Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

1920 K-de-Jongh


Dit artikel is mogelijk gemaakt door de familie, die delen van het archief ter beschikking stelde. Alle foto's zijn hun eigendom.


Familie

De Jongh was de derde zoon van Coenraad Alexander de Jongh, (1853-1934) en Constance Antoinette Maria Louise de Brauw (1852-1932), kleinzoon van Coenraad Alexander de Jongh (1803-1878) en broer van Johan August de Jongh. Hij was een zwager van Robbert Theophile Hees.1931 gezin-de-Jongh-Hees

Hij trouwde op 11 augustus 1919 te Bandoeng met de plantersdochter en onderwijzeres Mathilde Elisabeth Hees (1899-1964). Het echtpaar kreeg vijf kinderen: Antoinette Amelia (Arnhem 1920), Jan Coenraad (Rijswijk 1921), Else Constance (Makassar 1924), Robbert Theophille (Bandoeng 1926) en Louis Johan (Bandoeng 1928).

Vroege loopbaan

De Jongh (geboren op 30 januari 1888 te Buitenzorg, overleden te Den Haag, 12 december 1969) volgde vanaf 12 september 1904 de cadettenschool en legde aldaar in juli 1906 het vergelijkend examen voor toelatinin-het-veld-1g als cadet aan de Koninklijke Militaire Academie af. Hij kwam met ingang van 2 oktober 1906 voor plaatsing in aanmerking bij de afdeling infanterie in Nederlands-Indië en werd in mei 1907 bevorderd tot korporaal, gedetacheerd bij het tweede regiment infanterie te Den Bosch.

De Jongh behaalde in juli 1909 het examen voor de rang van tweede luitenant en werd op 24 juli hiertoe benoemd. De officiële benoeming vond op zaterdag 14 augustus te Nijmegen plaats, toen De Jongh voor het front der troepen van de Koloniale Reserve werd beëdigd.

Hij vertrok in september 1910 met het stoomschip Ophir vanaf Rotterdam naar Nederlands-Indië, terwijl hij, samen met tweede luitenant der infanterie J. Ph. Wissema, een detachement koloniale militairen, bestaande uit 2 sergeanten, 2 korporaals en 25 soldaten, begeleidde. Na aankomst werd hij geplaatst bij het rechterhalf vijftiende bataljon infanterie en in mei 1911 overgeplaatst naar het vijftiende bataljon. Een jaar later, in mei 1912, werd De Jongh geplaatst bij het garnizoensbataljon van Ambon en Ternate, korpsgedeelte te Amboina (afdeling genie), en op 10 juli van datzelfde jaar bevorderd tot eerste luitenant.

Hogere Krijgsschool

De Jongh werd in augustus 1915 overgeplaatst naar het eerste depotbataljon, in april 1916 geplaatst bij het zestiende bataljon en in juni van dat jaar aangesteld als instructeur bij de Militaire School te Meester Cornelis, gevoerd à la suite van zijn wapen. Op eigen verzoek werd De Jongh in 1918 teruggeplaatst bij zijn wapen te Batavia. In augustus 1919 nam hij deel aan het examen voor de Hogere Krijgsschool, waarvoor hij slaagde, en de twintigste augustus vertrok hij per Prins der Nederlanden voor dit doel naar Nederland. Bij de Krijgsschool zou De Jong de krijgskundige en intendantcolleges gaan bijwonen.

vliegtuig detectiehoorn1920-21 Vliegtuigdienst NL

 

 

 

 

Terwijl de Jongh aan de Krijgsschool studeerde werd hij bij gouvernementsbesluit (nummer 28) van 25 juli 1920 bevorderd tot kapitein en nam hij deel aan het officierenschermfeest te Maastricht, waar hij de finale behaalde. Hij keerde op 23 december 1922 met de Prins der Nederlanden vanaf Amsterdam naar Batavia terug (aankomst 27 januari 1923), waar hij  samen met onder meer Gerardus Johannes Berenschot diezelfde maand werd gedetacheerd bij het hoofdbureau van de Generale Staf en ingedeeld bij subsistentenkader te Bandoeng.  

Indische verrichtingen

Met ingang van 22 mei 1923 werd hij voor twee maanden gedetacheerd bij de tweede afdeling veldartillerie te Tjimahi  en kreeg hij een maand de tijd voor het bijwonen van de oefeningen van deze afdeling veldartillerie  te Bandjoebiroe. In november 1923 werd hij ter nadere indeling overgeplaatst bij het garnizoensbataljon van Celebes en Menado, met ingang van 24 oktober 1924 belast met het bestuur van de onderafdeling Boeton en in augustus 1925 tijdelijk belast met het civiele bestuur over de afdelingen Boeton en Laiwoei (Toekan Besi eilanden). In maart 1926 werd hij van Celebes naar het subsistentenkader te Bandoeng overgeplaatst en op 3 juli geplaatst bij de Generale Staf en ingedeeld bij het hoofdbureau te Bandoeng.

1924  Loewoek1924-1926 K de Jongh

 

 

 

 

 

In oktober 1928 werd bij gouvernementsbesluit een commissie van advies ingesteld betreffende een splitsing van de uitgaven  op de negende begrotingsafdeling, in uitgaven voor de defensie en uitgaven voor de handhaving van de binnenlandse orde en rust. De Jongh werd binnen deze commissie benoemd tot lid, tevens secretaris. Hoofd der commissie was luitenant-kolonel  der militaire administratie, tevens hoofd van de vijfde afdeling van het Ministerie van Oorlog, I.P.L. Bouwman. In maart 1929 had De Jongh zitting in de examencommissie tot toelating tot de Hogere Krijgsschool te Den Haag.

1930 BandoengBandoeng opa op paard

 

 

 

 

 

 

Latere loopbaan

 Samen met de aan de Koninklijke Militaire Academie toegelaten aspirant officieren, waarover hij de leiding had, vertrok De Jongh op 17 juli 1929 met de Insulinde naar Nederland. De Jongh reisde ook naar Nederland omdat hij, na zes jaar onafgebroken dienst als officier, met ingang van 1 augustus 1929, acht maanden verlof had gekregen. Hij vestigde zich tijdelijk te Arnhem en keerde op 19 februari 1930 per Tabanan naar Nederlands-Indië t1938-k-de-jongherug, waar hij werd teruggeplaatst bij zijn wapen en ingedeeld bij het negende bataljon te Tjimahi. Op zijn verzoek werd hij op 27 januari 1931 voor de periode van een jaar met ingang van 3 augustus op nonactiviteit gesteld. Bij besluit van 29 mei 1931 werd hij bevorderd tot majoor en bij besluit van 17 juli 1931 met ingang van 3 augustus 1931 op zijn verzoek eervol ontslagen uit de militaire dienst.

De Jongh vertrok vervolgens met zijn gezin op 5 augustus per Johan de Witt naar Nederland en bekleedde later de functie van leraar wiskunde aan de Thymstra HBS aan de Sweelinckstraat te Den Haag.  Van 1937 tot 1946 beheerde hij daarnaast een internaat voor jongens met ouders in het buitenland. Hij bezat het Ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven, met de gesp Ceram residentie Ambon 1915 en het Onderscheidingsteken voor langdurige Nederlandse dienst als officier (1925). Hij overleed in 1969 te Den Haag.

opahoornblazer-mapPatrouille-OA2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie

De Jongh schreef in het januarinummer (1916) van het Indisch Militair Tijdschrift het artikel De schietopleiding. Weerwoord aan Alif (bladzijde 439) en daarnaast het voorwoord in het orgaan van de Nederlands Indische Officieren Vereniging (1929) over Een zeer vereenvoudigde compagnies administratie.

In dit laatste artikel betoogde hij dat: de grote differentiatie die in de wekelijkse inkomsten der soldij genietende militairen was gebracht de toename van het aantal inhoudingen, die nu eenmaal niet numeriek konden worden verantwoord, en de invoering van verschillende maandelijkse betalingen, waarvoor een afzonderlijke nominatieve  en maandelijkse verantwoording nodig was, de aantoning ongeschikt maakten als  als verantwoordingsstuk. Aldus laakte De Jongh de complexiteit der compagniesadministratie en trachtte hij oplossingen aan te dragen hiervoor.


Bibliografie

  • 1916. De schietopleiding. Weerwoord aan Alf. Indisch Militair Tijdschrift.
  • 1929. Een zeer vereenvoudigde compagnies administratie. Orgaan van de Nederlands Indische Officieren Vereniging.

 Bronvermelding

  • Stamboek, zie onder archief
  • 1906. Koninklijke Militaire Academie. In: Leeuwarder Courant, 2 augustus 1906
  • 1909. Koninklijke Militaire Academie. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 29 juli 1909
  • 1909. Leger. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 13 september 1909
  • 1910. Zee- en landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 10 september 1910
  • 1910. Batavia, 14 oktober 1910. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 14 oktober 1910
  • 1911. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 27 mei 1911
  • 1912. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 13 mei 1912
  • 1912. Bevorderingen. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 11 juli 1912
  • 1915. Militair Departement. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 9 augustus 1915
  • 1916. Militair Departement. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 11 april 1916
  • 1916. Militair Departement. In: De Telegraaf, 14 augustus 1916
  • 1919. Krijgsschoolexamens. In: Algemeen Handelsblad, 19 januari 1919
  • 1919. Leger en Vloot. In: Algemeen Handelsblad, 3 september 1919
  • 1920. Cursussen voor officieren en onderofficieren. In: Het Vaderland, 30 juli 1920
  • 1921. Officierenschermfeest te Maastricht. In: Algemeen Handelsblad, 15 mei 1921
  • 1922. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 18 december 1922
  • 1922. Passagierslijst. In: De Tijd, 22 december 1922
  • 1923. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 16 april 1923
  • 1923. Leger en vloot. In: Algemeen Handelsblad, 6 november 1923
  • 1925. Onze Oost. Leger en vloot. In: Algemeen Handelsblad, 18 augustus 1925
  • 1926. Militair Departement. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 7 juli 1926
  • 1928. Splitsing staatsbegroting. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 29 oktober 1928
  • 1929. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 13 februari 1929
  • 1929. Intendence studies. In: Bataviaasch Nieuwsblad, 28 maart 1929
  • 1929. Aspirant officieren. In: Soerabajasch Handelsblad, 20 juni 1929
  • 1930. Militaria. In: De Indische Courant, 26 februari 1930
  • 1931. Militaria. In: Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 29 juli 1931

Archief, stamboek

Stamboek1Stamboek2Stamboek 3

Stamboek4

 

 

 

 

 

 


 

[ Terug

 

f t

Login