wim scheepenskorps 185140


Vroege jaren

Willem Jan (Wim) Scheepens (Nijmegen,  13 mei 1907 - Demak, 3 januari 1949) was de zoon van ridder in de  Militaire Willemsorde derde klasse en Eresabel Willem Benhard Johann Antoon Scheepens (1868-1913) en R.H. Halewijn.  Hij trouwde met A.H. Blume en het echtpaar kreeg twee kinderen.

Scheepens volgde de HBS in Den Haag en kwam in augustus 1928 in aanmerking voor plaatsing aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Hij werd in augustus 1931 bevorderd tot tweede luitenant der infanterie bij het leger in Nederlands-Indië en vertrok op 14 oktober 1931 per Marineschip "Marnix van Sint Aldegonde" naar de Oost. Aldaar werd hij ingedeeld bij het vierde bataljon, dat gelegerd was te Tjimahi.

Scheepens werd in november 1933 overgeplaatst bij de troepenmacht in Atjeh en Onderhorigheden, de plaats waar ook zijn vader ooit actief was geweest, en werd met ingang van 2 augustus 1934 bevorderd tot eerste luitenant. Te Atjeh was Scheepens werkzaam bij de Eerste Divisie van het Korps Marechaussee te voet te Blang Kedjeren.

Expeditie naar Goenoeg Loeser

In eerdere tijden waren diverse pogingen ondernomen om Goenoeng Loeser (tegenwoordig Gunung Leuser National Park), een hooggebergtecomplex  te Atjeh, te bereiken, maar deze expedities waren steeds gestrand omdat het zeer moeilijk waC KCT Scheep 1s in het onherbergzame terrein de juiste route te vinden. Scheepens wist echter in november 1936 met zijn manschappen een weg tussen de waterscheidingen te vinden en open te kappen, waardoor hij als eerste Europeaan en waarschijnlijk ook als eerste mens de middelste der drie Loesertoppen wist te bereiken.

In het kielzog van Scheepens en zijn Marechaussees trokken tal van wetenschappelijk onderlegde personen mee om onderzoek te doen in dit nieuw ontdekte gebied.  Het doel hiervan was meer kennis te vergaren over flora en fauna en het in kaart brengen van het terrein.  

Scheepens werd overgeplaatst naar Bakongan en verkreeg in december 1937 wegens langdurige dienst als officier een verlof van zes maanden naar Europa. Aldus vertrok hij op 6 april 1938 met de "Indrapoera" van Batavia naar Nederland.

Tweede Wereldoorlog

Scheepens keerde op 16 november 1938 per "Marnix van Sint Aldegonde" terug naar Nederlands-Indië, waar hij werd ingedeeld bij het tweede bataljon te Magelang en begin 1941 overgeplaatst naar Bandoeng. In de lente van 1941 werden zes officieren van het KoniScheepje naar Engelandnklijk Nederlands-Indische Leger, waaronder Scheepens,  aangewezen voor het vervullen van commando's bij het Nederlandse legioen in Engeland.

Die officieren waren: Scheepens, luitenant-kolonel J.K. Meijer, luitenant-kolonel L.A.  van den Berge, kapitein H.G.C. Pel, kapitein F. Mollinger en eerste luitenant H.E. Wijnmalen (later vermoord door de Japanners). De uitwisseling van officieren was naar aanleiding van een verzoek, gericht aan gouverneur-generaal Van Starkenborgh vanuit Engeland, om zes officieren te sturen teneinde de dan zwakke Irenebrigade om te vormen tot een goede gevechtseenheid.

Aldus vertrokken Scheepens en zijn medeofficieren, gehuld in burgerkleding,  op 21 juli 1941, vanaf het vliegveld Kemajoran. Zij werden uitgeleide gedaan door de commandant der Eerste Divisie generaal-majoor W. Schilling en de chef van de Divisiestaf, luitenant-kolonel W. van Kuilenburg.

Werkzaamheden tijdens de bezetting van Indië

In Engeland volgde Scheepens de cursus Special Operations Executive. In mei 1942 werd besloten dat een deel van de Prinses Irenebrigade eenkorps i fotograaf185140 groep zou gaan vormen, het Korps Insulinde (opgericht op 1 augustus 1942), voor het uitvoeren van geheime operaties in bezet Nederlands-Indië. Van den Berge kreeg de leiding, Mollinger werd tactisch commandant, Pel hoofdinstructeur en Scheepens instructeur.

Luitenant-gouverneur-generaal Van Mook besloot het Korps Insulinde in te zetten om opdrachten op Sumatra uit te voeren; met name Pel en  Scheepens, die beiden gediend hadden te Atjeh, waren bekend met dit terrein. 

Op 13 december 1942 werd de eerste actie ondernomen: een door de "O 24" overgebrachte verkenningspatrouille van het Korps Insulinde ging toen bij Troemon, aan de westkust van Atjeh, aan wal. Commandant van het troepje, waaronder Scheepens, was majoor Pel. Scheepens kende uit zijn tijd in Atjeh de zelfbestuurder van Troemon, die altijd met het Nederlandse gezag had samengewerkt,  goed.

Onbekend was echter, omdat generaal R.Th. Overakker dat in zijn telegrammen aan Londen niet gemeld had, dat er een opstand te Atjeh had plaatsgevonden en de zelfbestuurder van Troemon door de Japanners bleek te zijn vervangen. Van de Atjehers, die Scheepens en Pel direct herkenden, hoorde men diverse verhalen over wat er op Sumatra gebeurd was. Hierop keerde de patrouille naar de "O 24" en daarmee naar Ceylon terug. In februari 1943 werd besloten tot een tweede verkenningspatrouille naar Atjeh, met Scheepens, inmiddels bevorderd tot kapitein,  als commandant.

Nieuwe patrouilles naar Atjeh

Het lag in de bedoeling op 13 februari 1943 op de noordkust van Atjeh bij Lhokseumawe met kano's te landen, na door de "O 24" tot vlak voor de kust te zijn gebracht. Doordat er veel branding stond gelukte het echter niet aan wal te komen en moekorps i strandlanding370274st men onverrichterzake weer naar Ceylon terugkeren. In april 1943 werden twee nieuwe pogingen ondernomen.  Ditmaal was het plan om op 17 april 1943 bij Troemon en op 19 april bij Seumanjam, 75 kilometer ten zuidoosten van Meulaboh, te landen.

De oorspronkelijke intentie was om van Seumanjam uit contact op te nemen met een met Pel bevriend dorpshoofd en hem te vragen een inheemse verzetsgroep te organiseren. Het verzet zou dan ondersteuning kunnen bieden aan geheime agenten, die de aardolie-installaties aan de oostkust van Sumatra dienden te saboteren en clandestien rubber uitvoeren.

Bij Troemon werden Scheepens en zijn makkers bedreigd met automatische wapens, zodat men overijld terugkeerde naar de "O 24". Twee dagen later moest men eveneens zonder het doel bereikt te hebben weer aan boord van dit schip vluchten.

Latere landingen te Atjeh

Eind april - begin mei 1944 werd weer getracht verkenningen op de westkust van Atjeh en Simaloer te ondernemen teineinde de mogelijheid tot het aanleggen van een landingsbaan voor vliegtuigen te onderzoeken. Voor de landing vervoerde een Engelse onderzeeboot eenkorps i op zee185140 grote groep officieren, onder wie Scheepens, en geheime agenten.

Het gelukte de mannen wel een geschikte lokatie voor de landingsbaan te vinden maar Scheepens waarschuwde dat verder contact bedreigd zou worden door gewaarschuwde Japanners. Zijn advies werd echter niet opgevolgd, met als gevolg dat twee Britse officieren, de commandant van de troep en een genieofficier, door de vijand werden doodgeschoten.

Op 1 maart 1945 werd opnieuw een poging tot landen ondernomen. Ditmaal lag het in de bedoeling vier Chinezen door een Engelse onderzeeboot over te brengen, die contact zouden leggen met de Atjehers en verder de grondslag leggen voor een ondergrondse organisatie.

De troep, met een Britse commandant, telde tien militairen, behorende bij het Korps Insulinde, waaronder Scheepens. Vrijwel direct al na de landing geraakten de commandant en Scheepens in een vuurgevecht met de Japanners, die hen terug joegen naar de onderzeeboot.

Depot Speciale Troepen

Scheepens werd voor zijn verrichtingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name in de periode 1943 en 1944, bij Koninklijk Besluit van 3 augustus 1943 nummer 3, begiftigd met de Bronzen Leeuw. Bij Britse Koninklijke Goedkeuring van 22 februarafscheidsbrief 2000 original 2i 1945 werd hij vereerd met de Honorary Compagnion of the Distinguished Service Order voor zijn bijdragen aan de drie landingen op de westkust van Sumatra en voor zijn inspirerend leiderschap.

Op 15 juni 1946 richtte men te Polonia, bij Meester Cornelis, het Depot Speciale Troepen op, een soort commando-eenheid. Scheepens werd benoemd tot eerste commandant. Hij was indertijd te Colombo de superieur van de later kapitein Raymond Westerling geweest en eenmaal te Batavia aangekomen besloot deze zijn oude chef te bezoeken. Scheepens vertelde Westerling vervolgens over de operatie die hij de volgende dag zou uitvoeren.

Die betrof een actie van het eerste bataljon jagers tegen de Tentara Republik Indonesia (TRI) bij Tjileungsir. Scheepens en zijn manschappen waren in deze tijd belast met de bescherming van een brug die de Republikeinen van plan waren op te blazen en het doel was de vijand van deze lokatie te verjagen.

Dood van Scheepens

De volgende morgen bezocht de echtgenote van Scheepens Westerling en vertelde hem dat Scheepens en zijn manschappen in een hinderlaag liepen, dat drie soldaten gesneuveld waren en Scheepens zelf zwaar gewoscheepenswj2004jpgnd. Westerling nam hierop het commando van het Depot Speciale Troepen over van Scheepens.

Scheepens werd, nadat hij hersteld was, ingedeeld bij het 5 Bewakingsbataljon van het KNIL en stierf, net als zijn vader 36 jaar eerder, door de hand van de vijand.

Hij werd begraven op het Ereveld Candi nabij Semarang. En zo herhaalde de geschiedenis zich en was de cirkel weer rond - l'histoire se répète.  Scheepens was een verzamelaar van planten uit Sumatra en zijn naam wordt genoemd in een belangrijke plantkundige database. Hij bezat de Bronzen Leeuw en was Honory Companion of the Distinguished Service Order

Zie ook


 

 

f t