Gombong 1947


Inleiding

Het Andjing Nica Bataljon (vijfde bataljon, Infanterie V) van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger werd op 2 december 1945 te Bandoeng opgericht tijdens de Bersiapperiode, die volgden op de capitulatie van Japan, na de bezetting van Nederlands-Indië door deze natie. Te Bandoeng was indertijd hetTjilhapitkamp met veel geïnterneerdinee nauttooojeen gevestigd, dat ernstig bedreigd werd door de massale aanwezigheid, ten oosten van dit kamp, van honderden goed gewapende extremisten.

Dat de ongeregelde bendes zeer gevaarlijk konden worden was onder meer al gebleken uit de moordpartijen die eerder op Bronbeek hadden plaatsgevonden. Ter bescherming van de kampbevolking werden knokploegen samengesteld en bij schrijven van de chef van de Generale Staf van 24 september 1945 een afdeling Militaire Politie opgericht.

Vele jonge jongens, waaronder Nederlanders, Ambonezen, Menadonezen, Timorezen, Javanen en Soedanezen meldden zich als vrijwilliger aan en al snel hierop werden deze mannen bewapend (veelal met eerder door de Japanners op de Geallieerden buitgemaakte wapens) en kon begonnen worden met de oefening van de nieuwe soldaten, allen voormalige krijgsgevangenen, voor een nieuw op te richten eenheid.

Op 2 december 1945, de formele oprichtingsdatum van het vijfde bataljon, was de eenheid opgebouwd uit een staf en 2 compagnieën, en stond onder commando van kapitein der infanterie J.C. Pasqua.  Tot compagniescommandant werden twee kapiteins en een eerste luitenant, te weten Jahn (die bij een actie door een klewanghouw gewond raakte), Coureur en C.A. Trieling benoemd. De verdere opleiding van de manschappen zou plaatsvinden in het gebouw van de Koninklijke Militaire Academie te Bandoeng.

Beginperiode: de Bersiap

Kapitein A. van Santen, in 1945 commandant van de mitrailleurs en mortieren, later korpscommandant en  chef operaties, nam nu de oefening van de nieuwe rekruten verder ter hand en op 10 december 1945 kon een  ondersteuningscompagbrencarriers in actienie opgericht worden. Ten slotte werd het vijfde bataljon op 14 december formeel geïnspecteerd door generaal Mac Donald, de troepencommandant van Bandoeng en Tjimahi, en een week later verplaatst naar Tjimahi. De eerste prioriteit was nu de bewaking van de vroegere interneringskampen van de Engelsen over te nemen.

De eenheid was aan Mac Donald gepresenteerd als een "Home-Guard", een bewakingsonderdeel, omdat de Engelsen zich onder druk van de Indonesische nationalisten, onder leiding van Soerkarno, verzet hadden tegen een legereenheid. In deze tijd nam het aantal moorden onder (Indo) Europenanen hand over hand toe, zoals de slachting (schattingen van het aantal doden lopen uiteen tot 200 doden) in de Simpangclub in Soerabaja, op 15 oktober 1945, aantoonde.

Ook de aanvallen door extremisten op Britse posten continueerden. Nadat een handjevol Engelsen of Brits-Indiërs op een post in een wanhopige laatste poging de laatste patroon had verschoten begon vaak een moordorgie, gepleegd door extremisten, waarbij de aangegroeide massa de afgehakte armen en benen in de lucht wierp, terwijl men "Merdeka" schreeuwde.
Een "Rapwi"-konvooi (Royal Army Prisoners of War Institute),  bestaande uit vrachtauto´s met meer dan 100 Nederlandse vrouwen en kinderen, werd aangevallen, in brand gestoken en vrijwel allemaal op beestachtige wijze uitgemoord, ondanks de heldhaftige strijd van de Brits-Indische begeleiders, die tot de laatste man om het leven kwamen. De hoogste tol betaalden de Indische Nederlanders, die bij tientallen werden opgepakt, mishandeld, vernederd en vermoord.   
Andjin Nica
Begin 1946 werd het bewakingsrayon verder uitgebreid, versterkt met twee tirailleurcompagnieën en was aldus op 18 januari 1946 in complete formatie. Onder commando van majoor T. Willer, die op 21 januari 1946 Pasqua had opgUitgraven landmijnenevolgd, en vervolgens onder bevel van  majoor J.A. Scheffelaar (12 februari 1946) werden de eerste patrouilles gedaan en hevige gevechten met extremisten geleverd. 

Nadat een poging van hen om het westelijke en noordwestelijke gedeelte van Tjimahi binnen te dringen door het vijfde bataljon werd verijdeld gaf de Indonesische radio Jogja de eenheid de naam van "Andjing Nica" (Nica - alles wat Nederlands was - honden).

Vanaf dit moment droeg ieder lid van het korps een badge met de afbeelding van een hondenkop. Intussen begonnen gewapende troepen zich rondom de kampen te formeren. Niet alle expedities in de begintijd liepen zodoende goed af.

Tijdens een mislukte patrouille liep een groep soldaten in een hinderlaag,  waarbij vijf doden, een zwaargewonde en vier licht gewonden vielen. Indertijd gebruikten de extremisten vrouwen  en kinderen vaak als menselijk schild. Soms vonden de manschappen tijdens een patrouille hun moeder en zusters verkracht en vermoord terug in een put, een mogelijke verklaring waarom er een enkele keer "excessen" plaatsvonden.

Bandoengperiode

In april 1946 kwamen de eerste drie bataljons oorlogsvrijwilligers uit Nederland aan: 1-3 RI (de Watermannen), 1-5 RI (de Krokodillen) en 1-9 RI (de Friezen). Samen met het vijfde bataljon voerden deze aanvullingstroepen diverse zuiverinAntjin nica in opmarsgsacties uit, zodat Tjimahi en een groot gebied ten noorden van deze stad weer onder controle waren. Andjing Nica ging nu deel uitmaken van de V-brigade, dat onder commando stond van kolonel J.K. Meyer, met als taak het noordelijk gedeelte van Bandoeng te bezetten en te zuiveren van terroristische activiteiten.

In deze tijd werden door de extremisten vaak booby traps bij de lijken van omgebrachte Nederlandse soldaten aangebracht, zodat, als de makkers van de dode jongens deze lichamen optilden, zij ook aan stukken gescheurd werden.  

Veel ondernemingen, die intussen door Nederlandse troepen gezuiverd waren, trokken voor veel geld werknemers aan, die de bedrijven weer rendabel dienden te maken. Een groot aantal van deze mannen, die geen besef hadden van de dreigende situatie,  vielen ten offer aan extremisten. Hun lijken werden later onthoofd en verminkt teruggevonden.

Het vijfde bataljon kreeg op 17 augustus 1946 het bevel van legercommandant Simon Spoor dat de eenheid voortaan Andjing Nica bataljon zou heten en dat de Andjing Nica badge, een grauwende rode hondenkop,  als mouwembleem diende te worden gedragen.  In oktober 1946 werd overgegaan tot de bezetting van het noordelijk en oostelijk front van Bandoeng en startte men zuiveringsacties.

Eerste Politionele Actie

Nadat Scheffelaar werd overgeplaatst naar Makassar werd Van Santen, op dat moment actief als commandant van de vierde brigade op Sumatra, benoemd tot aanvoerder van het Andjing Nica bataljon.¨Op 19 juli 1947 kreeg de Timorese serAppelsienjtes sandrien2geant Frans Timotheus, in aanwezigheid van de commandant van de B-divisie, de V-brigade en de resident van Bandoeng, door Van Santen de Bronzen Leeuw uitgereikt.  Dat was voor diens moedige acties in de voorgaande periode. Kort hierop nam Andjing Nica in brigadeverband, als lid van de V-brigade, commandant J.K Meyer, deel aan de Eerste Politionele Actie.

Andere eenheden die deelnamen waren de drie bataljons oorlogsvrijwilligers, de verbindingsafdeling, de pelotonstafwacht, een eskadron tanks,  een eskadron pantserwagens van het Regiment Huzaren van Boreel, onder commando van jhr. mr. M.W.C. de Jonge, met onder meer ritmeester Frits Broertjes, en artillerie, geschut en genie.

Vanaf 21 juli 1947 nam het Antjing Nica-bataljon deel aan Operatie Product. Allereerst werd een kampongcomplex ten oosten van Bandoeng bezet en vervolgens Palintang veroverd. Van hier rukte het bataljon op naar Tandjoensari en Cheribon en vervolgens werd verder getrokken naar Tegal, Poerwokerto en tenslotte, op 4 augustus 1947, Gombong. Dit was aan het einde van de Eerste Politionele Actie en vanaf nuvolgde een periode van intensieve patrouilles.

In het vierde kwartaal van 1947 werd Andjing Nica ingezet op West-Java: samen met een landingsdivisie bezette het bataljon Pangandaran en leverde daar diverse hevige gevechten. Tijdens het demonteren van een trekbom sneuvelden vier soldaten van het vijfde bataljon; de republikeinen, die zich niet hielden aan het bestand, brachten de explosieven middels infiltranten in burgerkleding in het Nederlandse gebied. Na een actie werd Karanganjar veroverd en een grote voorraad mijnen, trekbommen en andere springstoffen buitgemaakt.

Diverse strijdhandelingen

Eind 1947 kreeg commandant Van Santen recuperatieverlof naar Nederland en werd opgevolgd door luitenant-kolonel B.L. de Goede. Van Santen werFluitorkest Amboneesd uitgeleide gedaan door het spelen door het Ambonese fluitorkest van de tweede compagnie: "Andjing Nica tida takoet mati" (de Andjing Nica is niet bang om te sterven).

Ook ondercommandanten vertrokken soms naar andere eenheden of overleden: zo ging luitenant Trieling over bij het Korps Commando Troepen van Raymond Westerling en kwam kapitein Bep Clignett om het leven tijdens een jeep-ongeval. Na verloop van tijd nam Van Santen het commando weer op zich.

Deze periode werd gekenmerkt door een groot aantal zuiveringsacties, onder meer in de buurt van Kroja en Adjibarang. Er was indertijd een staakt het vuren afgesproken maar de infiltraties over de demarcatielijn vonden ongehinderd doorgang en ook vijandelijke acties werden niet geschuwd. Derhalve werd besloten tot een Tweede Politionele Actie: Operatie Kraai.  Andjing Nica werd hiertoe ingedeeld bij de W-brigade, die onder commando stond van kolonel Jan Breemouwer. Van Santen was tijdens de actie actief als zelfstandig commandant van de colonne IV.

Tweede Politionele Actie

Het vijfde bataljon was tijdens de opmars onder meer versterkt met het Koninklijke Landmacht bataljon 4-11 RI. Van Gombong werd naar Poerworedjo opgerukt. Aldaar zou Andjing Nica onder het tactisch commando van de TijgerbrigPoewrworedjeoeopopade van kolonel D.R.A. van Langen worden geplaatst. Colonne IV was samengesteld uit de colonne Karanganjar, Keboemen, de treincolonne 4-II RI, de colonne infanterie V, de gemotoriseerde spits, de gevechtsstaf infanterie V, de hoofdmacht en de achterhoede.

Nadat Poerworedjo ingenomen was begon men met de stad te zuiveren van bommen, mijnen en andere explosieven. Vrijwel alle belangrijke gebouwen en diverse installaties waren zwaar ondermijnd en tonnen aan vijandelijke explosieven werden gevonden en onschadelijk gemaakt. Uiteindelijk bereikten de troepen Magelang, waar zij alle gouvernementswoningen vernield en de bewoners van de gevangenis geliquideerd vonden.

In de periode die hierop volgde ondernam Andjing Nica diverse acties in de omgeving van Magelang, waardoor de vijandige intimidatie van de bevolking sterk afnam. Een militaire truck werd op 13 maart 1949 door een trekbom getroffen, waardoor elf doden en zes gewonden onder de leden van het bataljon vielen.

Periode tot de soevereiniteitsoverdracht

Nu brak de periode van de Van Royen-Roemonderhandelingen en overeenkomsten aan. Jogja diende ontruimd te worden en ter beveiliging van de vert12239949 1712636068967026 3371050533378128994 nrekkende burgers en militairen werd het commando evacuatie route ingesteld, waardoor de posten Salam, Moentilan, Pabelan en Blondo door Andjing Nica werden ontruimd. Kort hierna kreeg het vijfde bataljon de opdracht de T-brigade te steunen. 

Andere activiteiten in deze periode waren onder meer een grote zuiveringsactie in de Gawokpas en de aanvallen op Bagelen, Wadjamoettihan, Bandjoe Oerip en Kalinanka. Op 25 juli 1949 gaf luitenant-kolonel Van Santen het commando over aan majoor van Loon en nam het bevel van de Tijgerbrigade op zich. Omdat er een staakt het vuren overeenkomst getekend was werd de patrouillegang van Andjing Nica nu primair gericht op defensief optreden en veilig stellen van eigen personeel en verbindingen.

Ook werd voortgegaan met het opruimen van kwaadwillenden en overtreders van de staakt het vuren. Nadat majoor van Loon door een auto-ongeluk was uitgeschakeld werd hij opgevolgd door kapitein A.E.J. Schlosmacher, commandant stafcie.

Het einde van Adjing Nica

Doordat men geen zekerheid omtrent de toekomst der KNIL-militairen na de soevereiniteitsoverdracht kreeg ontstond grote onrust en angst onder alle rangen en landaarden van Antjing Nica. Mede hierdoor nam het aantal desertiegevall12274185 1712636045633695 7668459430582909710 nen toe en heerste er een grote verslagenheid onder de Indonesische militairen toen de voorlopige voorwaarden der reorganisatie van het KNIL bekend werden.

Het Andjing Nica bataljon was, mede door de jarenlange slopende patrouilles en felle gevechten, niet erg pro-TNI en nam een overgang naar de strijdkrachten van de Republiek Indonesië niet eens in overweging.

Toen werd besloten dat het bataljon van Java zou vertrekken werd deze medeling met vreugde ontvangen omdat men zich daar niet langer veilig voelde. In december 1949 verliet Antjing Nica Java met bestemming Oost-Borneo, waarmee een einde kwam aan het velbewogen bestaan van het vijfde bataljon.  

 Gesneuvelden (voor zover in het boek van S.A. Lapré te vinden)

  • Soldaat Amatsoen
  • Soldaat Bintang
  • Korporaal J. Brinkman
  • Korporaal Delo Pius
  • Soldaat Djenel
  • Soldaat J. Drenth
  • Soldaat W. Drost
  • Soldaat Ene
  • Soldaat De Fretes
  • Korporaal J.W. van Ginhoven
  • Vaandrig W.A. Gout
  • Soldaat Hiariej
  • Soldaat L: Hinonaung
  • Soldaat Ikim
  • Soldaat Chr. Jacob
  • Soldaat Joesoef bin Kembang
  • Soldaat Kaawoan
  • Korporaal P.H. Karamoy
  • Soldaat L. Kawulusan
  • Sergeant J.C. Keereweer
  • Soldaat Latoedasan
  • Soldaat D. Lawar
  • Soldaat Lopulalan
  • Korporaal A. Matitanatiwen
  • Soldaat Moningka
  • Soldaat H. Newaoema
  • Luitenant Jan Willem Nix
  • Soldaat A. Noya
  • Soldaat Palimoen
  • Sergeant R.M. Pomantow
  • Vaandrig P.C. Pouwels
  • Soldaat Reasoa
  • Soldaat Samad
  • Soldaat Sana
  • Soldaat W.H. Sangir
  • Soldaat Sarman
  • Soldaat E. Seipattoratu
  • Sergeant Slamet
  • Soldaat Sompotan
  • Soldaat J.A. Spijker
  • Sergeant G.A.J. Teunissen
  • Soldaat A. van Tol
  • Soldaat Ulag
  • Soldaat S. Usmany
  • Soldaat eerste klasse K. van der Veen
  • Soldaat J.A. Vercammen
  • Soldaat Wanwondatu
  • Soldaat L.B. Wimpie
  • Soldaat J.E: Zandgrond 

Zie ook

  • 1988. S.M. Jalhay. Allen zwijgen. Merdeka en Andjing Nica tot Apra. Eigen beheer.
  • 1989. S.A. Lapré. Het Andjing Nica bataljon(KNIL)  in Nederlands-Indië (1945-1950). Ermelo

 

f t