Mirjam legerjournalist demining
  

Zie ook de volgende foto-albums: 

Opleiding
Mirjam Meindertsma, geboren te Delft op 14 september 1973, is de dochter van Friese ouders, die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Anjum. Toen zij drie jaar oud was verhuisden haar ouders naar Wageningen, waar haar vader, civiel ingenieur, een baan kreeg als technisch ambtenaar bij de afdeling Weg- en waterbouwkunde en irrigatie van de Landbouwhogeschool aldaar.  Vloer timmeren op de basis Suvareca 
 
Na haar middelbare schoolopleiding vertrok Meindertsma als uitwisselingsstudent voor een jaar naar Brazilië, waar zij een jaar bij een gastgezin verbleef, met wie ze tegenwoordig nog steeds een warm contact heeft.
 
In Brazilië kwam zij voor het eerst in aanraking met echte armoede en tot het besef dat niet iedereen het zo goed als de mensen in Nederland had.
 
Terug in Nederland volgde Meindertsma een studie journalistiek aan de Hogeschool in Tilburg, waarna zij ging werken bij een softwarebedrijf in Utrecht, waarvoor zij de contacten met Europese klanten onderhield. Haar kennis van talen, Nederland, Engels, Portugees, Italiaans, Frans, Spaans, Duits en Fries, zal haar daarbij van grote waarde zijn geweest.
 
In dienst bij Defensie 
Meindertsma was vastbesloten nogmaals een wereldreis te gaan maken, nam ontslag bij haar bedrijf en wilde proberen om door via een uitzendbureau te gaan werken snel voldoende te verdienen om deze wens te realiseren. 
 
Al snel werd haar een functie als journalist aangeboden bij de landmacht. In eerste instantie leek een militaire omgeving haar niets, maar ze besloot toch op gesprek te gaan bij de sectie Communicatie van 13 Gemechaniseerde Brigade op de generaal-majoor De Ruyter van Steveninck Kazernekazerne in Oirschot. In de Bolkow met Duitse collegas
 
Het gezicht van de kazerne, schitterend in het bos gelegen met spelende konijntjes ervoor, was geheel anders dan Meindertsma had verwacht. 
 
Dat gold ook voor de militairen die daar werkten; indertijd hing in Nederland een zeer anti-militaristische sfeer, waardoor bij de burger een verwrongen beeld van de militaire stand ontstaan was.   
 
De personen die Meindertsma op de kazerne ontmoette voldeden, in positieve zin, echter niet aan dit beeld. Ze besloot de baan te aan te nemen en zo werd zij 5 maanden via het uitzendbureau gedetacheerd. Zij was geheel vrij om zich met iedereen te onderhouden en ging vrijwel direct mee op oefening.
 
Legerjournalist te Kosovo
Het Ministerie van Defensie besloot dat Meindertsma in de toekomst in de rang van luitenant een communicatiefunctie zou kunnen gaan bekleden en zond haar naar de de Koninklijke Militaire Academie te Breda waar zij de verkorte officiersopleiding voor specialisten volgde (1998).  KFOR 1423 
 
Vlak nadat zij de opleiding voltooid had werd ze op een "7 days notice" gezet om als stafmedewerker interne communicatie naar Kosovo (in het kader van KFOR-I, Kosovo Force) uitgezonden te kunnen worden.
 
In juni 1999 vertrok Meindertsma met de troepen naar Macedonië, waar men twee weken moest wachten op de ratificatie van het akkoord, voordat er verder naar Kosovo getrokken kon worden.
 
Meindertsma reisde met de Gele Rijders in een grote colonne met artillerietanks, jeeps en pantservoertuigen naar Zuid-West Kosovo, het gebied waar het meest was gevochten.
 
Het duurde lang voordat de grens kon worden overgestoken omdat deze vol stond met vluchtelingen. De mijnen op de hoofdwegen in Kosovo waren gemarkeerd, maar nog niet allemaal verwijderd. Een sanitaire stop in de berm was dan ook ten strengste verboden. De verwoestingen van de oorlog waren overal zichtbaar, evenals de stank der slachtoffers en vele dieren.
 
Situatie te Kosovo
Te Prizren werd de colonne door de bevolking als ware bevrijder binnengehaald. Mensen met bloemen en massa's kinderen stroomden op de troepen af en iedereen was blij en uitgelaten. Kaartlezen voor intocht Kosovo
 
Meindertsma zei dat dit het gevoel gaf "wat de Geallieerden moesten hebben gevoeld toen ze Nederland kwamen bevrijden". In de nacht die daarop volgde zag zij in het aardedonker lichtflitsen (die zij eerst voor onweer hield), waaruit bleek dat er, in de richting waarop de colonne de volgende dag zou vertrekken, nog volop gevochten werd.
 
De colonne bereikte uiteindelijk Orahovac, waar tegen de avond, in het donker, een kamp met pub tentjes werd ingericht.  In die tijd waren de Serven nog aanwezig op de vliegstrip.
 
De volgende morgen leek alles vredig en pas tijdens een verkenning bleek dat bijna de gehele bevolking uit het gebied was weggevlucht. Pas in het centrum van het dorp verscheen er een klein meisje, dat de Nederlandse militairen in de armen vloog.  
 
Situatie ter plaatse
In de omgeving van waar de Nederlandse troepen actief waren lagen veel massagraven. Het ICTY-team (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia), onder meer bestaande uit rechercheurs van Scotland Yard, diende deze massagraven te onderzoeken en te ontmantelen. Voor de deadline
 
Deze plaatsen werden overdag en 's nachts bewaakt door (veelal jonge) soldaten van de Gele Rijders, om te voorkomen dat ze door familieleden van de overledenen verstoord zouden worden.
 
Dat gebeurde vooral nadat de grens met Kosovo open was gegaan en mensen massaal toestroomden om deze massagraven te zien en te ontdekken of er familieleden waren begraven. Na een opgraving werden de slachtoffers onderzocht  en foto’s van hun kleding gemaakt.
 
Deze werden middels een boekje verspreidt onder de dorpshoofden teneinde de slachtoffers te kunnen identificeren. Na identificatie vonden er grote herbegrafenissen plaats.
 
Werkzaamheden van een legerjournalist in het veld
Het contingent van de Nederlandse troepen was groot en er waren op verschillende locaties troepen gestationeerd. De logistieke afdeling lag bij het vliegveld Petrovec in in Macedonië, terwijl de helicopterbasis zich in Albanië bevond en te Kosovo zelf onder meer het Geniehulpbataljon en het Korps Rijdende Artillerie (Gele Rijders) gelocaliseerd waren. Overleg
 
Doordat men zo ver uit elkaar gelegerd was werd besloten om (naast de meer directe communicatie) door middel van een periodiek van elkaars wederwaardigheden op de hoogte te blijven. Meindertsma was verantwoordelijk voor het blaadje, dat iedere twee weken gedurende zeven maanden verscheen.
 
Ze noemde het KFORmaatje - een maatje van KFOR. Een der rubrieken in het tijdschift was het KFORum, waarin de KFOR-militairen konden reageren op een stelling, die iedere twee weken wisselde.
 
Hiertoe reisde Meindertsma alle posten langs om veldwerk te doen, verzorgde de reportages en de opmaak van het periodiek en droeg zorg voor de verspreiding. Een intensieve taak, want het kon zo maar gebeuren dat ze ’s nachts mee ging op patrouille en ’s ochtends bij aankomst werd verzocht om snel verslag te doen van een nieuw ontdekt massagraf wat door de Nederlandse troepen bewaakt moest worden. Interview
 
Dergelijke gebeurtenissen maakten vaak veel indruk op de nog jonge soldaten en velen waren blij als ze even hun verhaal konden doen. Ondanks dat haar taak niet altijd makkelijk was, hielp het dat zij die zaken direct van zich af kon schrijven.
 
Daarnaast was het een dankbare taak. Ook de plaatselijke bevolking wist de legerjournaliste te vinden en verzocht haar dikwijls om verslag te doen van de verschrikkingen die in hun land waren gebeurd en aanwezig te zijn bij herbegrafenissen.
 
De wederopbouw van het gehavende land ging in een rap tempo. Bruggen, huizen en scholen werden hersteld en vele vluchtelingen keerden terug naar hun dorpen. Na enkele maanden openden in het het ooit verlaten centrum van Orahavoc de eerste winkeltjes weer.
 
Ook was Meindertsma getuige van herenigingen van mensen die elkaar maanden niet hadden gezien, waaronder Servische en Albanese buren, die voorheen altijd in vrede met elkaar geleefd hadden. Langzaam kwam het gewone leven weer op gang en werd duidelijk dat de inspanningen van de Nederlandse troepen wel degelijk zijn vruchten afwierp.
 
Loopbaan in Nederland
Na zeven maanden keerde Meindertsma terug naar Nederland, waar zij terugkwam op haar plek in Oirschot bij de 13de gemechaniseerde brigade. Niet veel later werd zij overgeplaatst naar de afdeling Defensie Werving & Selectie in Amsterdam waar zij werd benoemd tot kapitein en aangesteld tot Hoofd Bureau Audio-Visuele Dienst. Communicatie op Landelijke Schietvaardigheids Wedstrijden Natres
 
Aldaar was zij verantwoordelijk voor alle wervings- en voorlichtingsfilms en voor reclame-campagnes van de Landmacht. De eerste wervingswebsite van de Landmacht, waar zij mede verantwoordelijk voor was, verkreeg indertijd de prijs voor de beste wervingswebsite van Nederland.
 
Later werd Meindertsma opgeleid voor werk bij Civil- Military Coorperation Cooperation (CIMIC), een eenheid die tijdens uitzendingen contacten onderhoudt met de lokale bevolking. Van uitzending is het daarna echter niet meer gekomen. 
 
In 2007, nadat zij gedurende tien jaar werkzaam was geweest als beroepsmilitair, inmiddels getrouwd was en drie stiefdochters had gekregen, besloot zij om de actieve dienst te verlaten en actief Reservist te worden bij het Korps Nationale Reserve, een eenheid die alleen nationaal wordt ingezet.
 
Aldaar vervulde Meindertsma de functie van Hoofd Werving & Voorlichting  en arbeidsmarktcommunicatie. In 2009 beviel ze van een dochter. Meindertsma hoopte indertijd dat als de kinderen wat ouder waren ze alsnog een keer op missie kon. 
 
Meindertsma is vanaf januari 2018 werkzaam als senior adviseur Kennis en Kwaliteit bij het Facilitair Bedrijf Defensie op de Kromhoutkazerne in Utrecht. 
 

 
f t