Morre Pierre


Vroege loopbaan

Pieter Morre (Zwolle, 21 september 1780 - Antwerpen, 12 december 1832) werd geboren in een familie waarbinnen veel leden in militaire dienst actief waren. Zijn broer stierf, in dienst van Keizer Napoleon, in 1812 aan de oevers van de Berezina in Rusland. Morre zelf trad op 5 oktober 1798 in de rang van soldaat in dienst bij het tweede bataljon van de vijfde halve Hollandse Brigade Infanterie.Berezina borre

In deze positie nam hij in 1800 en 1801 deel aan de veldtochten in Duitsland. Tijdens de jaren hierna was hij gelegerd te Kamp Zeist, dienend in het leger van de Franse maarschalk Marmont. Het jaar 1806 vond Morre strijdend in de Garde van Koning Lodewijk, waarmee hij indertijd aan de veldtocht in Pruisen deelnam.

Niet lang hierna werd Morre van de Garde overgeplaatst naar de Linie en bevorderd tot adjudant-onderofficier. In deze rang en in de functie van kwartiermeester nam hij deel aan de strijdhandelingen tijdens de veldtocht in 1809 in Zeeland. Het jaar daarop verliet hij uit onvrede met het Franse bewind de krijgsdienst. Morre trad nu in het huwelijk met Johanna Ulje en was in deze tijd werkzaam bij de Gewapende Burgermacht in Leiden. 

Een van zijn taken was het de burgerij bekend maken met de werking en het gebruik van wapens. Zijn werkzaamheden verrichtte hij met zoveel toewijding en enthousiasme dat men hem bij besluit van 24 augustus 1813 bevorderde tot luitenant-adjudant. Na de omwenteling werd Morre in de rang van eerste luitenant bij het tweede bataljon der Infanterie van Linie geplaatst en nam hij deel aan de ontruiming van de vesting Breda en het beleg van Naarden.

Ook bij deze gelegenheden was men onder de indruk van zijn werkzaamheden. Hij ontving voor zijn activiteiten van de Commissie ter aanmoediging van de Gewapende Dienst de zilveren gedenkpenning die werd uitgereikt "aan hen die volhard hadden in ijver voor de algemene en goede zaak". 

Slag bij Waterloo, ridder in de Militaire Willemsorde

Morre nam in 1815 deel aan de Slag bij Waterloo en werd bij Koninklijk Besluit van 10 augustus 1815 nummer 17 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde. Na deze belangrijke veldslag verkreeg hij de positie van eerste luitenant-adjudant bij het vijftigste bataljon Nationale Militie en werd gelegerd in het Amstelland, waar hij en zijn echtgenote een zware ziekte opdeden.Slag bij Waterloo

Kapitein Geerling, indertijd adjudant van generaal-majoor van Diermen, nodigde Morre uit naar het minder bedompte Utrecht te komen, waar de lucht schoner was. Helaas kwam die uitnodiging voor de echtgenote van Morre te laat want zij stierf niet lang na aankomst in de stad en werd aldaar begraven. Het echtpaar had geen kinderen. 

Enige jaren na deze droeve gebeurtenis, op 23 februari 1826, trouwde Morre opnieuw, ditmaal met de dochter van de arts dr. Broekman. Hij werd met ingang van 30 augustus 1818 bevorderd tot kapitein maar pas met ingang van 26 augustus 1824 werkelijk in deze rang in dienst gesteld. 

Citadel van Antwerpen - sneuvelen van Morre

Op 2 september 1829 werd Morre ingedeeld bij de Tiende Afdeling Infanterie. Tijdens de Belgische opstand, in 1830, stond hij aan het hoofd van een compagnie die Brussel binnentrok en deelnam aan de gewapende strijd. Tijdens een van de gevechten doorboorde een kogel zijn schako en drongen drie andere projectielen in zijn kleding. Beleg van Antwerpen. Monstermortier

Op het moment dat hij zijn flankeurs aanspoorde de muiters, die Hotel Bellevue binnendrongen, onder vuur te nemen werd Morre zelf door diverse  kogels in de linkerzijde -en arm getroffen. Hij wist nog net de woorden "Flankeurs, ferm erop in geblazen" uit te brengen toen hij als gevolg van het toenemende bloedverlies in elkaar zakte. 

Men transporteerde hem naar het veldhospitaal in het Park te Brussel. Aldaar verzocht hij zijn superieuren naar zijn echtgenote in Amsterdam te mogen terugkeren teneinde daar verder te herstellen. Zodra hij echter genezen was verklaard keerde hij naar de Zuidelijke Nederlanden, ditmaal naar Antwerpen, terug om zich bij de troepen onder leiding van generaal Chassé te voegen. Citadelletje

Op deze weg voelde Morre zich door zijn oude verwonding genoodzaakt enige tijd in Utrecht te rusten. Te Princenhage ontmoette hij zijn zwager, kapitein Geerling, die de strijd om de Citadel van Antwerpen had bijgewoond, voor de laatste keer.

Eenmaal op het kasteel te Antwerpen aangekomen schreef hij aan zijn echtgenote: "God zij met ons. Overwinnen of een eervolle dood op dit kleine doch nu zo belangrijke bolwerk vinden". Morre overleden

In de nacht van tien december 1832 deed Morre met een detachement van zestig man van de Tiende Afdeling en een detachement mineurs een uitval. De manschappen verjoegen de vijand, vernielden een aantal loopgraven en maakten zes handmortieren onklaar.

Morre bevond zich als een der eersten in de vijandelijke loopgraven en vormde de achterhoede toen de eenheid zich terugtrok op het glacis van de lunet St. Laurent. Aldaar werd hij dodelijk getroffen door een vijandelijke kogel. Verzwakt door het bloedverlies wist hij toch nog stervend rapport te doen van de gebeurtenissen. Twee dagen daarna, op 12 december 1832, overleed Morre aan de gevolgen van zijn verwonding.  

Zie ook: 

f t