Nol Saedt 6 maart 2014


Het fotoalbum (copyright foto's, tenzij anders vermeld, Nol Saedt)


Inleiding

Arnoldus Johannes (Nol) Saedt (Groesbeek, 27 maart 1920 - Nijmegen, 23 maart 2016) groeide op in Groesbeek; nadat hij zijn school had voltooid werd hij in de functie van kuiper ingeschakeld in het bedrijf van zijn ouders,Saedt rechts en zijn familie waar zijn taken onder meer bestonden uit timmeren en schilderen. De familie reisde daarnaast rond met kermisattracties. In november 1939 werd hij opgeroepen voor de militaire dienst en bij het Korps Rijdende Artillerie gelegerd in Oegstgeest. Aldaar was hij, in de rang van soldaat, gedurende enige tijd werkzaam in de keuken en vervolgens actief als bediener van het (7½ cm) geschut.

De Duitse aanval op Nederland, in de nacht van de negende op de tiende mei, kwam, althans voor het onderdeel waar Saedt bij diende, als een volslagen verrassing; de zondag ervoor hadden de manschappen nog gewoon verlof gehad. In de vroege ochtend werd de komst van de Duitse luchtlandingstroepen (Fallschirmjäger) zichtbaar in de vorm van een zwerm vliegtuigen. Zo onverwacht was die aanblik dat men eerst nog dacht aan een of andere oefening. Saedt en de overige manschappen (een detachement bestaande uit een wachtmeester, een korporaal en 24 met karabijnen bewapende manschappen) werden op en om het viaduct bij de Rijnsburgerweg ingezet om de verdediging te gaan voeren.

Strijd om Oegstgeest

Net als elders in Nederland was ook bij de (ongeoefende) troepen in Oegstgeest gebrek aan (modern) materieel. De pantserwagens die gebruikt konden worden waren al oSaedt bij het water op zoek naar wapensud en vrijwel direct werd een bestuurder door de Duitse agressor gearresteerd en in de kerk van Valkenburg gevangen gezet, waar hij de beschietingen overleefde en later naar zijn eenheid terug kon keren.

Toen de aanval ingezet was werd een gehele batterij Duits geschut, grijs geschilderd en met riempjes gemarkeerd met kleine hakenkruisjes, ontdekt. Een van de opmerkingen die toen gemaakt werden was: "dat geschut hebben de Duitsers vast vooruit gezonden" (het was eerder door de Nederlandse regering in Duitsland besteld). Nadat militair VliegevBreuneseeld Valkenburg zwaar was beschoten werd duidelijk dat de strijd voor de Nederlandse troepen niet te winnen was.

Onder het viaduct van de Rijnsburgerweg leverden Saedt en zijn makkers een ongelijk gevecht. Op ongeveer 500 meter afstand van hen liet een Stuka (Junkers Ju 87) een duikbom op een busje van de Mariniers vallen, waarbij alle inzittenden het leven lieten. Saedt, die zich toevallig onder het viaduct bevond, wist zich over het prikkeldraad op tijd in veiligheid te brengen. Bekende namen in deze tijd waren bijvoorbeeld die van luitenant Rutgers van Rozenburg, die onder meer de taak van  waarnemer op een bollenschuur op zich had genomen, en die van kapitein van Boetzelaer. Deze laatste droeg zijn manschappen bij de overgave op het Wilhelmus te zingen, waardoor de nederlaag voelbaar en het lied in tranen werd beëindigd.

Na de capitulatie

Na de overgave kregen de manschappen opdracht naar hun barakken in Oegstgeest terug te keren. Al het militair materieel (waaronder auto's, motoren en geschuNol Saedt in tenue Rijdende Artilleriet) diende ingeleverd te worden. Een deel van de wapens was echter in het water geworpen om het niet in handen van de vijand te laten vallen. Die dwong nu de soldaten om dit wapentuig weer op te duiken met behulp van een roeiboot en schepnetten. Niet alle geweren werden echter ingeleverd. Een deel werd heimelijk verkocht aan omwonenden, die in deze tijden een wapen onder de hand nodig dachten te hebben.

Saedt was intussen nog steeds gewapend met zijn karabijn, die hij gebruikte tijdens zijn wachtloopdiensten. Hij reisde, gekleed in zijn lange legerjas, waaronder hij zijn geweer verborg, met Duitse soldaten als medepassagiers, in de tram naar Leiden. Aldaar verkocht hij zijn wapen voor vijf gulden aan een bewoner van die stad. 

De opbouwdienst

In deze tijd werd de Opbouwdienst  opgericht en onder leiding van majoor J.N. Breunesse (bekend als de organisator van de NijmeegseSaedt aan het begin van de oorlog Vierdaagse) geplaatst. De demobilisatie van het Nederlandse leger werd door de bezetter namelijk benut om deze Opbouwdienst als een overgangsfase naar de Arbeidsdienst (een instrument om het Nederlandse volk de doctrine van het Nationaal Socialisme te leren) op te zetten.

Saedt was vanaf september 1940 bij deze Opbouwdienst te Velp (in Villa Daalhuizen) ingedeeld (commandant: majoor Maas van de Rijdende Artillerie). Toen deze dienst in november van datzelfde jaar werd opgeheven en de manschappen naar huis moesten gaan liet Maas hen met de hand op het hart beloven dat zij zich nooit met de Duitsers zouden inlaten. Hij zond hen weg met een grote hoeveelheid levensmiddelen die zij onder de bevolking moesten verdelen.

Omzwervingen

Tijdens de mobilisatie was een regiment van het Korps Rijdende Artillerie in Kasteel Toestemming patrouillediensten voor het Canadese Geallieerde legerPoelgeest gelegerd maar na de capitulatie werd het gebouw in gebruik genomen door de Duitse troepen. Tijdens een van zijn omzwervingen bemerkte Saedt dat er in de kelder van het kasteel een lading Duitse schoenen, wit met hakenkruizen, was gestald. Hij nam daar een groot aantal van mee, waardoor zijn familie de tijd die de oorlog nog zou duren op schoeisel van de vijand liep.

De winter van 1940-1941 bracht Saedt grotendeels in Dieren en omgeving door, maar er verschenen, in zijn woorden, "steeds meer foute elementen in Nederlands uniform"  en hij besloot terug naar huis, naar Groesbeek, te gaan, waar hij konijnen ging fokken en werk bij een boer in de omgeving verrichtte. Toen in 1944 de Geallieerde landingen een aanvang maakten wVerwoest gebouwerd aan hem gevraagd of hij zich bij de Binnenlandse Strijdkrachten zou willen voegen. Hij was ooggetuige toen de Amerikaanse troepen, onder commando van generaal James Gavin, op 17 september 1944 geland waren en er in de nacht van 30 september op 1 oktober een hevige Duitse tegenaanval, onder meer vanuit Kranenburg, plaatsvond, waarbij Groesbeek zwaar beschadigd werd.

Deelname aan de strijd

De burgemeester van Groesbeek gaf last het dorp te ontruimen.  De leden van de BinnenlanVerwoestingen der oorlogdse Strijdkrachten bleven echter achter om op de huizen te letten en het achtergebleven vee te controleren. Tijdens de diverse gevechten werden veel Duitsers krijgsgevangen gemaakt, die opgevangen werden in de bossen rondom Groesbeek, waar zich intussen "meer soldaten dan bomen bevonden". Saedt kreeg een Tommy gun uitgereikt door reserve-majoor A.D. Bestebreurtje en van hem de opdracht samen met een collega 150 Duitse soldaten te bewaken, zolang de strijd duurde, dus van 8 uur 's avonds tot de volgende dag om 04.0Foto vliegtuigen 1945 20 uur. Op dat moment keerden de Amerikanen weer terug en gaf Saedt zijn wapen aan Melchers, de leider van het regionale verzet, over.

Saedt had veel taken in deze tijd; zo  was hij betrokken bij de voedselvoorziening en haalde hij gewonden op. Er gebeurden ellendige zaken in deze tijd; er vielen onder meer drie doden in een gezin bij een granaatinslag. De dochter des huizes overleefde dit niet en werd in haar kist op de begraafplaats gezet. Later bleek dat men vergeten was haar te begraven; toen men bezig was een graf klaar te maken dreigde er luchtalarm, waarop de gravers tijdelijk de plek van de overledene innamen teneinde niet zoals die vrouw te eindigen. Het ouderlijk huis van Saedt was inmiddels ingericht tot uitkijkpost van de Canadese artillerie en Saedt zelf verleende nog verschillende diensten tot de oorlog uiteindelijk eindigde met een nederlaag voor Duitsland.

Nawoord

Saedt tekende wel om naar Nederlands-Indië te gaan maar dat ging uiteindelijk niet door. Zijn echtgenote had wel twee broers, Egbert en Anton Coenen, die in die gewesten strijd leverden.  Saedt en zijn echtgenote kregen zes kinderen en beheerden eerst kermisattracties. Later werd Saedt rijinstructeur en was hij, samen met zijn echtgenote, eigenaar van een kruidenierswinkel in Groesbeek.  Een zoon van hen bracht zijn diensttijd door bij de Verbindingstroepen. Saedt zelf was een bekwame modelbouwer; hij bouwde op schaal onder meer de kermisattracties van zijn ouders na.

Ten afscheid zei Saedt: "Ik ben in 1939 militair geworden en... ik ben het nog".


Zie ook


[ Terug

 

f t