groepmetcoosje


Begin van de oorlog met Japan

Costavina (Coosje) Ayal-Nahuwae (Titawaai15 april 1926 - Ridderkerk, 28 maart 2015) groeide bij haar oom, de Ambonese bestuursambtenaar Nahuay, en diens vrouw op Nederlands-Nieuw-Guinea, nabij het dorpje Wasirawi, op. Op 18 januari 1942 werden de vrouwen en kinderen in het gebied rond Manokwari,  in het licht van de dreigende komst van Japanse troepen, naar Oransbari getransporteerd, maar Ayal was daar aldus niet verzetsstrijders op vliegveld 1945 1onder.

Toen de Japanners uiteindelijk op 12 april 1942 landden vluchtten bewapende manschappen onder leiding van kapitein J.B.H. Willemsz Geeroms het oerwoud in teneinde daar de guerilla te gaan voeren. Ayal, haar oom Nahuay en tante sloten zich in het kamp Wasirawi bij deze troep aan.

Die strijd in het oerwoud zou uiteindelijk twee jaar gaan duren en vele manschappen het leven kosten. In december 1942, toen Ayal en haar familie zich dus al bij de troep aangesloten hadden,  werd besloten het basiskamp te verlaten en over de bergen verder te trekken. Tijdens deze hongertocht stierven zeven manschappen van uitputting. De route voerde door onbewoonde gebieden,  over hoge bergtoppen en dwars door bergpassen en ravijnen, dit alles gekleed in vellen van geklopte boombast. Al die tijd nam Ayal deel aan de dagelijkse bezigheden en onderging zij de vele ontberingen.

Twee jaar strijd in het oerwoud 

 Met een tot 28 man geslonken troep kwamen de guerilla-strijders na een maand in de streek van Amberbaken aan. Intussen hadden zes manschappen dermate onder de tocht geleden dat de een na de ander krankzinnig was geworden en zichzelf van het leven had beroofd. Vanuit Amberbaken werd al snel de strijd tegen de Japanners hervat. Op 18 april 1944, toen sergeant Mauritsz Kokkelink in het bivak in Aroepi vertoefde, kwamen assistent-bestuursambtenaar Nahuay en zijn nicht Ayal rechtstreeks afkomstig van het hoofdkwartier binnenstormen. Zij waren volkomen overstuur.

Beiden waren naar de kali gegaan om zich te wassen maar hoorden omstreeks elf uur gebrul, geweerschoten en granaatontploffingen. Uit een schuilplaats zagen zij van alle kanten honderden Japanners het hoofdkwartier bestormen terwijl zij de commandant en vele anderen voor zich uitdreven. Nadat de Japanners het kamp in brand gestoken hadden verdwenen zij weer en konden Nahuay en Ayal ontsnappen. Zij waren diep bedroefd omdat ook mevrouw Nahuay in handen van de Japanners gevallen was. Zij werd later door hen onthoofd.

De troep onder leiding van Mauritz Kokkelink

Na dit debacle wist het restant van de manschappen, onder leiding van Mauritz Kokkelink, een nieuwe en veiliger lokatie te bereiken. Denaamloos troep bestond nu uit assistent-bestuursambtenaar De Kock, assistent-bestuursambtenaar Nahuay en zijn nicht Ayal, de Ambonees Roehoelessen, de Menadonese soldaat Soentpiet, de Menadonese soldaat Sagran, de Soendanese soldaat Soeha, de Javaanse soldaat Sandiman, en de soldaten-kolonisten Coenraad, Koch, De Mey, Van Genderen, Jacquard en Attinger. Daarnaast waren ook de Ceramese dwangarbeider Kasim en de tijdelijk verband Papoeasoldaat Mika present.

Onder de orders van sergeant Kokkelink trok de inmiddels tot 17 man gereduceerde troep langs de kust met als doel in de omgeving van Sansapor contact te leggen met de Geallieerden. De tocht was zwaar en na een ontmoeting met de Japanners, waarbij de groep Kokkelink ter nauwernood kon ontsnappen, stelde Kokkelink Nahuay en zijn nichtje Ayal voor dat zij samen met Roehoelessen, een soldaat, zouden trachten naar de Kebar-vlakte uit te wijken. Vooral over Ayal maakte Kokkelink zich ernstig zorgen. Maar Nahuay en Ayal waren niet te bewegen de troep te verlaten: "we hebben al zoveel lief en leed gedeeld en onder ogen gezien en onverschillig wat er gebeurt zullen we het einde onder ogen zien", zeiden ze.

Bevrijding uit het oerwoud

Toen, in een latere periode, de kleding bijna geheel was vergaan, zei Kokkelink vaak tegen Ayal: "Koos, ga kleding halen bij de fourier", en dan verdween Ayal als op bevel in het bos en kwam even later, met bladeren getooid, weer bij de troep terug. In september 1944 kwam eindelijk een aanraking met de geallieerden toKeller naast de kokkelinkvlagt stand, toen een proclamatie in de Engelse en Maleise taal aan Kokkelink werd overhandigd. De indruk die dit bericht maakte was wisselend; sommigen leden van de troep begonnen te zingen, anderen waren pessimistisch gestemd en Ayal zat afgezonderd van de anderen zachtjes te huilen.

 Begin oktober werd er ook fysiek contact met de Geallieerden gemaakt en op 4 oktober 1944 werden de leden van de groep Kokkelink door hun bevrijders naar het inmiddels in Amerikaanse handen zijnde Hollandia gezonden. Na de bevrijding borduurden de van de oorspronkelijk groep resterende 17 manschappen hun namen op de Nederlandse vlag, die Ayal steeds mee had gedragen. Deze vlag werd naar Koningin Wilhelmina gestuurd met de tekst: "Het detachement Manokwari heeft, zoals u begrepen heeft, zich nooit overgegeven." De Koningin schonk deze vlag later aan Bronbeek, waar deze, mede door toedoen van gids Bo Keller, tegenwoordig weer tentoongesteld wordt. 

Latere leven

Nadat Ayal drie maanden in het ziekenhuis had doorgebracht teneinde weer aan te sterken vertrok zij naar Brisbane, waar ze ingelijfd werd bij het vrouwencorps en een opleiding volgde tot verpleegster bij de infanterie. 

Ayal kreeg op voordracht van de Minister der Overzeese Gebiedsdelen van 23 januari 1946, zesde afdeling nummer 5 het Kruis van Verdienste wegens haar moedige en zeer verdienstelijke optreden die zijn toonde tijdens de vele maanden durende guerillastrijd tegen de Japanners in het Vogelkopgebied van Nieuw-Guinea, waarbij ze alle gevaren en ontberingen van de guerilla-strijders deelde.

In de legerkantine in Brisbane ontmoette Ayal haar dan toekomstige man, een van Curaçao afkomstige militair. Na hun huwelijk kreeg hij een baan bij Shell op Curaçao. Het echtpaar kreeg negen kinderen. Dertig jaar later keerde Ayal naar Ambon, haar geboortestreek, terug,  waar ze haar vader eindelijk weer ontmoette. In 1981 kreeg ze van Prins Bernhard het Verzetsherdenkingskruis opgespeld. Zij verhuisde naar Nederland en vestigde zich toen in Ridderkerk.

 Ayal overleed aldaar in maart 2015 en werd met Militaire Eer begraven.


Decoraties

  • Kruis van Verdienste
  • Verzetsherdenkingskruis
  • Ereteken voor Orde en Vrede
  • Mobilisatie Oorlogskruis
  • Draaginsigne Gewonden
  • Draaginsigne Veteranen

Zie ook


 

[ Terug ]

f t