britt2


Vroege loopbaan

Henri Julius Jan Willem Dürst Britt (Zutphen, 3 juli 1894 - Zwolle, 12 september 1963) kwam uit een militaire familie. Zijn grootvader diende in een der Zwitserse regimenten, die de lijfgarde vormden van Koning Willem I, maar in 1829 werden opgeheven, toen de regimenten Grenadiers en Jagers werden opgericht.

Dürst Britt  kwam met ingang van 16 september 1912 in aanmerking voor plaatsing aan de Koninklijke Militaire Academie, afdeling artillerie. In juni 1915 voldeed hij aan het officiersexamen en werd aansluitend tot september 1916 voor het volgen van een applicatiecursus gedetacheerd aan de Koninklijke Militaire Academie. Op 12 juni 1919 werd hij bevorderd tot eerste luitenant en geplaatst bij het Tweede Regiment Veldartillerie te Den Haag.

In deze positie was Dürst Britt in 1930 leider van de schietcursus die in de legerplaats te Oldenbroek werd gehouden. Met ingang van 1 november 1931 werd hij aldaar bevorderd tot kapitein en in 1933 nam hij deel aan de Rondrit te Paard, waar hij als commandant van 17 ruiters van het Tweede Regiment Veldartillerie een detachementsbeker won. In de loop der jaren schreef hij meerdere artikelen voor de Militaire Spectator, waaronder een over de voortgezette opleiding der reserve-officieren, waarin hij met voldoening constateerde dat er bij de artillerie al in 1930, met goed resultaat,  schriftelijke cursussen waren ingevoerd.

Tweede Wereldoorlog

Dürst Britt werd met ingang van 1 november 1939 bevorderd tot majoor bij het Tweede Regiment Veldartillerie. Tijdens de meidagen van 1940 was hij actief als commandant van de III de Afdeling  van het Tweede Regiment Artillerie. Op 10 mei 1940 landden grote aantallen vijandelijke valschermjagers en transportvliGeneraal20Durst20Britt kopieegtuigen met landingstroepen op en nabij het Vliegveld Valkenburg. Dürst Britt leidde in zijn functie van commandant diverse verkenningen en waarnemingen en deed verschillende pogingen tot het verkrijgen van verbinding met de verantwoordelijke hoogste infanteriecommandant.

Toen dit niet tot het gewenste resultaat leidde liet hij op eigen initiatief en met groot succes het vuur openen; hij leidde deze operatie persoonlijk, ondanks dat er in de nabijheid van zijn commandopost vijandelijke valschermjagers het terrein zeer onveilig maakten. Op 11 en 12 mei verleende hij artilleriesteun tijdens diverse aanvallen op het dorp Valkenburg, waardoor de vijand zware verliezen leed. Na de voor Nederland desastreuze afloop en de capitulatie werd Dürst Britt in april 1941 bij beschikking van de Secretaris-Generaal benoemd tot militair lid van van de Rechtbank in Den Haag (tot december 1943).

7 December Divisie

Dürst Britt werd, na terugkeer uit krijgsgevangenschap,  op 1 januari 1946 bevorderd tot luitenant-kolonel. Hij kreeg nu opdracht de eerste divisie (de 7 December Divisie, een soort van expeditionaire macht) op te richten en te vormen. De oorsprong van de nawj1 01fot1am lag bij kolonel Calmeyer, die deze suggereerde. In de tijdelijke rang van generaal-majoor werd hij op 1 september 1946  benoemd tot commandant hiervan. In deze periode werd door de brigade opgetreden bij diverse zuiveringsacties rond Batavia, te Buitenzorg en in andere plaatsen waar de Republikeinen zich, volgens Dürst Britt: "weinig van een bestand aantrokken".

De 7 December Divisie zou later nog een belangrijke rol gaan spelen tijdens de twee Politionele Acties op Java. Dürst Britt maakte dit echter niet meer mee want hij werd na een onenigheid met legercommandant generaal Simon Spoor op 2 september 1948 ontheven van zijn functies als commandant van de 7 December Divisie en als Territoriaal  tevens troepencommandant van West-Java.  Een van de oorzaken van de irritatie tussen Spoor en Dürst Britt had gelegen in de controverse tussen de handelingen van soldaten van de Koninklijke Landmacht en die van het KNIL. Dürst Britt  was daarnaast een verklaard tegenstander  geweest van de "tactiek van het eeuwige praten" en vreesde dat de offers die zijn divisie gebracht had (de divisie telde meer dan 300 gesneuvelden) tevergeefs zouden zijn geweest.

De uiteindelijke overdracht van het Territoriaal Commando West Java aan generaal-majoor E. Engles van het KNIL (dan directeur Centrale Opleidingen) vond plaats te Bandoeng. Dürst Britt keerde hierna naar Nederland terug.

Latere loopbaan

Aldaar werd hij met ingang van 16 februari 1949 benoemd tot bevelhebber in de Vierde Militaire Afdeling te Groningen en bij Koninklijk Besluit van 24 juni 1959 nummer 1ddd 010679124 mpeg21 p001 image1 begiftigd met het Bronzen Kruis voor zijn verrichtingen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dürst Britt vroeg en verkreeg met ingang van 1 november 1952 eervol ontslag uit de militaire dienst en stelde zich toen voor de Christelijk Historische Unie kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Heerde. In de eerste raadsvergadering al werd hij tot wethouder verkozen, deze positie zou hij tot 1962 blijven bekleden.

Dürst Britt was lid van de raad der Vereniging van de Nederlandse Padvinders, lid van de adviesraad van het Veteranenlegioen Nederland en voorzitter van de Bond van Oudstrijders 7 December. In 1948 richtte hij samen met zijn broer de Vereniging der Officieren der Artillerie op. Dürst Britt overleed in september 1964 op 69-jarige leeftijd. Hij werd te Heerde begraven.

Decoraties

  • Bronzen Kruis
  • Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XXX
  • Mobilisatiekruis 1914-1918
  • Commandeur in het Legioen van Eer
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Zie ook

Bibliografie (Militaire Spectator)


[ Terug ]

f t