Engelbert RMWO


Vroege loopbaan

Strijd te Celebes

Opleiding tot militair vliegenier

Verrichtingen in de Oost

Vliegtuigongeluk en gedenkteken

Persoonlijkheid, decoraties en bibliografie


Vroege loopbaan

Johan (Jop) Engelbert van Bevervoorde (Makassar, 26 juni 1881 - Bandoeng, 18 september 1918) leerde in Amerika Alice Amina Dugan kennen en huwde met haar te Los Angeles op 19 maart 1917; het echtpaar had geen kinderen.

Engelbert van Bevervoorde volgde het Gymnasium Willem III te Batavia en de cadettenschool. In september 1900 voldeed hij aan de eisen van het toelatingsexamen voor de Koninklijke Militaire Academie en werd, nadat hij deze opleiding voltooid had,  bij Koninklijk Besluit van 23 juli 1903 benoemd tot tweede luitenant der infanterie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger.

Op 10 december van datzelfde jaar vertrok hij per stoomschip Koning Willem IIII van Amsterdam naar Batavia. Aldaar werd hij  bij het rechterhalf zevende bataljon geplaatst, tot hij op 1 september 1905 bij het negende bataljon te Boni, Celebes, werd overgeplaatst, waar indertijd veel strijdhandelingen plaatsvonden.

Strijd te Celebes

Engelbert van Bevervoorde maakte in mei 1906 met een patrouille een verkenning in de richting van Baroepoe en naar de kampong Pengala. Aldaar werd hij plotseling vanuit de omringende hoogten en vanuit een kampong, van waaruit de witte vlag hing, beschoten. Dit was het begin van een hevig gevecht, waarbij hij gewond raakte maar andere soldaten sneuveldenHoefvormige versterking aan het strand bij Lonrae in 1905 of zwaar gekwetst achter bleven. Het jaar daarop werd Engelbert van Bevervoorde (op 31 juli 1907) bevorderd tot eerste luitenant en bij Koninklijk Besluit van 28 maart 1907 nummer 96 Eervol Vermeld voor zijn aandeel in de krijgsverrichtingen van 12 juli 1905 tot 1 augustus 1906 op Celebes.

Engelbert van Bevervoorde was op Celebes ook actief tijdens de aanval op de versterking Lablondong, waar de onder zijn commando staande drie secties onder zijn beleidvolle en krachtige aanvoering aan de zuidkant van de fortificatie wisten door te dringen. Hij  had daarnaast de leiding tijdens de verkenning van en overval op twee versterkingen in de strijd om de Ambisostellingen (5 en 5 februari 1907) en de bestorming van de rotsversterking Boerikong in de Boven-Belangnipa op 1 juni 1908.

Bij Koninklijk Besluit van 20 juli 1908 nummer 68 werd hij  voor zijn activiteiten benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde.  Bij Koninklijk Besluit van 8 februari 1909 nummer 41 verwierf hij de Eresabel. Bij ditzelfde Koninklijke Besluit werd de latere commandant KNIL G.J. Berenschot overigens Eervol Vermeld.

Opleiding tot militair vliegenier

In november 1908 werd Engelbert van Bevervoorde van het garnizoensbataljon van Celebes, Menado en Timor overgeplaatst bij het achtste bataljon te Willem I en op 9 september 1910 overgeplaatst naar Timor, waar hij met ingang van 2 september 1911 benoemd werd tot  tijdelijk civiel gezaghebber (waarnemend controleur) van het Binnenlandse Bestuur op de bezittingen buiten Java en Madoera, met opdracht van de functie van controleur, en geplaatst op Celebes (in de afdeling Boniri Atang). In deze tijd bracht hij onder meer belangrijke kwesties, inzake Timor, tussen Nederland en Portugal tot een goed eNilitaire lichtvaartinde.

 In april 1913 werd hij bij het garnizoensbataljon van Celebes en Menado teruggeplaatst en in  mei 1913 van datzelfde jaar vertrok hij met verlof, dat later verlengd werd,  naar Europa; hij had toen al het plan opgevat zich verder te bekwamen als militair vliegenier. In Nederland werd Engelbert van Bevervoorde in 1915 op de Luchtvaartafdeling te Soesterberg aangenomen teneinde een opleiding voor dit doel te volgen en behaalde binnen negen maanden het internationale brevet (F.A.I., 22 december 1915). Op 18 november 1916 werd hij bevorderd tot kapitein.

Kort daarop werd hij door het Ministerie van Koloniën aangewezen om, in de plaats van kapitein H. ter Poorten (de latere legercommandant, die wegens ziekte niet mocht vliegen), de commissie voor de aankoop van vliegtuigen (Glenn Martins) in de Verenigde Staten bij te staan bij de keuring en bekend te geraken met de bediening.  Hij maakte daarnaast in Amerika veel proefvluchten met het te bestellen materieel.

Verrichtingen in de Oost

Engelbert van Bevervoorde keerde in maart 1917 naar Nederlands-Indië terug, waar hij bij het subsistentenkader te Batavia geplaatst en gedetacheerd werd bij Engelbert van Bevervoorde in NedLuchtvaarders 1936 collectie TORNIJde proefvliegafdeling. Hij deed aldaar onder meer proefnemingen om aan te tonen dat landvliegtuigen in de Oost zeer bruikbaar waren voor het leger. Voor dit doel richtte hij, op aanraden van de chef der proefvliegafdeling, de heer Visscher,   een tijdelijk kamp in bij Rantja-Ekek, op de hoogvlakte bij Bandoeng.

In deze tijd maakte hij geregeld vluchten over genoemde vlakte en stad, zodat hij vertrouwd geraakte met deze omgeving en de weersomstandigheden aldaar. In juli 1917 ondernam hij een eerste vlucht rondom de Tangkoeban Prahoe en de Boerangrang, waarmee hij bewees dat vliegeCOLLECTIE TROPENMUSEUM Standbeeld voor de in 1918 verongelukte KNIL kapitein vlieger J Engelbert van Bevervoorde Bandoeng TMnr 60052461n over de bergen in Indië mogelijk was. Enige tijd later deed hij vluchten tijdens grote manoeuvres en uiteindelijk volgde de vliegtocht op 27 juli 1917 van Kalidjati over Batavia en Buitenzorg en weer terug.  Intussen achtte Engelbert van Bevervoorde het terrein bij Rantja Ekek minder geschikt en onderzocht hij de mogelijkheden van een nieuw vliegveld te Soekah Miskien, waar hij een huis liet bouwen.

Engelberg van Bevervoorde publiceerde tal van artikelen en een brochure over de militaire luchtvaart en werd in 1918 benoemd tot commandant van het Legervliegkorps. In april 1918 verbeterde hij het record, dat door de aviateur J.W.E.L. Hilgers was gemaakt, met 50 kilometer; hij steeg om 6 uur van Kali Djati op en vloog met de waarnemer, luitenant L.W. van der Weide, over Drangdan, Radjamandala, Tjianjoer, Tjipanas, Buitenzorg, Meester Cornelis, Batavia, Krawang, Tjikampek en Pegaden Baroe terug naar Kali Djati. In totaal werden zonder landing 330 kilometers afgelegd in drie uur en 3 minuten.

Vliegtuigongeluk en gedenkteken

Engelbert van Bevervoorde verongelukte op 11 september 1918 met zijn vliegtuig op het vliegveld Soekamiskien tijdens een instructievlucht. Hij zat met eerste luitenant T.C.J. Sneep, de passagier, in het vliegtuig toen dit omkantelde en op een bamboeloods, die met brandbare stoffen gevuld was, viel. Er ontstond brand, waarbij Engelbert van Bevervoorde in de vlammen omkwam en Sneep niet levensgevaarlijk gewond raakte.

In november 1918 werd een commissie gevormd teneinde een gedenkteken voor Engelbert van BevBB Engelbertervoorde op te richten. Het comité bestond uit: K.A.R. Bosscha, B. Coops, G.K. Dijkstra (commandant KNIL), G.A. Rijnders (later commandant Bronbeek), P.T. de Jong Swemer en G.L. Vogelesang (kapitein der genie). Het monument diende te verrijzen te Bandoeng, de hoofdplaats van de hoogvlakte die voor het eerst door Engelbert van Bevervoorde uit de lucht werd beheerst.

In april 1924 vond de plechtige onthulling van het monument plaats; tijdens de plechtigheid sprak de burgemeester van Bandoeng, Coops,  lovende taal,  waarbij de strofe van het gedicht van de tijdens de Lombok-expeditie gesneuvelde tweede luitenant der infanterie P.A. Alting von Geusau,   "Gevallen, zijn roeping vervuld",  door hem werd aangehaald. Bij de plechtigheid was ook eerste luitenant Sneep, de medepassagier van Engelbert van Bevervoorde, aanwezig.

Tijdens de onthulling speelde de muziek een Chant funèbre, waarna de legercommandant, generaal Kroesen, kort de militaire loopbaan van Engelbert van Bevervoorde memoreerde. Al eerder, in 1920, was er te Bandoeng  een straat naar Engelbert van Bevervoorde vernoemd. Het borstbeeld werd na de onafhankelijkheid van Indonesië overgebracht naar Bronbeek, waar het zich vlak bij dat van generaal Van Heutsz bevindt.

Persoonlijkheid,  decoraties en bibliografie

Bron: Nieuwe Rotterdamse Courant, 14 september 1918. Engelbert van Bevervoorde was een sprekend type van de Indo-Europese officier. Hij was klein van gestalte, evenwichtig en lenig gebouwd en met een vastberaden blik toegerust, die de persoonlijkheid van kracht en beslistheid deed gevoelen. Hij was precies en scherp in zijn spreken en opmerkelijk helder in zijn snel begrijpen.

  • Ridder Militaire Willemsorde vierde klasse
  • Eresabel
  • Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven met de gesp Celebes
  • Eervolle Vermelding
  • 1918. J. Engelbert van Bevervoorde. De stand van het vliegwezen in medio 1917. Visser. 76 pagina's.

 

[ Terug ]

  

f t