Omslag7divisie


Voor andere  eenheden, actief  in de periode 1945-1950, zie: Antjing Nica Bataljon, Depot Speciale Troepen van Raymond Westerling  en de Tijgerbrigade. Voor het fotoalbum met bijschriften "Wij werden geroepen" zie hier. 


Inleiding

Vorming van de Eerste Divisie

Uitzending naar de Oost

Eerste acties van de Eerste Divisie 7 December

Eerste Politionele Actie

Activiteiten in de periode voor de Tweede Politionele Actie

Wisseling van de wacht

Tweede Politionele Actie

Periode tot de souvereiniteitsoverdracht

Nasleep

Zie ook


Inleiding

De basis van de Eerste Divisie 7 December lag in Engeland, waar Nederlandse manschappen, vanaf 6 augustus 1945, in de Mary Hill Barracks op het 9 Primary Center in Glasgow werden opgeleid en ingedeeld bij de "Expeditionaire Macht". Deze naam kwam bij Ministeriële Beschikking te vervallen en vanaf 17 oktober 1945 werd van "Eerste Divisie" gesproken. Minister J. In WolverhamptonMeynen bestemde deze krijgsmacht  eerst voor werkzaamheden in Duitsland maar in tweede instantie, na de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945, werd de Eerste Divisie naar Nederlands-Indië gezonden.

De Eerste Divisie heette voluit Eerste Divisie 7 December, naar de toespraak die Koningin Wilhelmina op 6 december 1942 (maar het was toen al 7 december in Nederlands-Indië) voor Radio Oranje had gehouden. In deze rede ging de Koningin nader in op de toekomst van de Nederlandse gebiedsdelen en hun relatie met het moederland.

De belangrijkste zin uit de tekst die Koningin Wilhelmina uitsprak was: "dat het Koninkrijk der Nederlanden na de oorlog zou worden opgebouwd op de hechte grondslag van volledige deelgenootschap van de samenstellende delen en dat de na de oorlog te beleggen rijksconferentie zich zouden richten op een Rijksverband, waarin Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao samen deel zouden hebben, terwijl zij ieder op zichzelf  de eigen inwendige aangelegenheden in zelfstandigheid en steunend op eigen kracht zouden behartigen.'

Vorming van de Eerste Divisie

Gedwongen door het toenemend geweld in Nederlands-Indië besloot de Nederlandse Regering in de tweede helft van 1945 17 Light Infantry Brigades (LIB's) en de Mariniersbrigade, later gevolgd door nog zeven Light Infantry Brigades en de Eerste Divisie, met spoed naar de Dienstplcutinging 7 decemberOost te sturen. Zij werden in eerste instantie op Malakka en te Singapore gelegerd, omdat men geen toestemming van het Brits oppergezag verkreeg op Java en Sumatra te landen.

Het kader van de Eerste Divisie, teruggekeerd uit Engeland, werd opgevangen in het Depot op de Bergansiuskazerne te Ede. Aldaar kregen de officieren een aanvullende opleiding en een cursus bij het Indisch Instructie Bataljon op het Prinses Julianakamp te Kijkduin.

De staf zetelde eerst op de Nieuwe Frederikskazerne in Den Haag en werd vanaf mei 1946 gelegerd op de Infanteriekazerne in Amersfoort. De Eerste Divisie kreeg,  vanaf maart 1946,  aanvullingen met dienstplichtige militairen en de chef van de Generale Staf, luitenant-generaal H.J. Kruls, benoemde kolonel  H.J.J. W. Dürst Britt nu tot commandant der Divisie.

Eind augustus 1946 was de militaire vorming van de manschappen der Eerste Divisie in eerste aWilhelmina 7 decemberanleg afgerond. Kolonel M.R.H. Calmeyer, chef-kabinet van het Ministerie van Oorlog, bedacht de leuze "7 December", gefundeerd in de toespraak van de Koningin van 7 december 1942. Minister van Overzeese Gebiedsdelen J.A. Jonker stelde nu voor de Eerste Divisie om te dopen in "7 December Divisie". 

Koningin Wilhelmina hield in augustus 1946 te Assen voor een deel van de troepen een rede, waarin zij aankondigde dat de eenheid de erenaam "Eerste Divisie 7 December" zou voeren. Aldus werd de oprichtingsdatum bij Ministeriële Beschikking van 20 augustus 1946 gesteld op 1 september 1946 en de naamgeving bij Koninklijk Besluit van 20 september 1946 bekrachtigd als "Eerste Divisie 7 December".

Het divisie-embleem bestond uit een ponceaurood schild met daarop de witte letters EM en het wapen van Batavia, een Romeins zwaard, omringd door een groene lauwerkrans, samengebonden met een oranje lint.

Uitzending naar de Oost

Eind september 1946 bleek dat de graad van geoefendheid van de nieuwe rekruten op 55% lag, waardoor zowel kolonel Dürst Britt als legercommandant S.H Spoor er van uitgingen dat de troepen in Indië nog zeker drie maanden oefentijd nodig zouden hebben. Vanaf de zomer van 1946 vertrokken de  eerste eenheden van de Eerste Divisie, eerst  de kleinere eenheden, bestemd voor het doen van verkenningStaf 7decemberen,  naar de Oost. De laatste boten met manschappen arriveerden begin 1947.

In Nederlands-Indië begon de "Eerste Divisie 7  December" op West-Java aan haar zware taak. Zij stond hier bekend onder de naam "C-Divisie 7 December", met als operatiegebied het terrein tussen Batavia en Buitenzorg. Op 15 november 1946 vond de ondertekening van de Linggadjati-akkoorden plaats, waarbij Nederland het Republikeinse gezag op Java, Sumatra en Madoera erkende en een Verenigde Staten van Indonesië voor 1 januari 1949 zou worden opgericht.  

Intussen werd de wapenstilstand door extremisten steeds geschonden, zodat de Eerste Divisie direct aan de slag moest zonder eerst te kunnen acclimatiseren. De divisiestaf kreeg Batavia als hoofdkwartier en een groot deel van de troepen was deels in Batavia en deels te Meester Cornelis gelegerd. De taak van de Eerste Divisie bestond in deze periode voornamelijk uit intensief patrouilleren en wachtdiensten.

Eerste acties van de Eerste Divisie 7 December

 In de eerste periode kende de Eerste Divisie 7 December verschillende problemen, waaronder een tekort aan materieel en een gebrekkige vuurdiscipline. Daarnaast vonden bij voortduring bestandsschendingen plaats en was de discipline onder de soldaten soms bedroevend. Het aantal ziektes, waaronder ringworm, dysenterie, malaria, tyfus en geslachtsziektes,  ondKoentje bavinker de manschappen nam schrikbarend toe. Na kritische opmerkingen van generaal Spoor en inspanningen van de commandanten gelukte het echter de problemen onder controle te krijgen en werd de Eerste Divisie een strak georganiseerde en gedisciplineerde eenheid.

In 1946 stelde de Divisiecommandant richtlijnen, de "Tactische Gegevens en Aanwijzingen" op. Aan de onhoudbare toestand op militair en bestuurlijk terrein werd door generaal Spoor nu een einde gemaakt door het besluit, met ingang vanDe zoet inval 28 november 1946, bestandbepalingen eenzijdig en desnoods met militaire middelen af te dwingen.

Vanaf dit moment nam de Eerste Divisie 7 December, waaronder de Eerste Infanteriebrigadegroep, deel aan diverse zuiveringsacties. Met deze zuivering en arrestaties van de belangrijkste Republikeinse bestuurders keerde de rust in en om Buitenzorg weer terug.

In december 1946 werd een begin gemaakt met het bezetten van voorposten langs de demarcatielijn, terwijl de genie wegen herstelde, bruggen sloeg en bivaks inrichtte. Eind februari 1947 telde de Eerste Divisie als gevolg van de strijd reeds tientallen gesneuvelde, verongelukte en gewond geraakte militairen.

Teneinde de terreurbendes een halt toe te roepen was het volgens inlichtingenofficier, reserve-tweede luitenant, K. Bavinck nodig de medewerking van de bevolking in te roepen. Bavinck richtte hiertoe een inlichtingengroep op, die lokale informanten, enigszins op de manier die Raymond Westerling met diens Depot Speciale Troepen toepaste, volledige bescherming bood. De groep wist uiteindelijk beruchte bendeleiders te arresteren en tijdelijk onschadelijk te maken.

Eerste Politionele Actie

TIjdens Operatie Product was het doel in een snelle actie de belangrijkste economische gebieden op Java en Sumatra te bezetten. Tot de taakOde aan de eerste divisie 7 dececember van de C-Divisie 7 December  behoorde onder meer de bezetting van West-Java tot de lijn Tegal-Poerwokerto-Tjilatjap; deze actie moest in drie fases plaats vinden. Naast de 7 December Divisie namen ook de V- en de W-Brigade en troepen van het Basiscommando Bandoeng vanuit Bandoeng gebieden in het oostelijk gedeelte van West-Java in.

De eerste twee fasen van Operatie Product werden door de C-Divisie 7 December ruim binnen de voorgeschreven twee weken voltooid, met een verlies van 17 gesneuvelden. Op 1 augustus 1947 echter nam de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie aan, waarin Nederland en de Republiek de opdracht kregen de vijandelijkheden te staken. Op 2 augustus gaf de regering bevel de militaire actie in de nacht van 4 op 5 augustus stop te zetten.

Operatie Product was weliswaar militair een succes geweest maar had tevens het conflict op de internationale agenda gezet. Vrijwel alle belangrijke mogendheden spraken zich tegen de militaire actie van Nederland uit. De Nederlandse regering zwichtte als altijd voor alle internationale druk en versterkte zo de positie van de Republikeinse regering.

Activiteiten in de periode voor de Tweede Politionele Actie

De belangrijkste taak van de Nederlandse troepen na het einde van Operatie Product werd nu het zuiveren en beveiligen van het eigen gebied der eenheden. Derhalve kregen de manschappen van instructeurs van het KNIL oefeningen in de guerrilla-oorlog en het door ofKrawang zeven decemberfensieve acties op indirecte wijze beveiligen van objecten. Dagelijks vonden er patouilles plaats om vijandelijke troepenconcentraties, wapens en voorraden op te sporen, terreinkennis op te doen en inlichtingen in te winnen bij kampongbewoners.

Voorop stond echter het herstellen van rust en orde, omdat op deze wijze de economische wederopbouw doorgang kon vinden. De militairen konden daarnaast  op deze wijze aantonen dat ze, in de woorden van generaal Spoor, "naast vechten ook bouwen konden".  In deze periode verrichtte  commandant van de Afdeling Speciale Troepen, kapitein T.E. Spier, veel goed werk inzake de bestrijding van bendes in het gebied rond Soebang.

Langzaam aan verslechterde de toestand der Eerste Divisie 7 December echter door de niet aflatende werkdruk en de toename der guerrilla. De bij voortduring negatieve Nederlandse pers werkte bovendien niet postief in op het moreel der manschappen, die bij hun kerstpakketten pamfletten vonden waarin zij voor moordenaar werden uitgemaakt.

Wisseling van de wacht

Generaal-majoor Dürst Britt, die bij voortduring onenigheid had gehad met legercommandant Spoor, werd door Spoor op een zijspoor gedirigeerd en uiteindelijk benoemd tot directeur der Artillerie in Nederland. Hij droeg op 2 september 1948 het commaJonge jongens 7 decemberndo over aan generaal-majoor E. Engles. Engles zou later, tijdens de APRA-staatsgreep, de acties van  Raymond Westerling verraden aan de leiders van de Tentara Nasional Indonesia (TNI).

Spoor schreef onder meer over Dürst Britt: "De generaal is een slappe persoonlijkheid, die niet leidt doch geleid wordt in zijn staf en er voor terugdeinst ook in zijn naaste omgeving krachtig in te grijpen".

Dat een krachtig persoon als commandant hard nodig was bleek uit het feit dat West-Java  inmiddels het centrum was geworden van guerilla-activiteiten en er in dit gebied in oktober 1949 11.000 TNI'ers en 12.000 strijders van Daroel Islam actief waren geworden.

In de laatste maanden van 1948 nam het aantal patrouilles derhalve toe en ondernam de C-Divisie 7 December meerdere acties onder namen als "Tarzan", "Madoera" en "Moreel". Deze ondernemingen vormden de opmaat tot de Tweede Politionele Actie, Operatie Kraai, die intussen op handen was.

Tweede Politionele Actie

Omdat de TNI alle wapenstilstanden negeerde en er een politieke en militaire impasse was ontstaan besloot de Regering tot een Tweede Politionele Actie en aldus een aanval op DjokjakartAfscheid gesneuveldena. Spoor stond op het standpunt dat de uitschakeling van verzetscentra de beste manier was om een einde aan het conflict te maken. Hij verwachtte daarnaast een grootschalige volksopstand in januari 1949 en wilde die voor zijn.

De luchtlandingen bij Djokjakarta werden een volledig succes omdat alle Republikeinse leiders konden worden gearresteerd. Intussen bezetten de overige troepen diverse andere plaatsen, waaronder Bantam. Maar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties veroordeelde op scherpte toon de militaire actie en de Verenigde Staten dreigden de Marchall-hulp stop te zetten. Op 28 december 1948 beloofde de Nederlandse regering derhalve  de operaties op Java en Sumatra binnen enkele dagen te staken.

Intussen was de Eerste Divisie 7 December nu verantwoordelijk voor de veiligheid op geheel West-Java. Extremisten vielen met name de para-militaire organisaties als politieposten en ondernemingswachten aan, soms geleid door een Nederlands deserteur als Poncke Princen, maar ook militairen zelf waren niet veilig.

Periode tot de souvereiniteitsoverdracht

Zo bleef het doormodderen met beschietingen, hinderlagen en sabotage en namen de verliescijfers en de onrust dagelijks toe. In plaatsen als Soemedang, Soekaboemi en in de zuidoostelijke Preanger liep het aantal guerrilla-overvallen en aanslagen op politieposten en ondernemingen, ondanks de inspanningen van de Eerste Divisie 7 December, steeds op.  Het moreel en de inzetbaarheid van de militairen daalden met de dag en ook het materieel begaf het na twee jaar onaRepatrillernde militairenfgebroken dienst.

Veel manschappen meenden ook dat ver van het strijdtoneel verwijderde politici een weinig standvastige koers gevolgd en tot twee maal toe een succesvol offensief hadden afgeblazen.  Nederland werd door de internationale gemeenschap gedwongen de Republikeinse leiders vrij te laten en begin juli Djokjakarta te ontruimen. Het Van Roijen-Roem Akkoord, wel eens beschreven als de dolk in de rug van generaal Spoor, maakte op 7 mei 1949 definitief een einde aan ieder actief Nederlands militair optreden.

De Eerste Divisie 7 December continueerde haar strijd tegen guerrilla-aanvallen en bleef intussen zware verliezen aan manschappen lijden. De uitkomst van de Ronde Tafel Conferentie in Den Haag betekende dat met de aanvang van de repatriëring der manschappen een begin kon worden gemaakt. Vanaf oktober 1949 konden ook de eenheden van de Eerste Divisie 7 December aan de terugreis naar Nederland beginnen te denken.

Voor de ongeveer 20.000 militairen van de Eerste Divisie 7 December was de uitkomst van alle onderhandelingen een zeer bittere teleurstelling. Men vroeg zich af of alles wel  zin had gehad en voelde zich slachtoffer van het zwalkende Nederlandse politieke beleid.

Nasleep

Op 24 juni 1950 werden de divisievlag  en twee emblemen overgedragen aan het Nederlandse Leger- en Wapenmuseum in Leiden. De eenheden van de opgeheven Eerste Divisie 7 December vormden de basis van mobilisabele eenheden.

Uiteindelijk werd op instignatie van de voormalige commandantg, generaal Dürst Britt de Eerste Divisie 7 December weer in formatie hersteld en naar Amerikaans model gereorganiseerd.

Zie ook


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

f t