Staf der expeditie voor Boni 2


Inleiding

Celebes werd vroeger ook wel de "sleutel van het Oosten" genoemd vanwege de bezittingen der oude Oost-Indische Compagnie aldaar. Na de val van het Makassaarse Rijk was Boni het machtigste gebied van het gehele eiland gewordKaart van Bonien en oefende invloed uit over de meeste vorsten van Celebes. De macht van Boni was geconcentreerd in Sopeng. Toen de vorst van Boni in 1823 overleed en door zijn zuster Aroe Datoe werd opgevolgd trachtte het Nederlandse gouvernement de vorsten te bewegen tot een herziening van het Bonisch tractaat, dat aan alle leden van het bondgenootschap, die onder Nederlands gezag stonden, gelijke rechten toe te kennen.

De gouverneur-generaal reisde van 8 maart tot en met 21 september 1824 door de Molukse eilanden en naar Celebes, waar hij diverse vorsten ontmoette. Alleen de leiders van Soepa en Tanette kwamen niet opdagen. Bij proclamatie maakte Van der Capellen aldus de nieuwe regeling van het bestuur bekend. Boni, Soepa en Tanette weigerden tot het tractaat toe te treden.

Van der Capellen, die deze uitslag reeds eerder voorspelde, had voor zijn vertrek al een expeditie voorbereid en 500 geregelde troepen met vier kanonnen en twee houwitsers, vergezeld door 600 man inlandse hulptroepen, ingescheept.

Strijd om Tanette en Soepa

De expeditie stond onder leiding van luitenant-kolonel H. de Stuers (de vader van Karel van der Heijden) en kwam op 15 juli 1824 voor Tanette aan. Na een poging de radja alsnog tot toenadering te bewegen werden de troepen ontscheept en Tanette aangevallen. Voordat tot de bestorming van de hoofdplaats zelf werd overgegaan vroeg De Stuers de vijand nog een keer zich te onderwerpen maar deze weigerde opnieuw.

Hierop onttroonde de bevolking de weerspannige radja en benoemde in diens plaats zijn zuster. Het Nederlandse bestuur bevestigde vervolgens Het etachement van het zevende regiment Huzaren bij Sinjai 3deze opvolgingsceremonie, waarmee de strijd te Tanette ten einde was. Maar te Soepa was meer strijd nodig. Deze stad was versterkt en aanvallen met slechts 240 man en een paar vuurmonden werden telkens afgeslagen.  Op 14 augustus 1824  werd een aanval op bloedige wijze, en waarbij eenderde van de manschappen sneuvelde, in het voordeel van de vijand beslecht.

De Stuers vertrok nu samen met de regerings-commissaris Tobias naar Soepa en de krijgsverrichtingen werden in de morgen van de 30ste augustus hervat maar kostten de eerste dag al aan 14 man het leven, waarbij 60 soldaten gewond raakten. Omdat de macht waarover het leger de beschikking had dus duidelijk te weinig was werd besloten van verdere aanvallen af te zien. Het gevolg was echter dat nu het gehele zuidelijke gedeelte van Celebes in volle opstand verkeerde.

Toen de Nederlandse troepen Boni hadden verlaten trokken de Boniërs de grens van het Nederlandse gebied over en vielen de Nederlandse posten Pangkadjene en Boele-Comba aan. Zij werden tijdelijk tot staan gebracht door majoor Wachs, die hen in de vlakte van Maros gevoelige verliezen toebracht. Alle Nederlandse versterkingen, te Maros, Bonthain en Boele-Comba, dreigden verloren te gaan. Geheel Celebes stond in vlammen.

Tweede expeditie naar Boni

Ten tweede male werd besloten tot een expeditie, ditmaal onder leiding van generaal-majoor van Geen. Ten tweede male werd besloten tot een  expeditie (de zogenaamde Makassaarse expeditie), ditmaal onder opperbevel van generaal-Landing op de kust van Badjoa 2majoor Josephus Jacobus van Geen; hij werd tevens benoemd tot eerste commissaris voor de zaken van Celebes en aan hem toegevoegd werden de civiele ambtenaren Tobias en Van Schelle.

De expeditionaire troepen telden 4.100 man, waaronder 2.200 soldaten, 1.100 Soemenappers en 800 man hulptroepen van de het gouvernement goedgezinde vorsten van Celebes; de vloot stond onder bevel van kapitein ter zee Pietersen en telde 7 oorlogsbodems, 3 kanonneerboten en enige gewapende sloepen. Op 20 januari 1825 aanvaardde Van Geen het opperbevel en een week later kwam het schip de Louisa met de bevelhebber en de staf te Makassar aan.

De baai van Boni werd nauwkeurig opgenomen en de kust verkend; bij deze gelegenheid onderscheidde zich de adelborst eerste klasse Jan van Speijk; de expeditie verscheen voor Bantaeng en Bulukumba en nu werden alle versterkingen genomen; de vloot vervolgde haar tocht naar Boni, waar de Bonische strijdkrachten bij Sinjai waren samengetrokken; er werd nu een aanval in de flank (door majoor Gey van Pittius geleid) uitgevoerd en de Boniërs werden verdreven maar groepeerden elders samen en dreigden de terugtocht af te snijden; ze werden verjaagd door het vuur van de barkassen onder leiding van Zoutman.

Verdere krijgsverrichtingen

Op de 15de maart was de landing afgerond, was er een veldwerk op het strand opgeworpen en stonden er 5.000 Boniërs gereed om de troepen aan te vallen. Van Geen liet enkele congrevische vuurpijlen tussen de Bonische ruiters werpen, waardoor deze op de vlucht sloegen en men van de paniek gebruik kon maken om tot de aanval over te gaan. De vijand trok zich in het gebergte terug, waar nog ongeveer 7.500 man als reserve stond opgesteld, en deed een onverwachte aanval met zoveel kracht dat ze door de tirailleurlinie van de Nederlandse troepen heenbrak en zich op de colonnes wierp.

Van Geen liet het zevende regiment huzaren de vijand in de flank aanvallen, terwijl majoor Gey van Pittius de aandacht van de Boniërs probeerde af te leiden, waaMajoor Gey van Pittius 2rop de vijand zich weer in het gebergte terugtrok. Mangara Bombang was veroverd en de volgende dag zou de vijandelijke hoofdmacht worden aangevallen te Groot Sinjai maar de vijand was bijtijds afgetrokken. De 22ste werden de troepen weer ingescheept om Bajoe en Boni te veroveren.

Bajoe werd verdedigd door een uitgestrekte linie, een uur gaans, waarvan de linkervleugel gedekt werd door een redoute, de rechter tegen ondoordringbare moerassen lag aangeleund en waarvan de verdedigingswerken bewapend waren met zwaar geschut. Na het debarkeren bestormden de Nederlandse troepen Bajoe en werden de Boniërs op de vlucht gedreven.

De 30ste maart bereikten de troepen de omwalling van Boni; de stad was, onder de indruk van de overwinning van de Nederlandse troepen bij Bajoe, in allerijl verlaten door de Boniërs; de koningin was gevlucht en er werd door Van Geen een proclamatie verspreid om de hoofden over te halen weer tot onderhandelingen over te gaan.

Le Bron de Vexela werd met een sterke macht naar Makassar gestuurd om ook hier de kracht van de Nederlandse wapens te laten zien. De 20ste juni vertrok de vloot naar Supa, werden alle vijandelijke werken genomen en werd een proclamatie gericht aan de koning en de rijksgroten om hen alsnog in de gelegenheid te stellen zich te onderwerpen. De koning onderwierp zich, wapens werden ingeleverd en dat betekende het einde van de tweede expeditie naar Boni.


[ Terug ]

 

 

f t