Kongsiehuis te Mandor 1822

De expeditie naar de westkust van Borneo was een strafexpeditie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger tegen opstandige Chinezen te Pontianak, Mandor en Montrado in 1823.

Expeditie naar Borneo 
 
Aan de westkust van Borneo waren Chinezen in opstand gekomen tegen het Nederlands-Indisch gouvernement. Zij kwamen in grote aantallen naar de verschillende rijken op Borneo om de goudmijnen te ontginnen en waren eerder door traktaten, die de inlandse vorsten met het gouvernement hadden gesloten, onder Nederlands bestuur gekomen. Fort te Sambas gebouwd in 1823
 
De Chinezen weigerden dit gezag te erkennen omdat er hoofdgelden van hen gevraagd werden en omdat het gouvernement de prijs van zout en opium had verhoogd.
 
Een poging de Chinezen tot betalen te dwingen leed schipbreuk. Een Chinese bende deed een overval op het fort te Pontianak maar het lukte de bezetting om zich staande te houden en de aanvallers terug te drijven.
 
Godert van der Capellen benoemde commissaris Tobias in 1821 om een onderzoek te doen. Tobias diende in maart 1822 te Batavia een aantal voorstellen tot verbetering van de toestand in, maar achtte het tevens noodzakelijk om een expeditie uit te rusten om de Chinezen te waarschuwen.
 
Een expeditie, bestaande uit 300 man, onder bevel van Hubert Joseph Jean Lambert de Stuers, vertrok naar Pontianak. Zonder verzet onderwierpen de Chinezen zich te Mandor. Hun landgenoten in Monterado boden echter verzet. Chinese hoofden
 
Op 20 januari 1823 werd de eerste benting van het versterkte Larah met veel moeite genomen. De Chinezen vluchtten naar Montrado, waar De Stuers ze niet kon volgen. Na versterking te hebben ontvangen kon hij eindelijk tegen Montrado oprukken, dat zonder verzet werd bezet.
 
De nieuwe voorwaarden werden de eerste mei te Sambas door de nieuwe hoofden aangenomen en bezworen. Desalniettemin weigerden de Chinezen de voorwaarden te erkennen en door gebrek aan beschikbare troepen moest de regering de zaken laten zoals ze waren.
 
In het zuidelijk deel van Borneo lukte het Tobias wel de sultan over te halen tot een wijziging op het bestaande contract, waarbij, behalve de landen op de zuid -en oostkust, ook Tanah Laut werd afgestaan. Inmiddels lukte het de regering om de zeeroof, die meestal onder aanmoediging, soms op het bevel van de vorsten van Borneo, op grote schaal bedreven werd, te beteugelen. 
 
Later, in 1854, zou een volgende expeditie naar Montrado, onder leiding van majoor G.M. Verspyck, nodig zijn om een nieuwe opstand der Chinezen de kop in te drukken. 


f t