Arts Vaas met echtgenote2


Vroege loopbaan

Jan Frans Vaas (Amsterdam, 24 september 1899 - 1985) was de zoon van Frederik Vaas, rijksopzichter en technisch ambtenaar,  en Elisabeth Anna Maria Enghardt. Hij trouwde op 26 juni 1924 met Adriana Boukje Lammertsma. 

Vaas volgde de vijfjarige HBS in Groningen en behaalde in juli 1916 zijn eindexamen. Hij ging vervolgens geneeskunde studeren aan de Huwelijk VaasRijksuniversiteit van Groningen en voldeed in juni 1917 aan de eisen voor zijn eerste natuurkundig examen.

Hij behaalde nu achtereenvolgens in oktober 1919  en oktober 1921 zijn kandidaats- en doctoraalexamen geneeskunde, waarna hij, te rekenen vanaf 20 augustus 1922, toegelaten werd tot "de verbintenis, bedoeld bij artikel 18 der wet van 2 augustus 1880".

Die hield in dat hij na het verkrijgen van de titel van arts een benoeming aan zou nemen als officier van gezondheid der tweede klasse bij het personeel van de geneeskundige dienst der landmacht. Vaas werd in november 1922 bevorderd tot arts, deed in april 1924 zijn artsexamen en werd bij Koninklijk Besluit in diezelfde maand benoemd tot officier van gezondheid der tweede klasse.

Bij de Landmacht

Vaas, tot dan toe in de rang van vaandrig actief, werd  nu effectief benoemd tot officier van gezondheid der tweede klasse bij het personeel van de geneeskundige dienst  der landmacht, met als standplaats Deventer. In 1926 nam hij zitting in de commissie, belast mcentra5et het afnemen van het examen tot het verkrijgen van het getuigschrift als leider van lichaamsoefening en sportleider, zitting houdend te Rotterdam. Hij was plaatsvervangend lid der commissie tot het examineren voor middelbaar- en lager onderwijs lichamelijke oefening.

Vaas werd in september 1926 van Deventer overgeplaatst naar het Militair Hospitaal te 's-Gravenhage. Het jaar daarop nam hij opnieuw zitting in eerder genoemde commissies en in augustus 1927 werd hij gedetacheerd bij het vierde halve regiment Huzaren te Deventer om de geneeskundige dienst waar te nemen tijdens de legeroefeningen in de omgeving van Ede. Daarnaast was hij tot 1931 lid der commissie voor het examen leider lichaamsoefening en sportleider en nam hij opnieuw zitting in de onderwijscommissies.

Latere loopbaan

Vaas werd in november 1930, als een van twee kandidaten, voorgedragen voor de positie van controlerend geneeskundige bij de Geneeskundige- en GezondheidsdIenst (G.G.D). Hij verkreeg met ingang van 1 maart 1931 in de rang van officier der gezondheid tweede klasse eervol ontslag uit de militaire dienst en werd vervolgens benoemd tot resBep van Klaveren poseerve-officier van gezondheid der tweede klasse. Zijn bevordering tot reserve-officier der eerste klasse vond in februari 1932 plaats.

Intussen (februari 1932) had Vaas zich als praktiserend arts gevestigd te Rotterdam en bleef hij lid van de al eerder genoemde examencommissies. Met ingang van 12 maart 1935 vroeg en verkreeg hij, wegens volbrachte diensttijd, als reserve-officier eervol ontslag uit de militaire dienst.

In de jaren die volgden oefende Vaas zijn medische beroep uit en specialiseerde hij zich in sportadviezen. Hij werd een expert op het gebied van  boks-medische aangelegenheden en adviseur van de Inspecteur van Lichamelijk Onderwijs en Sport van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Van 1 maart 1931 tot en met 1 augustus 1953 was hij daarnaast actief als arts bij de Medische Dienst van de Scheepvaartvereniging Zuid te Rotterdam.

Wat betreft de specialisatie inzake boks-medische adviezen: in 1953, toen de dan 46-jarige Beb van Klaveren een proef aflegde voor officials van de Nederlandse Boksbond en artsen onderzocht Vaas, die zelf ook bokste,  Van Klaverens bloeddruk en vergeleek die met andere boksers. Na een intensieve training van 50 minuten constateerde hij tot zijn grote be- en verwondering geen afwijkingen.  

Vaas overleed in 1985.


 

f t