Landzaat, WP


Vroege loopbaan

Loopbaan in de jaren twintig

Loopbaan in de jaren dertig

Dood van Landzaat

Militaire Willemsorde

Landzaat als toneelspeler

Nasleep

Toneelrollen

Bronvermelding


Vroege loopbaan

Willem Pieter Landzaat (Leiden, 7 april 1886 - Grebbeberg, 13 mei 1940), zoon van Willem Landzaat en Helena Maria du Croix, kwam met ingang van 16 september 1907 in aanmerking voor plaatsing bij de Hoofdcursus richting infanterie. Bij de Hoofdcursus werd hij in februari 1908 gedetacheerd bij het tweede regiment infanterie te Maastricht en hij slaagde in augustus 1909 voor zijn officiersexamen. Hij werd overgeplaatst naar het vierde regiment en op 15 september 1909 bij het tiende regiment benoemd tot tweede luitenant.

Landzaat werd  met ingang van 13 oktober 1910 gedetacheerd bij de werkplaats voor draagbare wapens aan de Hembrug te Zaandam, waar hij een wapencursus ging volgen, en keerde in november van datzelfde jaar weer naar het garnizoen van het 10de regiment, gelegerd te Den Helder, terug. Hij werd van 16 oktober 1911 tot 31 januari 1912 gedetacheerd bij de Normaalschietschool te Den Haag en in september 1912 overgeplaatst van Den Helder naar Haarlem. Met ingang van 15 september 1913 werd hij bevorderd tot eerste luitenant.

Loopbaan in de jaren twintig

Met de overplaatsing naar de kazerne in Haarlem had Landzaat niet veel geluk want in december 1913 brak aldaar een grote brand uit, waarbij een groot gedeelte (eenvierde) in vlammen op ging. Hij werd Landzaat huwelijknu benoemd in een Commisie van Onderzoek naar de oorzaak van al het vuur. In februari 1918 werd Landzaat op zijn verzoek  van het tiende, waar hij dienst deed bij depot X, overgeplaatst naar het zevende regiment infanterie. Aldaar werd hij met ingang van 15 oktober 1918 gedetacheerd bij de luchtvaartafdeling. Hij werd in maart 1922 ingedeeld bij het Indelingsdistrict Amsterdam II en in juni van dat jaar aangewezen om op te treden als commandant van het achtergebleven detachement van het zevende regiment infanterie aldaar.

Landzaat trouwde op 19 juli 1923 te Amsterdam met W.G. van den Nieuwenhuizen en werd in februari 1923 overgeplaatst naar de staf van het regiment te Harderwijk. In juli 1923 werd hij van deze plaats weggehaald en tewerk gesteld bij de Vrijwillige Landstorm te Amsterdam, waar hij werd benoemd tot adjudant van de commandant van het Landstormverband en met ingang van 1 mei 1927 bevorderd tot kapitein. In 1928 was hij de regisseur van het historisch spel in negen episodes dat werd opgevoerd ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Militaire Academie.

Loopbaan in de jaren dertig

Landzaat werd met ingang van 1 augustus 1930 overgeplaatst naar het dertiende regiment infanterie in Maastricht en een poosje later toegevoegd aan de inspecteur van de geneeskundige dienst en geplaatst bij de staf. Uit deze functie werd hij in januari 1937 ontheven. Hij werd op 1 februari 1937 bevorderd tot majoor.

In die rang was hij tijdens de vergadering van de Algemene Vereniging voor Reserve-Officieren te Arnhem, als vertegenwoordiger van de commandant van het veldleger, aanwezig. Met ingang van 1 mei 1937 werd hij overgeplaatst bij de staf van de vierde infanteriebrigade te Arnhem en later benoemd tot commandant van het eerste bataljon van het achtste Regiment Infanterie.

 Dood van Landzaat

In deze functie was hij nog steeds actief toen in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog ook Nederland bereikte. In de miLandzaat soldaatjeddag van de elfde mei vielen de voorposten van de Grebbeberg en drongen de Duitsers door tot voor de frontlijn van de hoofdweerstandsstrook. De dag daarop lagen zowel de Grebbeberg als de directe omgeving onder zwaar vijandelijk artillerievuur. Bij de commandopost van Landzaat kwam nu het bericht van een compagniescommandant binnen dat de opstellingen van sectie X in puin lagen, maar Landzaat beval tot het uiterste stand te houden.

In de middag van diezelfde dag mislukte een poging om de vijand van de berg te verdrijven. Landzaat was druk bezig met aanwijzingen geven en te vuren op de vijand. Deze drong echter steeds verder door en de volgende dag viel de ene post na de andere. Landzaat bevond zich op dat moment, samen met enige officieren, in een paviljoentje in de omgeving van Hotel Grebbeberg. Een poging van de vijand om een zware mitrailleur in stelling te brengen werd door hem verhinderd en tijdens de zware gevechten bleef Landzaat zeggen: "wij geven ons nooit over". Hij liet de overige manschappen vertrekken toen de positie onhoudbaar werd maar bleef zelf strijdend achter. Zijn verkoolde resten werden later door een getuige in het verwoeste gebouw gevonden.

Militaire Willemsorde

Hr. Ms. de Koningin benoemde Landzaat bij Dagorder van 10 mei 1946 tot Ridder in de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen in de meidagen van 1940. In de Dagorder stond: "Heeft zich op 13 Mei 1940 op de Grebbeberg onderscheiden door buitengewonen moed en trouw en door de uitstekende beleidvolle wijze, waarop hij onder de moeilijkste omstandigheden het bevel over zijn Bataljon heeft gevoerd.

Toen de vijand de stoplijn doorbroken had en de Commandopost aanviel heeft hij op krachtdadige wijze de verdediging daarvan gevoerd en zelf hieraan medegewerkt door met een vuurwapen op de aanvallers te schieten. Als een dapper soldaat heeft hij tot het uiterste zijn post verdedigd, totdat hij, als eenig overblijvende op zijn post, vermoedelijk in de loop van de 13de mei gesneuveld is."

Landzaat als toneelspeler

Landzaat was gedurende vele jaren actief bij het Haarlemse dilettantentoneel. In de tijd dat hij de rang van luitenant en kapitein had was hij onder meer werkend lid van de Haarlemse Toneelclub en werd genoemd als een der sterkste en intelligentsGraf van Landzaatte spelers die de Haarlemse Toneelclub ooit bezeten had. Jan Musch verklaarde dat Landzaat, met zijn uitzonderlijke talent,  een zeer voorname plaats bij het beroepstoneel had kunnen innemen en het scheen dat deze er inderdaad ooit aan gedacht had het leger vaarwel te zeggen en deze richting in te slaan.

Landzaat speelde onder meer de rol van Sganarelle in "De school voor mannen" met veel verve en talent. Hij stond bekend om de zwier waarmee hij tijdens historische stukken zijn kostuum wist te dragen. Andere rollen waarin hij schitterde waren die van Crispijn in "De kringloop der belangen" en die in het poppenkastspel "Jan Klaassen".

Nasleep

De weduwe van Landzaat, W.G. Landzaat-van den Nieuwenhuizen, schreef naar aanleiding van de dan (1940) voorgenomen verplaGedenksteenatsing van het kerkhof op de Grebbeberg naar het Koningsbosch met als reden dat het kerkhof niet vredig en waardig genoeg zou zijn:

Niet vredig genoeg? Dan is het publiek daar zelf schuldig aan. Niet waardig genoeg? Waarom niet waardig genoeg? In alle landen, waar al eerder de gesel van de oorlog overheen is gegaan vindt men overal de oorlogskerkhoven aan de grote wegen. Schamen wij ons voor onze helden? Hindert het als zij, voor wie onze gevallenen hun leven gaven, in het voorbijgaan er even aan herinnerd worden, dat daar mannen liggen die het kostbaarste, wat ze hadden, moedig offerden, en het vaderland getrouw bleven tot in de dood?

Onze soldaten liggen daar begraven zonder de beschutting van een kist. En nu, na vier maanden, zijn hun resten één aan het worden met de aarde. Begrijpt men niet hoe de verwanten dit opgraven en transporteren voelen als heiligschennis? Wij vinden het de vrede van onze gevallen soldaten wreed en nodeloos verstoren. Ik roep alle vrouwen en moeders van op de Grebbeberg  gesneuvelden op bijtijds hun protest te laten horen.  Laat onze doden rusten!


Toneelrollen

  • 1914. Jan Klaassen. In: Poppenkast, een vrolijk spel vol ernst (Openluchttheater). Onder leiding van J.N.W.C.A. Ruygrok.
  • 1916. Een Boottochtje. In de Grote Haarlemse Schouwburg en bij de Haarlemse Toneelclub
  • 1924. Crispijn in: De Kringloop der Belangen (Haarlemse Toneelclub)
  • 1928. Regisseur van het toneelstuk, opgevoerd tijdens het 100 jarige bestaan van de Koninklijke Militaire Academie

Bronvermelding

  • 1907. Leger en Marine. In: Leeuwarder Courant, 4 september 1907 
  • 1908. Marine en leger. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 22 februari 1908
  • 1910. Marine en leger. In: Algemeen Handelsblad, 22 september 1910
  • 1911. Zee en Landmacht. In: Algemeen Handelsblad, 5 oktober 1911 
  • 1913. Bevorderd. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 10 september 1913
  • 1913. Kazernebrand in Haarlem. In: Het Nieuws van de Dag: kleine courant, 17 december 1913
  • 1918. Overgeplaatst. In: Algemeen Handelsblad, 17 februari 1918
  • 1922. Leger en vloot. In: Algemeen Handelsblad, 27 juni 1922 
  • 1923. Leger en vloot. In: Algemeen Handelsblad, 16 juli 1923
  • 1930. Leger en vloot. In: Limburger Koerier, 5 juli 1930
  • 1940. In memoriam W.P. Landzaat. In: Haarlems Dagblad, 22 mei 1940 
  • 1940. Ingezonden. Buiten verantwoording van de redactie. In: Arnhemsche Courant, 7 september 1940
  • 1940. V.E. Nierstrasz.  Hoe majoor W.P. Landzaat, commandant van 1-8 RI op 13 mei 1940 op de Grebbeberg sneuvelde. In: Militaire Spectator, 109
  • 1946. Herdenking van de Gevallenen in mei 1940. In: Militaire Spectator, 115

[ Terug

f t