90801037 10157950100174280 571182589683957760 n


Ik heb mijn kleinkinderen nooit verteld dat ik bij het Korps Speciale Troepen heb gezeten en het Bronzen Kruis bezat. Mede omdat ik het stigma moordenaar bij mij droeg."


Vroege jaren

Willem Pieter den Engelsman (Axel, Zeeland, 30 april 1925) groeide vanaf zijn achtste levensjaar op in Hoofddorp. Omdat Nederland in de jaren dertig in een zware economische crisis beland was werd Den Engelsman op 13-jarige leeftijd gedwongen als landarbeider te gaan werken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kon hij daardoor zijn familie van voedsel voorzien. 

Na de bevrijding meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger (OVW'er). Hij volgde zijn opleiding tot soldaat in Engeland en Schotland (in Wolverhampton en Glasgow). Na deze zes weken durende opleiding leerde Den Engelsman in Hythe, bij de Small Arms School, het benodigde om scherpschutter te worden.

Hij leerde bijvoorbeeld omgaan met Lee Enfields, Bren Guns, bekwaamde zich in kaartlezen en terreinkennis en bestudeerde het gebruik van een kompas. Bij terugkeer in Nederland bevorderde men hem tot korporaal OVW'er (16 oktober 1946) en werd hij bij het Eerste Regiment Pioniers in Princenhage geplaatst.

Een half jaar later volgde een overplaatsing bij 2-4 Regiment Infanterie in Nijmegen (februari 1947), waar Den Engelsman sluipschutters van 2-4 Regiment Infanterie moest opleiden. Op 1 maart 1947 werd hij bevorderd tot tijdelijk sergeant OVW, gedetacheerd in Maastricht en, een paar maand later, ingedeeld bij 2-14 RI. 

Naar Nederlands-Indië

Den Engelsman reisde op 14 mei 1947 met SS Volendam naar Belawang, Noord-Sumatra. Daar werd hij bij de staf van de Z-Brigade geplaatst en ingedeeld bij de afdeling "Politieke en Economische Zaken." De afdeling bestond verder uit een kapitein van het KNIL, een secretaresse (dochter van generaal Overakker) en een sergeant van de Landmacht. Pieter Scholten

Hun taak bestond uit het analyseren van rapporten van de NEFIS, die doorgegeven werden aan de commandant van de Z-Brigade, generaal-majoor Scholten. Tijdens de Eerste Politionele Actie werd Den Engelsman benoemd tot bewaker van de commandant van de Z-brigade. 

In deze functie aanschouwde hij voor het eerst de gevolgen van de gruwelen der Bersiap. Tijdens de opmars naar Brastagi (Noord-Sumatra) zag hij de stoffelijke overschotten van Chinese vrouwen, waarvan de nek was doorgesneden en hun borsten in hun geslachtsdelen waren geplaatst. Bij de lijken van mannen bevond de penis zich in hun mond. 

Eerste en Tweede Politionele Actie

Den Engelsman werd na de Eerste Politionele Actie tijdelijk geplaatst bij de staf van "Negara Sumatera Timur", een opleiding voor jonge mannen (van Indische afkomst) tot bewaker van rubberplantages. Kapitein Westerling van het Depot Speciale Troepen meldde in deze tijd aan generaal Scholten dat hij meer manschappen nodig had. Den Engelsman kreeg nu dan ook order zich binnen 24 uur bij deze eenheid te Batoedjadjar (Java) te melden. Pistool Raymond Westerling2

Aldus meldde hij zich bij Westerling. Deze deelde hem in bij de ondersteuningscompagnie en gaf hem opdracht vier groepen instructie te geven over het werken met de luchtgekoelde .303 mitrailleur. Kort daarop kreeg Den Engelsman in Tandjong Priok les in het vliegen met Catalina's.  

De eenheid (2.600 man) die aan het begin van de Tweede Politionele Actie een verrassingsaanval moest uitvoeren op Yogyakarta stond onder leiding van kolonel Van Langen, commandant van de Tijger Brigade. Den Engelsman en het Korps Speciale Troepen kregen opdracht de stad te bezetten en de republikeinse legertop en regering gevangen te nemen. 

De eenheid van Den Engelsman, ingedeeld onder commandant Faber, ondersteunden het spitspeloton. Tijdens een korte stop in de stads vond een splitsing plaats en trokken de mitrailleurgroepen van Den Engelsman verder onder commando van luitenant Schüssler.

Enige dagen na de, militair bezien, voorspoedig verlopen actie kregen Den Engelsman en het Korps Speciale Troepen opdracht naar Batoedjatar terug te keren om voorbereidingen te treffen voor de strijd op Midden-Sumatra. 

Strijd op Midden-Sumatra en Java

Den Engelsman en het Korps Commando Troepen voeren op 28 december 1948  met de Waterman naar Padang. Aldaar wachtte de manschappen de opdracht Pakan Baroe en Sawah Loento van vijandelijke strijdgroepen te zuiveren. Op 8 januari 1949 reed een peloton tot twee maal toe in een hinderlaag. P1150559 Daarbij sneuvelden twee soldaten en raakten drie zwaar gewond. De acties van het Korps Speciale Troepen eindigden op 23 januari, toen de manschappen per Wundi naarTandjong Priok werden verscheept.  

Den Engelsman werd nu benoemd tot pelotonssergeant van luitenant Schüssler op Oost-Java. Het Korps Speciale Troepen werd hier ingezet om de streek van benden te zuiveren en wapenopslagplaatsen te ontmantelen. Tijdens een van de vele acties werd een commando, die naast Den Engelsman in dekking lag, door een schot in het hoofd gedood. Nadat luitenant Schüssler gewond was geraakt nam Den Engelsman zijn functie als commandant van de troep over. 

Op 29 april 1949 startte Operatie Grens, een offensief tegen rondtrekkende TNI-afdelingen en losse strijdgroepen in het grensgebied tussen Midden- en West-Java. De actie werd geleid door luitenant-kolonel Borghouts, de nieuwe commandant van het Korps Speciale Troepen. 

Na hier hevig strijd geleverd te hebben werd het Korps op 7 augustus 1949 naar Soerakarta (Solo) gezonden. Soerakarta werd op dit moment aangevallen door een TNI-bataljon onder commando van luitenant-kolonel Slamet Ridjadi. In de periode tot 10 augustus vonden veel en hevige gevechten plaats, waarna het TNI-bataljon uiteindelijk de stad verliet.

Ambonezen in opstand en terugkeer naar Nederland

Den Engelsman en zijn groep kregen (in december 1949) opdracht een transport Japanse gevangenen naar Yokohama te begeleiden. Dit gebeurde op het schip SS Tjisadane. Halverwege de reis brak onder Ambonese soldaten een opstand uit. Westerling had hen namelijk beloofd dat zij deel mochten nemen aan de APRA-staatsgreep en dat leek nu geen doorgang te vinden.

De Ambonezen mochten de volgende dag van boord en embarkeren op een ander schip. Den Engelsman vloog uiteindelijk met een B-25 Mitchell naar Makassar. Op 14 mei 1950 voer hij met de SS Surriento richting Marseille en stapte uiteindelijk op 14 juni 1950 op Amsterdam Centraal uit de trein.

Hij reisde door naar Roosendaal, thuisbasis van het Korps Commando Troepen, en vervolgens naar huis. Den Engelsman moest zich op 10 juli 1950 in Ede melden voor de opleiding tot beroepsofficier. Datzelfde jaar (5 december) vertelde zijn commandant dat hij was voorgedragen voor Het Bronzen Kruis.

Moordenaar en oproerkraaier

De volgende dag werd hij weer bij de commandant geroepen. Tot stomme verwondering van Den Engelsman beet de officier hem nu toe "dat hij compleet ongeschikt was als beroepsofficier" en dat hij "een onrustkraaier en moordenaar was en van plan was met groene en rode baretten een staatsgreep te plegen in Den Haag". Benno io Zwaluwenberg

Den Engelsman voelde zich verraden, haalde de uitnodiging voor de uitreiking van het Bronzen Kruis uit zijn zak en riep: "Deze mag je bij Juliana op het schijthuis hangen". Per direct kwam zo een einde aan zijn rang als tijdelijk sergeant OVW en verliet Den Engelsman met het loon van soldaat de militaire dienst. 

Den Engelsman wendde zich vervolgens tot de staf van Prins Bernhard op de Zwaluwenberg in Hilversum.  Een stafofficier meldde hem dat er een onderzoek zou worden ingesteld, dat zes weken ging duren. In de tussentijd meldde Den Engelsman zich bij de Sociale Dienst en kreeg een uitkering op basis van de rang van soldaat. 

Na enige tijd ontving hij een brief dat hij zich op 22 februari 1951 diende te melden bij het Eerste VOC in Wezep. Met ingang van 6 december 1951 was hij daar benoemd tot dienstplichtig sergeant bij de Limburgse Jagers.  

Den Engelsman kreeg, ondanks alles, het Bronzen Kruis alsnog uitgereikt door Koningin Juliana in het Paleis op de Dam. 

Bronzen Kruis

Den Engelsman kreeg bij Koninklijk Besluit van 24 augustus 1950 nummer 6 het Bronzen Kruis. In de officiële documenten stond:

"Heeft zich door moedig optreden tegen de vijand onderscheiden in het tijdvak van 20 februari tot en met 30 april 1949 als pelotonssergeant bij cover 400x575 verschillende gevechtsacties tegen terroristische benden in Oost- en Midden-Java.

In het bijzonder door op 9 maart 1949 tijdens een actie tegen een sterke vijandelijke bende bij kampong Kalianjar (Oost-Java) met grote persoonlijke moed tezamen met zijn pelotonscommandant en een derde militair een vijandelijke mitrailleur te besluipen en deze met handgranaten buiten gevecht te stellen. 

Vervolgens door op 30 april daaraan volgend als commandant van twee flankerende secties onder zwaar vijandelijk vuur een stormaanval te ondernemen op een in een bergsteling bij kampong Tjikokol (Midden-Java) verschanste vijand ter sterkte van ongeveer zestig man.

Deze op onverschrokken wijze aan te vallen en weten te verdrijven, waarbij aan de kant van de vijand twintig man sneuvelden, terwijl bovendien enige wapens werden buitgemaakt. 

Door dit optreden was hij steeds een grote steun voor zijn pelotonscommandant en bezielde hij door koelbloedig voorbeeld zijn ondergeschikten." 

Eerste periode na terugkeer naar Nederland

Den Engelsman voltooide de opleiding in Wezep en meldde zich vervolgens bij de intendanceschool om de opleiding tot instructeur te volgen. Na voltooiing werd hij bij het opleidingscentrum van de intendance voor dienstplichtigen te Zeeburg geplaatst. In de periode die hierop volgde was hij achtereenvolgens  werkzaam bij het MOB-magazijn te Amsterdam en Muiden (1955).

Op 19 mei 1958 slaagde hij voor de opleiding tot sergeant-majoor instructeur bij de intendance. Hierna volgden plaatsingen bij 102 intendance bataljon en 107 intendance compagnie. In 1959 nam hij deel aan de oefening "Top Weight" in Duitsland. Medio december 1960 vond Den Engelsman een nieuwe functie bij de voortgezette opleiding voor dienstplichtigen op de kolonel Palmkazerne in Bussum.  

Deze periode duurde niet lang want al snel volgde een plaatsing op de intendanceschool in Amsterdam. Niet lang daarna werd Den Engelsman benoemd tot kazerneadjudant, opnieuw in de Kolonel Palmkazerne. Na een aantal ruzies met superieuren nam hij in 1975, op advies van zijn psychiater, ontslag uit de militaire dienst. 

Over Indië

Den Engelsman had zeer goede herinneringen aan de onderlinge kameraadschap en waardering van het Korps Speciale Troepen. Hij nam in totaal aan 56 acties deel en was waarschijnlijk nooit meer naar Nederland teruggekeerd als de onafhankelijkheid van Indonesië niet had plaatsgevonden. 

Na terugkeer in Nederland heerste hier de opvatting dat soldaten van het Korps Speciale Troepen moordenaars waren. De eenheid binnen het Korps Commandotroepen, zoals Den Engelsman die in de Oost had meegemaakt, bestond later in Nederland niet meer. "Ik heb mijn kleinkinderen nooit verteld dat ik bij het Korps Speciale Troepen heb gezeten en het Bronzen Kruis bezat. Mede omdat ik het stigma moordenaar bij mij droeg." 

Verantwoording

Het levensverhaal van Den Engelsman is te lezen in "Commando in Indië", geschreven door Den Engelsman en Chris van Coolwijk, met medewerking van Laurens van Aggelen (2018).  Bovenstaand artikel is gebaseerd op dit werk. 

f t