Bernhard

 

Zie ook het fotoalbum. 


Gijsbert Johannes Schüssler  (Nijkerk, 2 december 1925, overleden aldaar op 4 december 2001) werd op 2 januari 1948 benoemd tot reserve tweede luitenant der infanterie en op 30 augustus 1949 bevorderd tot eerste luitenant.  

Alsvlieger2Hij diende in Indië bij het Korps Speciale Troepen, als tweede luitenant naast kapitein Westerling,  en werd bij Koninklijk Besluit van 24 augustus 1950 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde; de onderscheiding werd hem verleend wegens het zich in de strijd onderscheiden hebben door uitstekende daden van moed, beleid en trouw.

In de maand januari 1949 was hij actief op Midden-Sumatra en vervolgens in het tijdvak van 20 februari tot en met 30 april 1949 op Oost-Java betrokkenSchussler1 bij verschillende acties tegen terroristische benden; hij wist aan de vijand zware verliezen aan doden en wapens toe te brengen; het succes was aan zijn voorbeeld van stoutmoedig en doortastend optreden te danken.

Op 27 februari was hij, na met zijn peloton 80 kilometer in door de vijand bezet gebied te zijn doorgedrongen, bij kampong Kletekan. Aldaar wist hij de vijandelijke tegenstand te breken en op beleidvolle en voortvarende wijze het kostbare en onvervangbare archief en het instrumentarium van het Boswezen op te sporen en in handen te krijgen.

Prins Bernard nam Schüssler in maart 1952 de eed af,  gaf hem de ridderslag en hing hem de onderscheidingen van ridder vierde klasse in de Militaire Willemsorde om.  Schüssler nam vervolgens als vrijwilliger deel aan de Oorlog in Korea. Hij zei hierover: ik wilde ook zien of ik inderdaad recht had op de Militaire Willemsorde. Ik wilde mezelf tegenkomen in andere omstandigheden. Ik wilde mij vrijwillig blootstellen aan gevaar, aan andere risico’s. Indië was een sluipmoordoorlog, Korea een reguliere. Altijd moet je een brok zakelijkheid kunnen opbrengen als militair, emoties kunnen uitschakelen. De zaken op een rijtje zetEergewetenten en je aanpassen aan wisselende omstandigheden.

Schüssler werd op 1 november 1955 bevorderd tot kapitein, benoemd tot majoor op 1 november 1963 en bevorderd tot luitenant-kolonel op 21 april 1972 (met ingang van 1 mei 1972). In de periode 1970–’1972 was hij commandant van het hoofdkwartier van de United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) in Tiberias, in het noordoosten van Israël. Hij verliet de militaire dienst op 1 mei 1981 met functioneel leeftijdsontslag.  Hierna woonde hij op een boerderij in Gees. In een interview zei hij: vandaag de dag moet iedereen gewoon Pietje heten. Dan krijg je gewoon hele vervelende dingen.

De groetplicht afgeschaft, dan ga je al. Dan verwatert het. Het oorlogsbeeld weg, dan blijft de zaak ook niet levendig. En verder zei hij: een held? Ik weet het niet. Een lafaard? Ik weet het evenmin. Er kunnen zich zoveel omstandigheden voordoen. Mensen zijn zo verschillend, zelfs van uur tot uur. Ik oordeel niet. Ik weet alleen dat alles betrekkelijk is.

Schüssler schreef een boek over zijn ervaringen, Naar eer en geweten (1998, eigen beheer), met een voorwoord geschreven door Prins Berhard.


Bronnen

  • Militaire Willemsorde. In: De Tijd, 7 oktober 1950
  • Reserve luitenant Schüssler ridder M.W.O. In: de Gooi en Eemlander, 6 oktober 1950
  • Prins Bernhard reikte dapperheidsonderscheidingen uit. Twee nieuwe ridders MWO. In: Nieuwsblad van het Noorden, 4 maart 1952.
  • Overste G.J. Schüssler uit de actieve dienst. Ik ben  het beste als anderen dood gaan. In: de Leeuwarder Courant, 18 april 1981
  • Schüssler, Gijsbertus Johannes. Naar eer en geweten. Kroniek van een bewogen militair leven. De Bookmakers. 
  • Schüssler op Find a grave 
  • Onderscheidingenforum

 

[ Terug
f t