Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Tromp123


Zie ook het filmpje van de tewaterlating van de Tromp


Inleiding

Hr. Ms. Tromp, onder haar bemanning bekend als "het gelukkige schip", was een lichte kruiser (Tromp klasse), in 1935 besteld bij de Nederlandse Scheepsbouwmaatschappij  te Amsterdam (Julianadok) en voor rekening van de Koninklijke Marine gebouwd. De Tromp was uitgerust met 15 cm kanonnen en haar commandantssloep, die een snelheid kon bereiken van 20 mijl, was bewapend met mitrailleurs. Het schip werd op 18 augustus 1938 door de Minister van Defensie te Den Helder in dienst gesteld en bracht op een van haar eerste tochten (onder commando van kapitein ter zee L.A.C.N. Doorman, broer van Karel Doorman) een niet formeel bezoek aan Portsmouth. Of de start van de Tromp onder een goed gesternte plaatsvond was de vraag: al tijdens een der eerste oefeningen op de Noordzee sloeg een matroos eerste klasse door een stortzee overboord en verdronk.

Wel vervulde de Tromp in november 1938 een glansrol tijdens het bezoek van de Koning der Belgen, toen zij geheel gepavoiseerd en geïllumineerd op haar ligplaats op het IJ nabij het BPM complex lag te glanzen. Begin 1939 voer zij (nog steeds onder Doorman) voor een oefenreis naar Bordeaux, vanwaar zij op 28 maart vertrok naar Amsterdam, om vervolgens een reis door de Noorse wateren te maken. Op 18 juni zette ze, uitgezwaaid door duizenden toeschouwers,  vanuit Den Helder via het Suez-kanaal koers naar Nederlands-Indië. 

In de Indische wateren

Deze periode begon glansrijk voor de Tromp met optredens van de scheepskapel in Soerabaja en het bezoek van de gouverneur-generaal ter rede van Atjeh, waarbij de Tromp, schitterend geïllumineerd, luid haTromp in actiear kanonnen liet dreunen. Eind 1941 was het commando over het schip overgenomen door overste De Meester en begon de dreiging van de Japanse oorlogsvloot zich steeds meer te doen gevoelen. Op 24 november 1941 zette de Tromp met hoge snelheid koers naar Fremantle om te proberen HMAS Sydney op te sporen, die kort daarvoor in gevecht was geraakt met een Duitse raider, het koopvaardijschip Kormoran. De Tromp liet haar Fokker W14 verkenningsvliegtuig te water, vond echter geen schip en keerde onverrichterzake naar de Indische wateren terug om verder te gaan met patrouilleren.

Al in september 1941 was de spanning steeds tastbaarder geworden en werd algemeen door de bemanning van de Tromp verwacht dat men al wel snel in een gevecht verwikkeld zou raken. Toch was men optimistisch ingesteld want men dacht dat met "een schip en een gehele vloot die goed opgewerkt waren men de "dikke brillenglazen" (Japanners) wel snel een lesje zou leren" (De vierde bondgenoot, bladzijde 29). Tot de aanval op Pearl Harbour al het optimisme vernietigde. 

De oorlog breekt uit 

Toen Nederland Japan de oorlog verklaarde, op 8 december 1941, was de Tromp bezig met patrouilles te varen in Straat Karimata en Straat Gaspar. Tot midden januari 1942 patrouilleerde zij in Straat Makassar en de Javazee en op 3 februari ging zij deel uit maken van een gecombineerd eskader met de kruisers De Ruyter, Houston en Marblehead, de KM torpedoboTromp op zeeotjagers Van Ghent, Piet Hein en Banckert en vier Amerikaanse torpedobootjagers. De dag daarop werd deze gecombineerde vloot bij de Kangeaneilanden (ten noorden van Bali) aangevallen door Japanse vliegtuigen. De Houston en Marblehead raakten bij deze actie beschadigd maar konden nog wel naar de basis terugkeren.

De 14de februari werd de gecombineerde macht opnieuw uitgezonden, ditmaal om een Japanse aanvalsmacht, die een landing van Japanse troepen op Banka begeleidde, te onderscheppen. De 15de werden de geallieerde schepen tijdens het passeren van Straat Gaspar aangevallen door golven van Japanse bommenwerpers en jagers.  Na het verbreken van de formatie manoeuvreerde ieder schip op eigen gelegenheid om de bommen te ontwijken.  Vier dagen na deze aanval werd de Tromp ingedeeld bij een tweede eskader van schepen, die was uitgezonden om twee Japanse troepenschepen, geëscorteerd door vier torpedobootjagers, onderweg naar de zuidkust van Bali, te onderscheppen. 

De strijd intensiveert

Dit tweede eskader arriveerde in de nacht van 19 februari op zijn bestemming. Aan boord had iedereen de gevechtspositie ingenomen en was er extra munitie aan dek geplaatst. Kort daarop kregen de uitkijkposten troepenschepen over bakboord in zicht en werden de kanonnen, zoeklichten en torpedoTromp in 1945's daarop gericht. Toen volgde echter vuur over stuurboord, waarop alles herplaatst werd en gericht op het nieuwe doel, twee Japanse oorlogsschepen.  De Tromp werd geraakt door een voltreffer, waardoor veel doden en gewonden (10 doden en 16 zwaargewonden) vielen. De machinekamer en de ketels waren gelukkig niet beschadigd, zodat de Tromp op koers kon blijven.

Het schip bereikte uiteindelijk de haven van Perak, waar de gewonden en doden aan wal werden gebracht, en zette vervolgens voor reparatie koers naar Fremantle. Slechts enkele minuten voordat Japanse oorlogsschepen de Straat Bali voor verkeer afsloTromp in 1938ten, voer de Tromp door deze zeestraat en bereikte veilig Australië. "Het gelukkige schip" overleefde aldus om verder te vechten en gedurende de oorlog het symbool te worden van het Nederlandse verzet. De Japanners intussen verklaarden tijdens de oorlog een aantal malen dat zij de Tromp eindelijk tot zinken hadden gebracht, maar deze beweringen benaderden nooit de werkelijkheid want de Tromp bleef fier overeind. 

De Tromp in het verdere verloop van de oorlog

De Tromp vertrok op 21 februari 1942 voor reparatie naar Fremantle, waar zij op 27 februari aankwam.  Als een der eerste schepen van de KPM-vloot werd zij de dan komende jaren ingezet in de strijd. Na enige noodreparaties voer de Tromp door naar Sydney, waar zij verder gerepareerd werd en voorzien van twee 7.6 inch kanonnen, zes 20 mm Oerlikon machinegeweren, radar en een mijnenkabel. Al snel werd zij met HMAS Arunta en USS Perkins uitgezonden om ter hoogte van Newcastle naar Japanse onderzeeboten te zoeken.  Op 31 mei verliet zij, met commandant Frederik Stam aan het roer,  met een convooi Sydney Harbour voor een reis naar Port Moresby en begin juli begeleidde zij een convooi naar Fremantle, waar zij zich aansloot bij de Zevende Amerikaanse vloot.

De Zevende Amerikaanse vloot deed escortetaken in de Australische wateren en de Indische Oceaan. Op 13 januari 1944 sloot de Tromp zich aan bij de British Eastern Fleet in Colombo en bleef daar gedurende meer dan een jaar, samen met de torpedobootjagers Tjerk Hiddes en Van Bemanning TrompGalen. Tien dagen later werd zij overgeplaatst naar Trincomalee, de basis van de Eastern Fleet, wat de dan komende negen maanden haar thuisbasis zou blijven. Op 16 april 1944 verliet de Tromp, als onderdeel van de taskforce die was bestemd voor Sabang en Operatie Cockpit, de haven. De strijdmacht bestond uit twee vliegdekschepen, zes kruisers en vijftien torpedobootjagers; deze macht bracht aanzienlijke schade toe aan de haven en schepen in Sabang en aan de militaire installaties. De 21ste april keerde men weer op de basis terug. 

Verrichtingen tegen het einde van de oorlog

Binnen drie weken na deze actie keerden de schepen terug in de Indische Oceaan, waar een aanval op Soerabaja was voorbereid. De vloot tankte in de Exmouth Golf en het vliegdekschip Saratoga viel 2 dagen later, 17 mei, de haven, werven en Massagraf voor de geneuvelden van Hr. Ms. Trompde Wonkromo raffinaderij aan, waarna de schepen, op de Saratoga na, die naar de Verenigde Staten terugkeerde, naar de basis terugvoeren.  Om de druk op de Japanners verder op te voeren werd een volgende aanval op Sabang voorbereid, Operatie Crimson. Voor dit doel vormden de geallieerden een gecombineerde strijdmacht, bestaande uit twee vliegdekschepen, vier slagschepen, zeven kruisers en tien torpedobootjagers, die op 25 juli 1944 de aanval begon.

De schepen, vooraf gegaan door een bombardement van de vliegtuigen, openden het vuur op haveninstallaties, kazernes, radiostations; terwijl zeven torpedobootjagers de radarinstallaties beschoten voeren drie torpedobootjagers samen met de Tromp de haven binnen om haveninstallaties en olietanks te vernietigen.  Weliswaar werd de Tromp door drie voltreffers geraakt, maar deze veroorzaakten slechts lichte schade.  Deze Sabangmissie in het holst van de leeuw met drie vijandelijke voltreffers maar weinig schade, versterkte het vertrouwen van de bemanning in het geluk van de boot die ook heden ten dage nog bekend staat als het "gelukkige schip", Hr. Ms. Tromp


Bronvermelding 

Zie ook


 [ Terug ]

f t

Login