werd tegen de vijandelijke positie opgerukt, onder aanvoering van de majoors De Brauw, Boers en kapitein Lomon, De Brauw zou de eigenlijke aanval ondernemen. Terwijl het scheepsgeschut de kampong onder vuur nam, veroverden de troepen ondanks het hevige geschut der Balinezen, de sterke stellingen; nadat de nacht op het terrein was doorgebracht en enige aanvallen van de vijand waren afgeslagen, werd de volgende morgen de hoofdplaats Singa Radja genomen.

 

De militaire verrichtingen

De 28ste juni had de landing in alle orde plaats en hetzelfde gebeurde in drie linies van vaartuigen. De eerste linie was samengesteld uit 12 kruisprauwen, elk met een stuk geschut voorzien, onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse J.A. van Ommeren; deze had de tweede colonne der landingstroepen aan boord.
Boers L A De tweede linie bestond uit de barkassen, onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse J.F. Sandifort en bevatte de eerste colonne der troepen.
 
Deze barkassen waren bestemd om tussen de eerste linie door te varen en onder bescherming van het geschut het eerst de landing te doen. Achter deze linie volgde de artillerie met toebehoren op vlotten en daarna de derde linie, samen gesteld uit alle beschikbare sloepen der vaartuigen, onder bevel van luitenant ter zee tweede klasse W.C.A.B.P. Arrieüs; deze linie moest de derde colonne der troepen aan land zetten. Aan de wal gekomen schaarden de troepen zich in slagorde onder bescherming van het geschut der schepen. Een massa vijanden vertoonde zich plotseling aan de rechterflank, waardoor een verandering van het front rechts nodig werd geacht.
 

Men verdeelde zich toen in drie colonnes en rukte niet zonder moeite door de rijstvelden voorwaarts. De eerste colonne, onder aanvoering van majoor De Brauw, kreeg last om de aanval op Beliling te beginnen terwijl de derde en tweede colonnes, respectievelijk onder de bevelen van kapitein J.T. Loman en majoor L.A. Boers de linkervleugel en de achterhoede zouden dekken. 800px-Het zevende bataljon tot de aanval oprukkend

De eerste colonne rukte in stormmars op het dorp aan en had reeds de grote weg bereikt toen plotseling een moorddadig vuur op haar geopend werd uit een vijandelijke batterij, wier aanwezigheid men eerder niet opgemerkt had. Een hevige aanval van meest met pieken bewapende Balinezen noodzaakten de troepen op de derde colonne terug te trekken, die meer zuidwaarts van Beliling post had gevat.

Eerste luitenant Happé dekte deze achterwaartse beweging door een goed onderhouden fusillade; het was op dit tijdstip dat kapitein F. van Hautburg drie lanssteken verkreeg en zijn redding alleen te danken had aan de moed van tweede luitenant van Weerden en zijn flankeur Stevens.

Toen men de zuidkant van het dorp naderde vond men daar de derde colonne, onder bevel van kapitein Feuilletau de Bruyn, die het niet zonder veel moeite en inspanning gelukt was om zich door een diep ravijn een weg te banen en een zeer voordelige stelling in te nemen; het goed gerichte vuur van zijn artillerie bracht de vijand tot staan.

800px-De artillerie voor Djaga RagaOndertussen hadden de schepelingen een landing beproefd om de landmacht ter hulp te komen; een grote groep vijanden viel op deze zeemacht aan, waardoor zij een groot verlies te lijden had en zich genoodzaakt zag terug te trekken.

Luitenant ter zee eerste klasse L.F. van Hoogehuizen, commandant van Zr. Ms. schoener Kameleon werd bij deze aanval dodelijk en luitenant ter zee tweede klasse C.A. Vreede, commandant van het landingsdetachement, alsmede verscheidene schepelingen, lichtgewond.

Ondertussen behaalde de tweede colonne op de linkerflank grote voordelen, joeg de vijand uit zijn zuidelijke stellingen, rukte verder voorwaarts en was op het punt om het dorp, dat voor de Kraton lag, te overvallen, toen zij order kreeg om tot hulp van de eerste colonne terug te trekken. De Nederlandse troepen herhaalden toen een aanval op Beliling; het kanonvuur dreef de Balinezen uit hun borstweringen en de granaten van de schepen staken het dorp in brand.De vijand vluchtte nu naar alle kanten, de Nederlandse troepen trokken Beliling binnen en bivakkeerden 's nachts op het slagveld.

Resultaat

De vorsten van Karangasem en van Beliling kwamen hun onderwerping aanbieden en de bevolking keerde naar haar woningen terug; toen gouverneur-generaal Rochussen op Bali aankwam vond hij de vijand onderworpen.

750px-Aanval op de kampong BoenkoelanMet de vorsten van Karangasem en Beliling werden nieuwe traktaten gesloten, die hun verplichtingen tegenover het Nederlands-Indische gouvernement nader regelden; die vredesvoorwaarden echter, de 12de juli getekend, zouden door de Balinezen met voeten getreden worden.

Het gouvernement had, weliswaar, te Beliling een fort gebouwd, dat door 200 man bezet zou blijven om de bevolking in bedwang te houden en de naleving van de gemaakte overeenkomst te verzekeren maar men had niet verwacht dat de oorlog zo spoedig opnieuw ontbranden zou als later het geval bleek.

 


Bronvermelding

  • 1846. Nederlandse koloniën. Algemeen Handelsblad. (06-10-1846)
  • 1876. A.J.A. Gerlach. Nederlandse heldenfeiten in Oost Indë. Drie delen. Gebroeders Belinfante, Den Haag.
  • 1900. W.A. Terwogt. Het land van Jan Pieterszoon Coen. Geschiedenis van de Nederlanders in oost-Indië. P. Geerts. Hoorn
  • 1900. G. Kepper. Wapenfeiten van het Nederlands Indische Leger; 1816-1900. M.M. Cuvee, Den Haag.

 

 

f t

Login