Lijkenkist1


Let op: dit artikel bevat schokkende beelden. Zie ook het artikel Gruwelen der Bersiap op Bronbeek en het filmpje. 


Machtsvacuüm na de Japanse capitulatie

Start van het moorden op grote schaal

Dodentallen van de Bersiap

Scènes van het moordtoneel (selectie):

Soerabaja, stad van de angst: de slachting in de Simpangclub

Moorden te Batavia

Moorden op Ambonezen en Chinezen

De moord voorbereid op 2.300 Nederlanders

Moorden te Koeningan

Moorden bij Brastagi en Balapoelang

Andere wreedaardigheden

Moorden in kampong Djamboe

Moordluitenant Adjeng

Gevallen van moordlust te Cheribon

Verraad in eigen gelederen

Bloedbaden in Tegal

Andere moordpartijen

Besluit

Zie ook


Machtsvacuüm na de Japanse capitulatie

Tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door Japan, op 8 november 1944, vond er een grote demonstratie te Batavia plaats. Door de demonstranten werden poppen  van Churchill, Rooseveld en Van der Plas meegevoerd en verbrand. SoekarExhumatieno hield een vurige rede en zei onder meer: "Onze jongens moeten zo nodig bereid zijn de Indonesische bodem te besproeien met hun bloed en tranen opdat het land vruchtbaar en welvarend wordt."

Soekarno, Hatta en Radjiman vertrokken op 9 augustus 1945 van Batavia naar Saigon, het hoofdkwartier van de Japanse Opperbevelhebber van Zuid-Oost Azië, waar zij op 11 augustus deelnamen aan een conferentie over de politieke toekomst van Indonesië. Soekarno sprak hierbij de woorden: "Ongetwijfeld is deze gave, dit verlenen van de onafhankelijkheid, een gunst van de meest heilige majesteit, de Tenno Heika, voortgekomen uit diens oneindige wijsheid en wij wensen onze eeuwige dank daarvoor uit te drukken".

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en op 17 augustus werd onder leiding van Soekarno en Hatta de Republiek Indonesië uitgeroepen. Een poging van het Japanse Hoofdkwartier deze proclamatie te verhinderen werd onvolledig uitgevoerd en had geen enkel effect. Doordat er op dat moment geen geallieerde strijdkrachten aanwezig waren die het gezag van de Japanse militairen konden overnemen kreeg de Republiek tjd en gelegenheid aan invloed te winnen en macht uit te oefenen. Pas op 29 september 1945 kwam een detachement Britse troepen ter sterkte van nog geen duizend man te Batavia aan.

Start van het moorden op grote schaal

De Britse bevelhebber op Java zag, mede onder de indruk van alarmerende berichten, de toestand zeer ernstig in en geloofde dat hij rekening diende te houden met het bestaan van de nieuwe Republiek. Het Nederlandse bestuur vernam hierop tot haar grote ontsteltenis dat deze man bij aankomst te Batavia had verklaard dat hij de Republikeinse partijleiders op Java en Sumatra zou verzoeken het bestuur in de door hen gecontroleerde gebieden op zich te nemen. Dit was praktisch een erkenning van de Republiek als regeringsorganisatie. De Nederlandse regerinVermoorde mensen op Java2g protesteerde dan ook tegen deze gang van zaken, die geheel in strijd was met eerder gemaakte afspraken.

De Britse troepen vermeden aldus alle handelingen die hen in conflict zouden brengen met de Republikeinen, waardoor hen mogelijk een rol zou kunnen worden opgelegd bij het herstel van het Nederlandse gezag. Als gevolg hiervan werd het Republikeinse bestuur aan alle kanten ontzien en werden belangrijke contingenten Nederlandse troepen voorlopig te Malakka vastgehouden.

Al ver voor de capitulatie van Japan weerklonk overal in de steden, de kampongs en de dessa's de Japanse oorlogspropagandazender door luidsprekershuisjes, die in opdracht van Soekarno waar mogelijk geplaatst waren. Op 8 augustus sprak Soekarno: "Amerika, Nederland en Engeland vechten nu tot het uiterste om hier terug te keren. Strijd tot de dood om  hen te vernietigen". Door een gebrek aan aanwezigheid van beschermende troepen konden de op handen zijnde bloedbaden zich na de capitulatie van Japan in alle gruwelijkheid gaan voltrekken.

Medio 1945 was door de Japanners PETA oipgericht, een door hen geleid vrijwilligersleger, bestaande uit Indonesiërs. Dit nieuwe jongerenleger bestond uit 38.000 man en was ingedeeld in bataljons van 500 personen. Daarnaast waren er nog de Indonesische hulptroepen, de zogenaamde heiho's.  Al die jongeren leerden dat Nederland, Engeland en Amerika hun vijanden waren en Japan hun vriend. Generaal Soetomo, bijgenaamd Boeng Tomo, zorgde ervoor dat het voor vrouwen en kinderen levensgevaarlijk was de interneringskampen te verlaten. Feitelijk was men nergens meer veilig.

Dodentallen van de Bersiap

Loe de Jong ging er vanuit dat tussen de 3.400-3.500 mensen werden gedood tijdens de Bersiap. H. Th. Bussemaker (2005) noemde een dodental van tussen de 3.500-20.000 en de Amerikaanse historicus William H. Fredericks kwam tot een aantal van 25.000-30.000 doden. Er is daarnaastGruwelen bersiap tqww grote discussie over het aantal mensen dat vermist werd,  hoogstwaarschijnlijk in een massagraf verdween en nooit teruggevonden werd.

Wat wel met zekerheid gezegd kan worden is dat doordat deze mensen, waaronder Nederlanders, Chinezen, Ambonezen, Timorezen, Menadonezen en Indonesiërs, vlak na de Tweede Wereldoorlog en voor de onafhankelijkheid van Indonesië vermoord werden,  de doden van de Bersiap, slachtoffers van moordpartijen op grote schaal, een tijd uit de publieke aandacht verdwenen.  

Na de eerste Bersiap volgde een tweede periode, de zogenaamde tweede Bersiapperiode, in juli-augustus 1947, toen, mede onder invloed van de activiteiten rond de Eerste Politionele Actie, een golf van nieuwe moordpartijen plaatsvond onder (Indische) Nederlanders die na de Indonesische Onafhankelijkheidsverklaring voor de Indonesische nationaliteit hadden gekozen maar aan wiens loyaliteit getwijfeld werd.

Scènes van het moordtoneel (selectie)

Soerabaja, stad van de angst: de slachting in de Simpangclub

Op 15 oktober  1945 werd een groot aantal mensen door extremisten uit hun huizen gehaald en naar de Simpangclub gebracht, een vroegere sociëteit, die toen in gebruik was als hoofdkwartier van de communistische Pemoeda's. Zij dienden met de ruggen tegen elkaar en met het hoofd tussen de knieën plaats te nemen op de galerij voor de biljartzaal. Aldaar werden ze gefouilleerd en wanneer er een oranje kokarde of een rood-wit-blauw strikje werd gevonden ontkleed, afgeranseld en met de punt van de baljonet gestoken.

Twee personen werden diGruwelen bersiaprect al met een aangespitste bamboestok doorstoken, waarna de lijken, samen met de lichamen van enige gewonden, in het nat van de overgelopen toiletten en urinoirs werden gesmeten. De biljartzaal diende als gevangenis, waar zich gruwelijke moordtonelen afspeelden. Een vijftienjarige jongen, wiens moeder en broer voor diens ogen waren afgeslacht en die begon te schreeuwen: "Mountbatten, help ons!" werd naar buiten gesleept en met een geweerkolf de nekwervels gekraakt.

Een man werd aangesproken door zijn jeugdige beulen, waardoor hij opkeek en hiervoor gestraft werd met een slag over de rug met een zwaar stuk hout. Toen de man door de pijn vloekte werd hij doodgeslagen, zijn lijk letterlijk in stukken gehakt. Van een jongen van zestien, die hier iets van wilde zeggen, werden de hersens ingeslagen met een stuk ijzer.

's Avonds dienden de  gevangenen  die nog leefden, door speren gedwongen, plaats te nemen in een vrachtauto, die naar de gevangenis in de Werfstraat reed. Van de 25 man die op de auto geladen werden bereikten zes ernstig gewond maar levend hun bestemming. De rest was doodgemarteld. Intussen werden elders in Soerabaja handgranaten gegooid in een autotransport van vrouwen en kinderen naar de havens. 

Moorden te Batavia

Te Batavia dreven in het Molenvliet de naakte lijken van vermoorde  blanken. Op 13 oktober 1945 om drie uur 's morgens werd de heer Grootenboer door extremisten uit zijn huis aan de Defensielijn van den Bosch ontvoerd en bij de ingang van Kwitang West Gang 7 op gruwelijke wijze gemarteld en vermoord. Frits Bekker, die onderweg naar huis was,  werd omsing6872664575 Scan0001 jpgeld, gegrepen en bij de ingang  van Kwitang West Gang 10 afgemaakt. Twee dagen later werd een einde gemaakt aan het leven van de Indo-Europeaan Tjiptohardjo, eigenaar van het restaurant Asia Radja.

Een bende onder leiding van Noer en Said bin Miiem en Sipin bin Kantelan slachtte 23 Europeanen, 7 Indonesiërs, 5 Chinezen, 4 Ambonezen en 2 Brits-Indiërs af. Nadat de slachtoffers per auto op de plek van bestemming waren aangekomen werden zij onder een asamboom verzameld. Intussen waren de bendeleden gewaarschuwd en kwamen met goloks en piso-blatí's naar de toekomstige slachtplaats. Aldaar werden hun slachtoffers van achteren aangevallen en vermoord. Het graf werd later ontdekt in een oude Japanse loopgraaf, terzijde van de weg naar Tangerang.

De familie Jonathans, bestaande uit 18 personen, tien mannen, zeventien vrouwen en een baby, werd door een bende van twintig man uit huis gehaald en op het Engelse golfterrein aan de Laan Tegelan op weerzinwekkende wijze vermoord. De baby werd levend in een negen meter diepe put geworpen. De lijken van de achttien andere personen volgden enige ogenblikken later. Het echtpaar Portier werd op Tegallan nummer 9 door een troep bestaande uit acht Pemoeda´s overvallen. De ouders en het oudste meisje, Ida, werden op gruwelijke wijze met kapmessen vermoord en de vier overgebleven kinderen ontvoerd. Men vond hen later terug bij een Indonesische familie in een kampong.

Moorden op Ambonezen en Chinezen

De Ambonees Tanalepe was op 22 september 1945 's avonds om zeven uur met de auto onderweg toen hij ter hoogtTijdens de bersiap vermoorde mensene van het Manggarai-viaduct werd aangehouden door een troep extremisten. Hij werd uit de auto getrokken en met goloks afgemaakt. Zijn lijk werd op alle mogelijke manieren verminkt en in zijn buik werden bamboesperen gestoken.

R. Tahalele, 71 jaar oud, werd op 3 oktober 1945 in zijn huis vermoord omdat hij protesteerde tegen een roving van zijn spullen. De heer Risakotta op Kwitang maakte bezwaar tegen het stelen van zijn barang en werd onmiddelijk daarop van het leven beroofd. Ismael uit Pengodokan vermoordde 72 personen tijdens de Bersiapperiode maar werd later opgepakt en berecht.

De moord voorbereid op 2.300 Nederlanders

Er werden plannen gesmeed om de 2.300 Nederlanders, die gevangen zaten in de gevangenis in de Werfstraat te Batavia, door verbranding en vergiftiging om hRuimen van een graf2et leven te brengen. De bewakers hadden veertig drums en blikken met benzine en andere brandbare olieproducten in alle gangen van de gevangenis neergezet.  Deze misdaad werd verijdeld doordat de Ambonees Patiradjawani, die als gevangene van de Kempeitai aldaar gezeten had, nu bewaker van de Nederlandse gevangenen was geworden en de plannen doorgaf aan Jack Boer, een inlichtingenofficier.

Boer kreeg toestemming van de Britten,  tien goed getrainde Gurka's en een tank. De tank schoot een gat in de muur van de gevangenis, de Gurka's stormden naar binnen en schoten alle bewakers neer.  Alle gevangenen konden toen bevrijd worden en brachten het er, dankzij de oplettende bewaker Patiradjawani, levend af.

Moorden te Koeningan

Te Koeningan werden in oktober 1945 23 Europeanen gearresteerd en vermoord door extremisten, waarbij de politie medeplichtig was. De moord geschieddeLijkenkist2 in twee groepen: de eerste eenheid van 12 personen werd op de pasar tentoongesteld waarbij door de Masjoemi-aanhangers tot geweld werd aangezet. 's Middags werd bekend gemaakt dat de Europeanen 's avonds om negen uur naar de gevangenis zouden worden overgebracht.

Toen deze mensen op het afgesproken tijdstip een voor een uit het politiebureau werden gehaald viel de  verzamelde meute hen direct aan. Slechts enkele overlevenden bereikten de gevangenis, waar zij samen met de lijken werden opgesloten.  De volgende dag haalde de politie de tweede groep personen uit de gevangenis en het dan nog beter bewapende volk startte direct een lynchpartij. Eerst werden handen en ledematen afgekapt en vervolgens stak men met bamboespitsen op de slachtoffers in.

De levenden en doden werden in dezelfde cel als de eerste groep ondergebracht.  De directeur van de gevangenis gaf opdracht beide groepen te begraven. De personen die nog ademden werden eerst met stenen en spaden bewerkt maar toch vonden meerdere personen uiteindelijk de dood doordat zij levend begraven werden.

Moorden bij Brastagi en Balapoelang

In een kampong bij Brastagi werd een massagraf gevonden met de lijken van op onmenselijk wijze omgebrachte mensen, merendeels Indonesiërs, die in Medan voor Nederlanders hadden gewerkt of van pro-Nederlandse gevoelens werden verdachtSlachtoffers. Te Balapoelan werd op 17 augustus 1946 een aantal Europeanen bijeen gejaagd, terwijl het volk werd aangespoord de vernietiging van deze mensen bij te wonen.

De slachtoffers werden een voor een naar een put gesleept en daar gedwongen drie keer een buiging te maken voor de Republikeinse vlag. Vervolgens werden zij met bamboesperen doorstoken en kregen een slag op het achterhoofd, die als genadeslag bedoeld was. Daarna werden de lijken in de put geworpen. Echter, niet allen waren overleden: twee kinderen waren nog niet dood; men greep hen bij de enkels vast en kraakte de schedels tegen de wand van de put.  

Andere wreedaardigheden

In de omgeving van Bandoeng werden door een bende, die later gearresteerd kon worden, in augustus 1Stoffelijk overschot van tijdens de Bersiap omgebrachte Europese vrouw946 negentig Chinese en Indonesische ingezetenen bruut vermoord. Een patrouille die op 24 juli 1947 naar de onderneming Kalibongo trok trof in het oerwoud verschillende Europeanen aan en Te Litsin  in een ravijn veertien personen in bijna verhongerde toestand.

Vlak bij deze plek vonden de soldaten een zwaar gewonde vrouw, die met man en vijf kinderen uit huis gelokt was en door Republikeinen meegenomen naar het ravijn. Aldaar waren de kinderen voor de ogen van de ouders afgemaakt en de man vervolgens ook vermoord. De vrouw had met een slagwapen een klap in de nek gekregen en was voor dood achtergelaten.

Na een zoektocht werden twee kinderen van zes en vier gevonden, die vertelden dat hun vader en zuster waren vermoord; drie kilometer verder vond men een vrouw met haar twee kinderen, die vertelde dat haar echtgenoot en twee andere kinderen gedood waren.

Moorden in kampong Djamboe

De 26ste juli 1947  trof de patrouille drie Europeanen, die vertelden dat in kampong Djamboe zeventien Europeanen vermoord waren. De patrouille trof hierop in een ravijn de lijkejappenkamp 2n aan. De lichamen vertoonden tekenen van bestiale martelingen. Een man miste de linkerarm en had diepe kapwonden in de nek, terwijl de buik was opengesneden.

Zijn negentienjarige dochter miste de linkerborst, had een kapwond in de nek en een speerstoot in het schaamdeel. Zij was,  volgens de overlevenden, eerst verkracht. Het oudste zoontje (twaalf jaar) had een opengekapte dij en kuit, alsmede een kapwond in de nek, terwijl de schedel half weggeslagen was. Anderen waren afgemaakt door speersteken in borst en buik.

Moordluitenant Adjeng

Adjeng bekende 35 moorden, begaan tijdens de Bersiaptijd,  maar het waren er waarschijnlijk veel meer. Tijdens de Bersiap trad hij op als beul in de omgeving van de Drossaersweg, toen hij begon met het vestigen van zijn persoonlijk moordrecord. Hierna vertrok hij naar Poerwakarta, waar hij bij de T.N.I. werd bevorderd tot luitenant. Op deze lokatie schepte hij er genoegen in elf personen naar de andere wereld te helpen.

Na zijn arrestatie verklaarde Adjeng van mening te zijn geweest geheel in de geest van Soekarno te hebben gehandeld, die indertijd op het Koningsplein de bevolking had opgeroepen tot de Revolutie. Een Europeaan herkende Adjeng direct na zijn arrestatie als de moordenaar van zijn vrouw, dochter en zoon.

Gevallen van moordlust te Cheribon

Het centrum van rijke Chinese grondbezitters in Cheribon werd totaal vernield en zes personen waren op brute wijze vermoord. Te Tjilimoes werden minstens twintig Chinezen, waaronder kleine kinderen,  afgeslacht. Vlak voordat een hulpexpeditie onder kapitein van Buuren, die eerdeVerminkte en vermoorde mensen op Javar adjudant was geweest van generaal de Waal, het gebied binnenrukte waren nog enige Chinezen, in het aanzien van hun familie, letterlijk tot stukken gehakt. De Waal schreef dat hij de lijken, of beter de brokstukken, nog had zien liggen.

Luitenant-kolonel Luessen vond, op aanwijzing van de daders, de acht lijken van Europese vrouwen in een put. Zij waren ter viering van het éénjarig bestaan van de Republiek door een troep Republikeinen eerst verkracht, vervolgens bruut vermoord en in de put geworpen. Sergeant Vrijens van de NEFIS in Bandoeng, wiens vrouw in oktober 1945 met tal van anderen werd vermoord, wist in de buurt van Proepoek enige moordenaars te arresteren.

Op hun aanwijzingen werden de stoffelijke resten van achttien Europeanen opgegraven. Ooggetuigen verklaarden dat te Boeloepoelan en in de Proepoek vijfhonderd mensen waren vermoord tijdens de Bersiap.

Verraad in eigen gelederen

Te Bandoeng werd een zekere (Paul?) Halkema gearresteerd die in de Bersiaptijd tegen vijf gulden per persoon per betja Europeanen onder één of ander voorwensel  over de Demarcatielijn wist te vervoeren. De vrouwen werden te Tjiateul door Pemoeda's verkracht en onthoofd. Hij bekende verder onder meer dat enkele Europese jongens levend begraven waren omdat er na een geallieerd luchtbombardement spiegeltjes op hen waren gevonden.

Bloedbaden in Tegal

In Slawi, Tegal, bevond zich een massagraf, waarin duizenden Indo-Europese personen begraven lagen. In de Kraton vond men de graven van enkele vermoorde  families en in Brebes een graf waarin een vijftigtaStoffelijk overschotin een putl Oost-Indonesiërs hun laatste rustplaats hadden vonden. In Djati Barang Lor bevond zich een graf met twintig slachtoffers, terwijl een put te Balaipoellang de resten van zestien mannen, vrouwen en kinderen, die op de meest onmenselijke wijze aan hun einde waren gekomen, bevatte.

Het betrof hier een aantal Indo-Europese families die eerst dagenlang in een huis met de grofste middelen gemarteld en onteerd werden en vervolgens bloedend naar de put gesleept om te worden onthoofd. De kleine kinderen sloeg men met het hoofd tegen de stenen rand en wierp ze daarna in het water.

Toen het water de put vulde en als laatsten de twee jongste kinderen van de moeder aan de beurt waren werden de beulen moe. Zij sloegen niet hard genoeg en de wond was te ondiep om de kleintjes aan de verdrinkingsdood bloot te stellen. Deze kinderen overleefden het drama en werden later opgevangen door familieleden.

Als laatste bedrijf van het bloedige Tegalschouwspel werden op zekere dag alle jonge mannen van Indo-Europese afkomst door de politie van Tegal opgehaald en aan de rand van een massagraf met hakmessen afgemaakt. Slechts één jongen wist te ontkomen en het graf van zijn metgezellen, die hij tijdens de lijdensweg tot op de rand van de dood had vergezeld, te wijzen.

Andere moordpartijen

Te Garoet, bij Kotta Garoet, werd het massagraf gevonden van dertien mannen, vrouwen en kinderen. Mogelijk betrof het hier drie complete gezinnen. Te Bandoeng werd mejuffrouw Oudhoff door een bende in haar woning overvallen Vermoorde manen met kapmessen op haar hoofd geslagen. Zij eindigde haar leven in een put, waar zij nog levend in belandde maar spoedig daarop overleed.

De Europese jongelieden Beets en Engers wisten uit de Djoernatangevangenis te ontsnappen; op de vlucht wisten zij echter niet te ontkomen aan hun belagers, waarna zij wanhopig trachtten zich in een huis te verschuilen. Zij werden echter ontdekt, tot bloedens toe geslagen en bij de Pekodjanbrug op gruwelijke wijze afgemaakt. Te Ambawara werden twee personen, die verdacht werden van spionage, door Pemoeda's uit hun woning gelokt, naar het kerkhof gesleurd, aldaar op gruwelijke wijze afgemaakt en ter plekke begraven.

De familie Francken werd met een konvooi naar Soerabaja vervoerd. Op 28 oktober 1945 kreeg dit konvooi met vrouwen en kinderen een aanval door extremisten te verduren en vonden ruim honderd (Indisch) Nederlandse vrouwen, kinderen en hun Gurka's een voortijdig einde. Slechts een moeder en haar zoon overleefden dit bloedbad.

Alex Klasser, Robert Thomson en Pieter en Benjamin Merckelbach werden door Mohamad Subari alle vier met een samuraizwaard onthoofd. Ir. Th. K. L. van Dort werd op 8 oktober 1945 door een bende gewapende Pemoeda's uit zijn huis gesleurd en in de gevangenis van Sidoardjo opgesloten. Op 13 oktober 1945 werd hij naar de aloon-aloon gebracht en doodgeschoten.

Besluit

Bovenstaande voorbeelden van de verschrikkingen der Bersiap vormen slechts een zeer beperkte selectie, die samen met de illustraties  een beeld beogen te geven van de gruwelen der Bersiap. 

De hedendaagse Nederlandse burger, opgegroeid in luxe en veiligheid, heeft niet of nauwelijks een voorstellingsvermogen van de implicaties van een falende staat en tot welke gruwelen deze kunnen leiden.  

Zie ook


 

 [ Terug ]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

f t