Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

 

Erik Jellema2 


Het fotoalbum kunt u hier vinden. Alle foto's zijn eigendom van Erik Jellema


Inleiding

Erik Jellema (1961) is in de rang van luitenant-kolonel als hoofd van de sectie G2 Inlichtingen en Veiligheid werkzaam bij deErik in interview Luchtmobiele Brigade. Hij nam aan diverse missies deel en schreef over die in Srebrenica in 1996 een boek, First in. Jellema wist toen hij 13 jaar was al wat hij wilde worden, namelijk beroepsofficier bij het Korps Mariniers.

Of dat kwam door zijn voor die leeftijd meer dan gemiddelde interesse in de krijgswetenschap of door zijn familie laten wij even in het midden. In ieder geval was een ver familielid van Jellema's moeder RMWO Joost Dourlein  en werd de vader van Jellema opgeleid tot Marinier bestemd voor de dienst in Nederlands-Indië.  Later volgde deze in de avonduren het gymnasium en eindigde zijn loopbaan in de functie van referendaris bij het Ministerie van Defensie.

Opleiding

Jellema volgde het Stedelijk Gymnasium in Amersfoort (met wiskunde) en meldde zich op zijn zeventiende bij de Marinekeuring aan. Omdat men daar op dat moment al voldoende mensen had wendde hij zich, hoewel goedgekeurd voor de dienst, toen tot de Koninklijke Militaire Academie in Breda, waar hij aangenomen werd (vanwege zijn Gymnasium B opleiding) bij de opleiding tot artillerieofficier. Hij volgde (vanaf 1980) aldaar de studie wapentechniek maar had eigenlijk meer liefde voor de infanterie. Zijn verzoek (VRA) om een rekest te mogen schrijven tot overplaatsing werd echter afgewezen.

Jellema studeerde in 1985 af en werd toen geplaatst bij de luchtdoelartillerie; na een plaatsing in Duitsland in de functie van pelotonscommandant en een diensttijd van twee jaar als commandant Verzorgingspelotons (luitenant logistiek) volgde hij  in de rang van kapitein alsnog een speciale militaire opleiding van een jaar tot infanterist in Harderwijk. Hierna werd hij bij het elfde pantserinfanteriebataljon Garde Grenadiers, gelegerd in Arnhem in de Saksen Weimarkazerne, geplaatst en volgden nog vele andere functies en diverse uitzendingen.

Loopbaan

Jellema nam onder meer als commandant van de Bravo-Compagnie (Dutchbat 1) deel aan de missie naar Srebrenica (1995), waDSC01784 Overdracht Srebrenica 3 maart 1994s in 2001 in het kader van de Joint Commission Observers in Banja Luca (Bosnië en Herzegovina) en in 2002 en 2005 met de ISAF (International Security Assistance Force) in Kabul (Afghanistan), de laatste keer als planningsofficier. In 2009/2010 was hij actief als commandant van de Nederlandse Special Operations Task Group (Task Force 55) in Kandahar. In 2000 haalde Jellema op 38 jarige leeftijd zijn Groene Baret. Over de eerstgenoemde missie in Srebrenica schreef hij het boek First In.  Dat werk is ons inziens bijna verplichte literatuur voor een ieder die het leger een warm hart toedraagt en meer wil weten over de werkzaamheden, de moeilijkheden die overwonnen worden en de kracht die een mens kan tonen in moeilijke omstandigheden.

Jellema was ook actief tijdens het Partnership for Peace Programma, waar hij in 1998 in Letland compagniescommandanten opleidde bij het Baltische trainingsbataljon. Zijn werk bij de Joint Commission Observers (JCO)(2001) was die van een als het ware onafhankelijke stem uit het veld, die de stemming die in het land heerste peilde, en de bevindingen rapporteerde aan de commandant, een Amerikaanse generaal van de SFOR. JCO werd uitgevoerd door Special Forces vanwege solitair optreden in gevaarlijk gebied. Jellema maakte hierbij de opmerking dat generaal Bernard Montgomery al tijdens de Tweede Wereldoorlog in de 21ste legergroep die hij commandeerde, bij iedere Amerikaanse divisie kapiteins aanstelde, die ongefilterde informatie persoonlijk rapporteerden aan de Britse Legercommandant. Goed voorbeeld deed dus later goed volgen.

Op missie

Een man als Jellema schittert ons inziens in met name twee omstandigheden: als hij tijdens een missie in de pioniersfase kan optreden en wanneer hij zijn kennis en kunde overbrengt op willekeurig welk publiek VN in actiedan ook (militair dan wel burger). Hij heeft een voorliefde voor het begin van een missie, wanneer de regels der kazerne nog niet ingetreden zijn en men naar eigen eer en geweten zijn werk kan uitvoeren (eerlijk en betrouwbaar zijn overigens ook de leitmotieven tijdens de Commando-opleiding). Een tijd waarin de vrijheid heerst om het persoonlijke verantwoordelijkheidsgevoel ten volle tot uitdrukking te doen komen.

Indien men, zoals Jellema, beschikt over een zeer uitgebreide strategische kennis, die hij combineert met veel operationele ervaring, dan kan men zich voorstellen dat tijdens een eerste missie, zonder de al te knellende banden van veel regels, de uitdagingen als het ware voor het opscheppen kunnen liggen. Jellema voegde er aan toe dat men daarbij de valkuil moet proberen te vermijden om teveel als wereldverbeteraar op te treden omdat dan de daarbij behorende onvermijdelijke teleurstellingen direct toeslaan.

Lessons learned

Jellema leerde ons veel over de toegevoegde waarde van het deelnemen aan een missie voor de soldaat.  Zo is het tijdens een missie mogelijk om divers en intensief operationeel met het vak bezig te zijn, veel meer dan in NederlandTactiek tijdens de dienst het geval zal zijn. Men heeft bovendien de wetenschap dat tijdens elke missie een verschil kan worden gemaakt, indien men niet teveel gefixeerd is op (te) hoge doelen. Jellema wees ons ook op het belang van de persoonlijkheid (karakter, intuïtie, ervaring) van de commandant op het slagen of falen van een (deel van een) missie of strijdhandeling. 

Daarop voortbordurend lijkt het ons van wezenlijk belang dat daarbij politieke of onvoldoende gefundeerde benoemingen uit den boze moeten zijn. Helaas geeft de werkelijkheid in ieder geval de schijn dat dit nog lang niet altijd het geval is. Met betrekking tot het falen of slagen van strijdhandelingen: bij de bepaling daarvan speelt vaak nog de (latere) beeldvorming, door politiek en publiek, een belangrijke rol. Jellema noemde enige voorbeelden uit de geschiedenis die bij het grotere publiek bekend werden als mislukkingen terwijl, bezien in de context van de tijd, dat lang niet altijd het geval was geweest.

De geschiedenis is het heden, gezien door de toekomst (Bomans)

Jellema zou ons inziens les in de krijgsgeschiedenis moeten gaan geven aan de Koninklijke Militaire Academie (collegesJellema12 liefst ook toegankelijk voor politici en andere burgers). Zijn kennis van de militaire historie is zeer groot en hij wist die zeer beeldend en boeiend uit te dragen, waarbij hij de parallellen met hedendaagse strijdperken treffend aantoonde. Hij hekelde de eenzijdige wijze waarop bepaalde militaire "mislukkingen" voorgesteld zijn en nuanceerde de berichtgeving over officieren die heden ten dage door de  pers als berucht afgeschilderd worden (zoals bijvoorbeeld luitenant-kolonel G.J. Schüssler en kapitein R. Westerling).

Jellema pleitte ervoor om ervaringen opgedaan tijdens uitzendingen direct theoretisch te koppelen aan episoden uit de krijgsgeschiedenis zodat er een dubbele uitkomst wordt verkregen, namelijk de "lessons learned" uit de missie en nieuwe lessen die geleerd kunnen worden door parallellen te trekken met het verleden. Hij wees op de verschillen in eigenschappen tussen bijvoorbeeld Britse Para's en Britse Mariniers en de reden waarom (vaak de wijze van oprichting) en op welke manier die soms historisch gegroeid zijn. De militaire ethos die heerste bij oprichting klonk ook later nog steeds door. Dit was bijvoorbeeld tijdens de Falklandsoorlog pijnlijk zichtbaar. Britse para’s deden eerst (shocktroops) en dachten pas achteraf, waar de Britse Mariniers eerst nadachten en dan militair sound opereerden. Dat is zeer interessant omdat men deze verschillen en eigenschappen als vaststaand aanneemt terwijl het veel leerzamer is om naar de ontstaansgeschiedenis in het licht der krijgshistorie te kijken en eventuele knelpunten op te sporen.

Lessen leren van docenten met ervaring

In het kader van het continue met het militaire vak bezig zijn haalde Jellema generaal Rupert Smith aan, die eens (in zijn boek War amongst people) heeft gezegd dat men zelf in een mensenleven onvoldoende mee kan maken om een goed officier te zijn en Werkkamer Jellema2dat daardoor de geleerde lessen  (overwegingen) van anderen uit het verleden onontbeerlijk zijn. Wij willen daaraan toevoegen dat om liefde en respect voor de (geschiedenis van de) militaire stand te krijgen een gesprek met of een college volgen van Erik Jellema zeer waardevol kan zijn.

Helaas heeft Jellema door tijdgebrek als gevolg van zijn drukke werkzaamheden, die hem privé ook al zware offers hebben gekost, te weinig tijd voor lezingen of rondleidingen langs plaatsen waar zich belangrijke strijdhandelingen hebben afgespeeld. Tussen de bedrijven door gelukt het hem slechts zo’n 10 keer per jaar ergens een Battlefield Tour te houden of te verkennen. Wij hopen echter dat de interesse van velen in Jellema en zijn verhaal door onze summiere weergave is opgewekt en dat ook en wel met name de Koninklijke Militaire Academie hem ooit de plaats geeft, die hem ons inziens van harte toekomt, namelijk als docent aldaar. 

Ten slotte

Het gegeven dat op het moment in Nederland de krijgsgeschiedenis, waarbinnen missies gezien kunnen worden als bouwstenen,  als het ware een ondergeschoven kindje is en er nauwelijks les gegeven wordt door mensen uit de praktijk mag geen reden zijn om in de toekomst beide omissies niet recht te zetten.


Links


 

 [ Terug ]

f t

Login