Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Louis-Jan-Jarman


Dit artikel is mogelijk gemaakt dankzij de familie. Alle foto's zijn hun eigendom. Zie ook het fotoalbum


Familie

Jarman was de zoon van Mea Eeftinck Schattenkerk en Henri Jarman. Hij verloofde zich in september 1932 met Willy Ferwerda, dochter van vlootvoogd en vice admiraal H. FerwerdLou-Jarman-19272a. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Henri (1935, overleden door een ongeluk in 1964), Hein Louis Jan (1937, overleden in datzelfde jaar) en Johanna Wilhelmina Marie (1938).

Jarman was een halfbroer van Robbert Theophile Hees, de zoon van zijn moeder uit een eerder huwelijk met Jan Pieter Hees.

Vroege loopbaan

Louis Jan (Lou) Jarman (Tasikmalaja, geboren op 22 januari 1910 en overleden in de Zuid Chinese Zee op 25 december 1941) kwam in augustus 1926 in aanmerking voor plaatsing bij de vierjarige opleiding voor de zeedienst aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord.

In 1930 nam hij als stuurman deel aan de wedstrijd van de Koninklijke Marine Jachtclub in Den Helder, waarbij hij (in de rang van sergeant adelborst) met het schip van de Koninklijke Marine Kijkduin eerste werd bij de handicap voor overdekte jachten klasse B en C. Datzelfde jaar participeerde hij ook in de webstrijden van de Koninklijke Officiersschermbond, waar hij achtste werd. Vanuit de rang van adelborst bij de eerste afdeling voor de zee dienst werd hij op 28 augustus 1930 bevorderd tot luitenant ter zee derde klasse en vertrok op 7 oktober van datzelfde jaar met het stoomschip Marnix van St. Aldegonde van de Maatschappij Nederland naar Nederlands-Indië.

 Interview-Joke-J1934-Lou-en-WilSumatra

 

 

 

Werkzaamheden in de Indische wateren

Jarman werd aldaar geplaatst op Hr. Ms. Sumatra en in november 1931 overgeplaatst bij de Dienst Conservatie Torpedobootjagers. In januari 1932 werd Jarman ingezet op Hr. Ms. Witte de With en in augustus van datzelfde jaar overgeplaatst naar het station voor onderzeeboten. Hij werd op 28 augustus 1932 bevorderd tot luitenant ter zee tweede klasse en overgeplaatst op Hr. Ms. Evertsen.

De Evertsen vertrok de 27ste december samen met de Piet Hein (beiden torpedobootjagers) naar Nederland; de schepen stonden onder het oppercommando van kapitein luitenant ter zee K.W.F.W. Doorman, tevens commandant van de Evertsen. Jarman werd in maart 1934 bij de Marinekazerne te Amsterdam geplaatst en volgde met ingang van 2 november 1934 bij de radiodienst der Marine een cursus.

Commandant van onderzeeboten 

In oktober 1935 werd hij overgeplaatst naar de onderzeedienstkazerne te Willemsoord, per 9 mei 1936 ter beschikking gesteld, in juni overgeplaatst naar de onderzeebootdienst in Nederlands-Indië  en in juli 1936 geplaatst op Hr. Ms. K XIV. Hij schreef in deze tijd een artikel over het ontstaan en de ontwikkeling van de onderzeebootdienst. Dit artikel werd breder bekend doordat De Tijd er in een paginagroot artikel op 29 november 1936 aandacht aan besteedde.

Jarman werd in december 1937 overgeplaatst op Hr. Ms. K XVII en in juli 1938 op de Hr. Ms. K XIII. Hij werd vervolgens, in juni 1939, overgeplaatst op Hr. Ms. K XII en vlak daarop naar de  Hr. Ms. O XVI.  Voordat Japan Nederlands-Indië kon bezetten vond er in de Indische wateren een hevige strijd plaats, gedurende welke Jarman was ingedeeld op Hr. Ms. K XVI.

Onderzeeboot KXIVKXIIICOLLECTIE TROPENMUSEUM Onderzeeboten van de Koninklijke Marine op de rede van Tandjong Priok TMnr 60030925

 

 

 

 

Oefeningen  in de Indische wateren

Jarman kreeg op 23 april 1941 het commando over Hr. Ms. K XVI opgedragen en vertrok op 19 mei naar het oostelijk gedeelte van de Indische archipel, waar hij in de eerste helft van juni bij Ambon voer. Op 23 juni kreeg Jarman van de eskadercommandant opdracht naar Soerabaja terug te keren en in juli 1941 diende hij met zijn schip oefeningen te verrichten in de westelijke Javazee. Vanaf  24 juli 1941 oefende de K XVI met de Britse strijdmacht te Sambo (Riouwarchipel), om de 16de te Soerabaja terug te keren.

De 19de vertrok de K X VI om tot 10 september 1941 met de Britse Marine in de omgeving van Singapore te oefenen en ging de 13de september te Soerabaja in onderhoud. Op 18 november 1941 werd het schip, samen met de Hr. Ms. XIV en Hr. Ms. XV, ingedeeld bij de derde divisie onderzeeboten en op 19 november vertrok zij samen met Hr. Ms. XIV naar de Javazee, om zich bij Hr. Ms. XV te voegen. De derde divisie werd vervolgens naar Tarakan gezonden, waar zij op 21 november 1941 aankwam om bewakingsdiensten te gaan verrichten. Jarman was zelf op 15 november 1941 bevorderd tot luitenant ter zee eerste klasse.

Jarman met vrouw en dochterJarman echtgenote en moederOnderzeeboot KXVI

 

 

 

 

 

 

Strijd in de Indische wateren

Op 8 december 1941 gaf Jarman aan Hr. Ms. K XV door dat er een sein was opgevangen dat de boodschap bevatte dat Japan in oorlog was met de Verenigde Staten. OmstLou-Jarman-037reeks diezelfde tijd meldde de commandant der zeemacht in Nederlands-Indië, vice-admiraal Helfrich, dat Nederland de oorlog aan Japan had verklaard. De derde divisie kreeg nu de opdracht om een linie ten noordwesten van de Stroomenkaap op Borneo te vormen, waardoor de noordelijke toegang tot Straat Makassar werd afgeschermd.

Op 11 december werd de derde divisie eerst met spoed opgeroepen naar de Javazee te varen maar er waren steeds tegenstrijdige berichten, zodat men direct daarop  de opdracht kreeg koers te zetten naar de Zuid-Chinese Zee. Op 12 december kreeg Jarman de instructie om naar de Arendseilanden (Javazee) te varen maar een een dag later toestemming om eerst Soerabaja binnen te lopen om brandstof in te nemen.  Omdat er echter verdachte bewegingen waren gesignaleerd werd deze order omgezet in het bevel voor de derde divisie om zich te centreren in de Zuid-Chinese Zee. Jarman deed met zijn schip echter toch de 16de Soerabaja aan om dat brandstof en leeftocht vrijwel niet meer aanwezig waren.

Laatste strijd van de Hr. Ms. K XVI

Diezelfde dag nog zette het schip koers naar de haar eerder aangegeven positie, waar Jarman op 20 december van de divisiecommanFamilie Jarman en links Jarmans halfbroer Rob Heesdant het westelijk gedeelte van het operatiegebied kreeg toegewezen, dat begrensd werd door de Groot Natoena-eilanden, Soebi-Besar en Sint-Petrus. De dreiging van vijandelijk vliegdekschepen en convooien werd intussen steeds groter. De 23ste december lag Hr. Ms. K XVI bij Sint-Petrus en vroeg Jarman aan de divisiecommandant om verkenningsberichten door te geven. Hij meldde tevens dat hij de noordkust van Borneo naderde.

Op 24 december gaf hij het bericht door dat er een vijandelijke vloot actief was bij Tandjong Sipang,  tussen de mondingen van de Sarawak -en de Santubongrivieren. Jarman meldde dat hij tegen het vallen van de avond tot de aanval zou overgaan. Hr. Ms. K XVI wist een Japanse 700 tons torpedobootjager van de Amagiriklasse tot zinken te brengen, waarbij 121 Japanse bemanningsleden omkwamen, en torpedo's af te vuren op de Japanse jager Murakumo. Jarman maakte nog melding van dit succes maar na dit tijdstip werd nooit meer iets meer van Hr. Ms. K XVI vernomen. 

Het lot van Hr. Ms. K XVI

Hoogstwaarschijnlijk is Jarman met zijn schip ten onder gebracht door de Japanse onderzeeboot I66, die waarschijnlijk de positie van Hr. Ms. KXVI kon bepalen doordamen l j jarman 2t het schip niet bij tijds door de commandant der zeemacht teruggeroepen werd.

Bij de torpedering van Hr. Ms. K XVI kwamen in totaal 36 mensen om het leven, waaronder Jarman. Pas in 2011 werd de locatie van het schip vastgesteld; Hr. Ms. K XVI lag op een diepte van 40 meter op zestig zeemijl voor de kust van Borneo maar het schip werd niet gelicht omdat de locatie als een zeemansgraf werd beschouwd.

Onderscheiding

Jarman verkreeg postuum bij Koninklijk Besluit van 24 december 1953 nummer 102 de Bronzen Leeuw toegekend. Bij hetzelfde besluit kreeg ook chef de equipage, bootsman F. Meyer, deze decoratie.

Bronzen leeuwPostume onderscheidingOorlogsherinneringskruis

 

 

 

  


Bronvermelding

  • 1926. Koninklijk Instituut voor de Marine. In: Het Vaderland, 17 augustus 1926 
  • 1930. Koninklijke Officiersschermbond. In: Het Vaderland, 9 mei 1930
  • 1930. Koninklijke Marine Jachtclub. In: De Telegraaf, 21 juli 1930
  • 1930. Naar Nederlands-Indië. In: Algemeen Handelsblad, 27 augustus 1930
  • 1930. Zeemacht. In: Algemeen Handelsblad, 3 september 1930
  • 1931. Marine mutaties. In: Soerabajasch Handelsblad, 1 december 1931
  • 1932. Mutaties. In: Soerabajasch Handelsblad, 21 januari 1932
  • 1932. Marine mutaties. In: Soerabajasch Handelsblad, 5 augustus 1932
  • 1932. Land en Zeemacht. In: De Tijd, 30 augustus 1932
  • 1933. Het vertrek der jagers. In: Soerabajasch Handelsblad, 23 december 1933
  • 1934. Zeedienst. Het Vaderland, 29 mart 1934
  • 1934. Zee en Landmacht. In: Het Vaderland, 6 oktober 1934
  • 1935. Zee en Landmacht. In: Het Vaderland, 29 oktober 1935
  • 1936. Marine. In: De Indische Courant, 7 juli 1936
  • 1939. Marine. In: Bataviasch Nieuwsblad, 8 juni 1939
  • 1954. Dappere Marinemannen postuum onderscheiden. In: De Telegraaf, 18 februari 1954
  • 1997. T. Froma. Ja het moest. Uitgave Bonneville Bergen

Links


[ Terug

f t

Login