Simon als cadet


"We hebben moed en trouw. Daartussen staat de weegschaal der beleid; het afwegen van de vraag hoe ver moed mag en moet gaan en waar de trouw in "Kadavergehorsam" ontaardt, beiden gezien tegen een achtergrond van militaire noodzaak en mogelijkheid" - Spoor in: Gesprek met de generaal

Hier kunt u het fotoalbum van de begrafenis van Simon Spoor bekijken


 Vroege loopbaan

Hogere Krijgsschool

Terugkeer naar Indië

Bij de Generale Staf

Leraar aan de Koninklijke Militaire Academie

Verdediging van Nederlands-Indië

Duitse bezetting van Nederland en begin van de strijd met Japan

Bij de NEFIS

Benoemd tot commandant van het KNIL

Problemen in de Oost

Politionele Acties

Overlijden en begrafenis

Commandeur Militaire Willemsorde

Decoraties

Bibliografie

Zie ook


 Vroege loopbaan

Simon Hendrik Spoor (Amsterdam 12 januari 1902 - Batavia, 25 mei 1949) was de zoon van Andreas Petrus (André) Spoor, violist, concertmeester en dirigent bij het Amsterdams Concertgebouworkest en het Haags Residentie Orkest, en Catharina Petronella Jautze. Hij trouwde op 22 december 1923 met Louise Anna Marie Ooms. Het echtpaar kreeg op 22 juni 1931 een zoon, André Simon (1931-2met groep landweer012). Hij trouwde na een echtscheiding op 6 oktober 1938 met Rika Kroeze en na een echtscheiding op 3 april 1947 met Hermanna Trijntje Dijkema. Uit deze twee laatste huwelijken werden geen kinderen geboren.  

Spoor volgde vanaf 16 september 1918 de cadettenschool te Alkmaar en vanaf oktober 1920 de Koninklijke Militaire Academie in Den Haag, richting infanterie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger. Hij werd met ingang van 31 juli 1923 bevorderd tot tweede luitenant der infanterie en vertrok op 22 december van datzelfde jaar per stoomschip Rembrandt naar Nederlands-Indië.

Tijdens de reis begeleidde hij samen met tweede luitenant J.L. Graven een detachement suppletietroepen, bestaande uit 7 onderofficieren en 26 minderen. In Indië werd Spoor bij het eerste bataljon infanterie te Magelang geplaatst en in augustus 1925 overgeplaatst naar de Zuider- en Oosterafdeling van Borneo. Zijn bevordering tot eerste luitenant der infanterie vond plaats met ingang van 31 juli 1926.

Hogere Krijgsschool

Spoor nam in het voorjaar van 1929 te Bandoeng deel aan het toelatingsexamen voor de Hogere Krijgsschool in Den Haag. In deze tijd was de bedoeling dat hij gedetacheerd zou worden bij de Herzieningsbrigade van de Topografische Dienst ddd 011072675 mpeg21 p010 imagete Bandoeng, maar deze order werd ingetrokken omdat Spoor, na het behalen van zijn examen, met ingang van 1 november 1929,  voor drie jaar uitgezonden werd naar Nederland om daar aan de Krijgsschool verder te studeren.

Spoor reisde op 24 april 1929 per marineschip Sibajak van Batavia naar Rotterdam. Hij werd door de Hogere Krijgsschool van 10 juni tot 20 september gedetacheerd bij het derde regiment veldartillerie in Breda en van 22 tot en met 27 september 1930 naar de Militaire Gasschool te Utrecht gezonden voor het volgen van een gascursus. Het gezin Spoor woonde toen op de Lindestraat 5 in Den Haag.

Op 31 maart 1929 overleed de vader van Spoor en op zaterdag 22 februari 1930 werd op Begraafplaats Nieuw Eik en Duinen, in aanwezigheid van familie, de directeur van het Conservatorium  voor Muziek en een afgevaardigde van het bestuur van het genootschap Pulchri Studio een eenvoudig gedenkteken onthuld. Op een later moment zou nog een bronzen plaquette met de beeltenis van Spoor,  gemaakt door Toon Dupuis, worden aangebracht. Sprekers tijdens de ceremonie waren onder meer Spoor en Albert Vogel.

Terugkeer naar Indië

Intussen werd Spoor met ingang van 15 juni 1931 tot en met 4 juli en van 31 augustus tot en met 30 september gedetacheerd bij het Regiment Wielrijders te 's-Hertogenbosch. In de tweede helft van 1932 had hij zijn opSpoor met viooltjeleiding aan de Hogere Krijgsschool beëindigd en zodoende reisde hij met vrouw en zoon per marineschip Marnix van St. Aldegonde op 21 september 1932 vanaf Amsterdam naar Belawan-Deli, waar zij de 17de oktober aankwamen.

De 22ste oktober gaven Spoor en zijn halfbroer, assistent-resident van Deli André Simon Leonhard Spoor (zoon van Spoor sr. en Bertha Krull, die in 1898 overleed aan longontsteking), onder auspiciën van de Delische Kunstkring, in de Witte Sociëteit een concert voor piano en viool. De entreeprijzen kwamen ten bate van de Vereniging van Oudstrijders. Vanaf Deli zette Spoor eind oktober de reis naar Batavia per marineschip Baloeran voort en kwam op 17 oktober te  Batavia aan.

Bij de Generale Staf

Spoor werd nu achtereenvolgens geplaatst bij de Tweede Infanterieafdeling en bij de afdeling bergartillerie te Tjimahi en was vervolgens gedurende vijftien maanden werkzaam bij de Generale Staf, standplaats Bandoeng. In laatst genoemde functie woonde hij de plechtige herdenkinGeneraal Spoor met pen en brilg van het dan zestigjarig bestaan van dit orgaan in Sociëteit Concordia bij. Hij was ook actief als spreker, zo gaf hij in juli 1934 te Bandoeng een lezing over Japan en Mantsjoerije.

Spoor benadrukte in de toespraak, naast de historie van Mantsjoerije,  het ook voor Indië zo grote belang van de gebeurtenissen in Japan en Mantsjoerije. Naar aanleiding hiervan vroeg hij zich af of het wel zo verstandig was de reeds toen zo bescheiden machtsmiddelen verder tot de grond toe af te breken. Het bezit van voldoende wapens was immers de enige  methode benodigd om de Nederlandse positie te bestendigen en  de geliefde driekleur in de gewesten blijvend te laten wapperen.  

Met ingang van 1 augustus 1934 keerde Spoor met zijn gezin terug naar Nederland omdat hij in de functie van leraar gedetacheerd werd bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Niet lang hierna, op 23 november 1934,  werd hij  bevorderd tot kapitein.

Leraar aan de Koninklijke Militaire Academie

Het weekblad "Actueel Wereldnieuws" verzorgde in mei 1936 het themanummer "Onze Weermacht", waarin bijdragen waren opgenomen van onder meer Spoor, luitenant-kolonel H. ter Poorten, de latere commandant KNIL en schout-bij-nacGeneraal Spoor te Palembanght J.S.C. Olivier, en dat werd aanbevolen door de legercommandant en vlootvoogd.  Spoor's artikel gaf een kort overzicht van de krijgsgeschiedenis van het Indische leger na 1813. Daarnaast schreef hij in deze periode artikelen voor het Indisch Militair Tijdschrift en het Orgaan der Nederlands-Indische Officierenvereniging.

Op de Koninklijke Militaire Academie richtte Spoor in 1936 de Cadetten Studieclub op, die het lezen onder de studenten moest bevorderen. Daarnaast gaf hij lezingen, zoals in april 1937 voor de afdeling Breda van het Nationaal Jongeren Verbond in Concordia over de "Nederlanders in de tropen". Met ingang van 9 tot en met 14 augustus 1937 werd hij van de Academie uit gedetacheerd bij het Escadron Pantserwagens te 's-Hertogenbosch en van 16 tot en met 21 augustus 1937 was hij werkzaam bij het Korps Rijdende Artillerie te Arnhem.

Ter gelegenheid van de 58ste verjaardag van Koningin Wilhelmina werd Spoor bij Koninklijk Besluit van 30 augustus 1938 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij  kreeg met ingang van 1 oktober 1938 een  eervolle ontheffing uit zijn functie als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie en keerde op 10 november 1938 per marineschip Dempo  naar Nederlands-Indië terug, waar hij werd ingedeeld bij het vierde bataljon te Tjimahi.

Verdediging van Nederlands-Indië

Aldaar schreef hij in de Militaire Spectator een interessant artikel over de weerbaarheid. In dit opstel betoogde hij dat een doelbewuste lichamelijke en sportieve opvoeding gepaard diende te gaan met een geestelijke en intellectuele ontwikkeling1796519 1446097202287582 1189912351 n van de bevolking. Hij meende  dat een juiste en gezonde wereldbeschouwing het goed recht van de ander even goed erkende als de offervaardigheid van eigen land en volk. Deze instelling zou zijns inziens het evenwicht in de wereldverhoudingen ten goede komen.

In maart 1940 werd Spoor overgeplaatst bij de Generale Staf in Bandoeng en vestigde hij zich met zijn echtgenote aan de Lembangweg. Maar hij bleef daarnaast steeds artikelen publiceren, lezingen geven en werd actief als hoofdredacteur van Het Orgaan, het periodiek van de Nederlands-Indische Officierenvereniging.

In oktober 1940 gaf hij voor de Bandoengse Volksuniversiteit een serie colleges, "l' Armée est l'image de la naSinterklaas met generaal Spoortion" over "de strategische lessen van de huidige oorlog", waarin hij  betoogde dat de totale oorlog zo veelomvattend was gegroeid dat het gehele sociale en maatschappelijke leven erin opgenomen zou worden en dat specialisten op vrijwel ieder gebied nodig waren.

In een toespraak voor de leden van de Kring Bandoeng van de V.C. beschreef Spoor  de dan voorgenomen uitbreiding van de vloot met drie slagkruisers. Hij betoogde naar aanleiding van deze vermeerdering van het aantal boten dat zonder een krachtige verdediging van het territoir ook de sterkste vloot een reus op lemen voeten was, en dat naast een sterkte vloot een krachtig leger niet gemist kon worden. 

Voor de Indische kranten schreef hij twee artikelen over de "Harmonische Defensie, de verdediging van Nederlands-Indië in het licht van het slagkruiserplan". In het eerste gedeelte gaf hij een beschrijvende inleiding, in het tweede gedeelte een behandeling van de verdediging van de vlootbasis Soerabaja en van geheel Java.

Duitse bezetting van Nederland en begin van de strijd met Japan

Na de bezetting van Nederland begon men in de Oost met internering van NSB'ers. Spoor schreef over deze kwestie twee artikelen: "Nieuw probleem" (Nieuws van de Dag, 2, 3 en 4 april 1941) en "Het antwoord op de kritiek" (Algemeen Indisch Dagblad, 25 april 1941). In deze stukken bepleitte hiresolveFQURJO6Vj een nationaal politieke reclassering van dat gedeelte van de geïnterneerde NSB´ers die door sympathie voor de vijand was geïnfecteerd maar die nog niet als reddeloos verloren behoefde te worden beschouwd. Dit stuk verwekte opschudding en naar aanleiding daarvan werden door Volksraadslid Soangkoepon schriftelijke vragen aan de regering gesteld. Inzake de geschonden neutraliteit van Nederland schreef Spoor een analyse in het maandblad van de Nederlands-Indische Officieren Vereniging, genaamd "Neutraliteit".

Toen Japan op 7 december 1941 eerst Pearl Harbour aanviel en vervolgens haar expansie zegenvierend voortzette en op 10 januari 1942 Tarakan veroverde en Balikpapan en Medan aanviel hield Spoor op 23 januari 1942 vanuit de Niromstudio´s in Bandoeng een toespraak voor de radio.  Daarin zei hij  onder meer (refererend aan Japan) dat de Franse militair schrijver generaal Emile Julien Joseph Léopold Alléhaut verklaard had dat indien men zijn tegenstander wist te verrassen men de kracht van de eigen strijdmiddelen met een geweldige factor vermenigvuldigde.

Spoor erkende dat de verdediger in het nadeel was omdat deze aanvankelijk steeds de slagen diende op te vangen en af te weren. Hij benoemde deze slagen, die Nederlands-Indië van Japanse zijde af te weren had, als volgt: "geen methode was te laag om het succes van de verrassing te verzekeren. Een perscampagne vol verwijten en bedreigingen, troepenconcentraties nabij de grenzen, gestook van de vijfde colonne in eigen land ter verhoging van de onrust, de "zenuwenoorlog" op zijn best. Geen normen van moraal of recht spelen bij de toepassing van deze wijze van oorlogsvoering een rol van enige betekenis: alles dient te worden opgeofferd aan de vraatzucht van de "leider".

Bij de NEFIS

Spoor kreeg, gelijktijdig met het hoofd van de Marinevoorlichtingsdienst H.V. Quispel, de directeur van de Hogere Krijgsschool majoor jhr. J.M.R.Sandberg en de kapiteins A.L.A. Coppens en D.C. Buurman van Vreeden toestemming Java te verlaten. In de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 maart 1942 vloog een afdelingscommandant van de Militaire Luchtvaart luitenSpoor boedt een sigaret aanant-vlieger A.B. Wolff met een Glenn Martin bommenwerper Spoor en zes andere militairen, waaronder kapitein Reinderhof, naar Australië. Spoor werd op 27 mei 1942 bevorderd tot majoor en met ingang van 10 juli 1942 benoemd tot assistent-resident van de afdeling Toeal (Nieuw-Guinea) van Vrij Nederlands-Indië.

In die tijd werd in Australië een miliSpoor in gesprektair bureau opgezet dat alle berichten over Indië zou verzamelen en analyseren (de Netherlands Forces Intelligence Service - NEFIS). Daaronder hing een instantie die werkzaam was op het gebied van veiligheid. Deze dienst had twee afdelingen, een voor de militaire berichtgeving, waarvan Spoor tot hoofd werd benoemd  (NEFIS-1, de inlichtingenafdeling), en een veiligheidsafdeling (NEFIS-2).

Spoor werkte in deze tijd steeds nauw samen met het hoofd van de NEFIS kapitein-luitenant-ter-zee G.B. Salmen en volgde deze eind december 1943 op als directeur van de NEFIS.

NEFIS-1, waar Spoor dus tot december 1943 hoofd van was, bouwde in de loop der maanden een groot kaartenarchief van Nederlands-Indië op, verzamelde een groot aantal rapporten met militair-geografische gegevens, stelde een bibliotheek samen en startte de bouw van een fotoarchief. Vanaf maart 1943 maakte Spoor deel uit van de commissie die de opdrachten van geheime agenten formuleerde (de zogenaamde "parties"). Met ingang van  10 januari 1944 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en op 17 februari 1945 benoemd tot kolonel.

Benoemd tot commandant van het KNIL

Na de capitulatie van Japan werd Admiraal Helfrich in zijn functie als bevelhebber zeestrijdkrachten vervangen door schout-bij-nacht A.S. Pinke. Generaal H.L van Oyen nam eind 1945, uit onvrede met de politiek van de Nederlandse regeSpoor radioring in Indonesië, ontslag uit zijn functie van legercommandant en hoofd van het Departement van Oorlog en werd opgevolgd door Spoor (effectief met ingang van 1 januari 1946).  

Deze kreeg toen de rang van waarnemend luitenant-generaal met de werkelijke rang van generaal-majoor. Gouverneur-generaal H.J. van Mook vond Spoor bij uitstek een inspirerende troepenaanvoerder, een voorstander van de geleidelijke ontvoogding van Indonesië en van besprekingen met de Republiek. Spoor zelf zei in 1946 over deze kwestie: "regelrechte onderwerping is niet meer van deze tijd."

Inmiddels braken op Java, maar ook elders, verschrikkelijke moordpartijen uit, waarbij tienduizenden Nederlanders, Indo-Europeanen, Molukkers en vele anderen het leven lieten. Nadat eind 1945 bataljons Oorlogsvrijwilligers de taken van de Britse Divisies overnamen werden zij aangevallen door Indonesische militairen en extremisten in Batavia,  Buitenzorg, Bandoeng, Semarang en Soerabaja. Spoor gaf de opdracht die stadgedeelten, dus waar zich Indonesische milities bevonden, te zuiveren en stellingen buiten de bebouwde kom in te nemen.

Problemen in de Oost

Spoor meldde in april 1946 in een persconferentie dat er in de dan afgelopen acht maanden 800 Europeanen, Indo-Europeanen, Chinezen en Indonesiërs te Bandoeng door extremisten vermoord waren en dat eenzelfde aantal nog vermist werd, terwijl men voortdurend lijken vond die niet meer geidentificeerd konden worden. Er was  nog een ander probleem dat directe aandacht vereiste: in een Dagorder van maart 1946 schreef Spoor dat er gebrek aan discipline onder de soldaten en officieren van het KNIL was en hoewel hij toegaf dat er wel enige verontschuldigingen voor bestonden legde hij er de nadruk op dat het noodzakelijk was dat aan deze situatie een einde kwam.

In de zomer van 1946 keerde Spoor voor geheime militaire besprekingen naar Nederland terug. Eenmaal weer op zijn post voerde hij een groot aantal inspecties uit aan de verschillende troepenafdelingen. In zijn kerstboodschap aan de troepen, eind december 1946, sprak hij de woorden: "Ons werk is eerlijk, onze handen zijn onbezoedeld. Wij roven en brandstichten niet maar beschermen en beveiligen. Wij doden en wonden niet maar verdedigen het recht der menselijkheid. Dit is onze trots en dit is onze eer. "

Politionele Acties

Van 21 juli tot en met 25 augustus 1947 vond de Eerste Politionele Actie (Operatie Product) plaats. Spoor, die direct verdere actie beoogd had,  zei over het geplande vervolg op Operatie Product dat een actie omZ.K.H. prins Bernhard IGK in gesprek met enkele hoge militairen. Links staat generaal H.J. Kruls Chef Generale Staf en rechts achter generaal S.H. Spoor Djokjakarta en omgeving op te ruimen nu noodzakelijk was geworden. Pas toen van 18 december 1948 tot en met 5 januari 1949 de Tweede Politionele Actie plaatsvond was het Spoor vergund eindelijk de hoogste leiding te geven aan een operatie waarbij Djokja vanuit de lucht bezet werd en Soekarno en Hatta opgepakt konden worden. Eerder verhinderde de onbestendigde Nederlandse politiek dit.

Na afloop van de Eerste Politionele Actie had Spoor al, refererend aan negatieve uitingen uit Nederland en Indonesië,  in een radiorede de volgende woorden gesproken:

 "Alle hetze en leugencampagnes waarin uw mannen en zonen in de afschuwelijkste kleuren geschilderd werden zijn niet bestand gebleken tegen de feiten. De bevolking heeft hen in het algemeen met vreugde begroet. Zeker, ik weet dat de Djokja'se propaganda nog steeds de meest aperte leugens het luchtruim inslingert over roof en moord en het terugslaan  van onze troepen. Laat hen zelf komen zien hoe onze jongens zich aldaar rustig en vrij bewegen. Onze jongens roven noch moorden. Zij zijn de strijd niet ingegaan om er op los te slaan maar om in samenwerking dit land weer op te bouwen."

Overlijden en  begrafenis

Spoors veeleisende functie werd ook na het aflopen van de Tweede Politionele Actie niet lichter. Bij Koninklijk BBegrafenis Spooresluit van maandag 23 mei 1949 werd hij bevorderd tot generaal maar op diezelfde dag openbaarde zich een ernstige ziekte toen hij op kantoor zat.  Hij overleed twee dagen later,  op woensdag 25 mei om kwart over 12.  Over de oorzaken van zijn ziekbed en daarop volgend overlijden verschillen de meningen. Een versie meldt dat Spoor overleed aan de gevolgen van een hartaanval, een andere dat hij vergiftigd zou zijn.

In zijn functie als commandant van het KNIL werd Spoor opgevolgd door generaal-majoor D.C. Buurman van Vreeden.  Het stoffelijk overschot van Spoor werd opgebaard in de ambtswoning aan het Koningsplein Zuid en later onder grote belangstelling op de begraafplaats Menteng Pulu te Batavia ter aarde besteld.

Commandeur Militaire Willemsorde

Op voordracht van de Raad van Ministers bevorderde  H.M. de Koningin Spoor postuum tot commandeur in de Militaire Willemsorde. De dagorder luidde: "Deze hoge onderscheiding werd Spoor verleend vanwege diens uitzonderlijke plichtsvervulling en uitstekende leiding sinds het begin van 1946 door hem gegeven. Onder uiterst moeilijke omstandigheden wist Spoor leiding te geven aan de Nederlandse strijdkrachten in Indonesië bij de vervulling van haar taak om orde, recht en veiligheid in Indonesië te herstellen en tevens als erkenning van de uitstekende daden van moed, beleid en trouw door de troepen onder zijn bevel verricht.

Door zijn persoonlijke aanwezigheid tijdens gevechtssituaties in de voorste gelederen ging hij de troepen voor in het betonen van die moed en onverschrokkenheid, die door de troepen onder zijn bezielende leiding aan de dag werden gelegd. Als gevolg van zijn voortdurende algehele inzet van zijn persoon, die hem ertoe bracht het uiterste van zijn krachten te vergen, zonder zich in het minst te ontzien, is hij in de trouwe uitoefening van de hem opgedragen taak op 25 mei 1949 overleden."

 Decoraties

  • Ridder in de Orde van Oranje-NassauDecoraties Spoor
  • Commandeur Militaire Willemsorde
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Oorlogsherinneringskruis met twee gespen
  • Ereteken voor Orde en Vrede met vijf gespen
  • Onderscheidingsteken voor  Langdurige Dienst als Officier met het cijfer XXV
  • Mobilisatiekruis 1914-1918
  • Medal of Freedom (bronzen palm)

 Bibliografie

Zie ook


 

[ Terug ]

 

f t