363px-R G  de Lange-kapitein


Vroege loopbaan

Leraar aan de Krijgsschool

Terugkeer naar Indië

Werk in het verzet

Moord op De Lange

Militaire Willemsorde

Bronvermelding

Vroege loopbaan

Reinder Gebbienus (Biennus of Bies) de Lange (Schoonoord, 22 februari 1896 - geëxecuteerd op het kerkhof Antjol, 12 april 1943) was een Nederlandse kapitein van het Indische leger, verzetsstrijder en ridder in de Militaire Willems-Orde. De Lange, zoon van een bakker,  werd voor officier opgeleid bij het Instructiebataljscannen0007on te Kampen en bij Koninklijk Besluit van 4 september 1922 benoemd tot tweede luitenant bij het wapen der infanterie.

Hij werd op 1 november van dat jaar gedetacheerd bij de militaire gymnastiek- en sportschool te Utrecht en vertrok op 28 april 1923 per stoomschip Prinses Juliana naar Indië. Aldaar werd hij geplaatst bij het twaalfde bataljon te Meester Cornelis en in maart 1925 overgeplaatst bij de troepenmacht te Atjeh en Onderhorigheden ter nadere indeling. In september 1925 werd De Lange bevorderd tot eerste luitenant en met ingang van 1 september kreeg hij wegens zes jaar onafgebroken dienst in Nederlands-Indië een verlof van acht maanden naar Europa.

Leraar aan de krijgsschool

De tijd in Nederland bracht De Lange deels door te Kampen; hij werd vervolgens met ingang van 1 mei 1930 tot uiterlijk 1 oktober 1935 gedetacheerd als leraar aan de Koninklijke Militaire Academie en was in die tijd gedetacheerd bij het Nederlandse leger. In mei 1934 slaagde hij voor het toelatingsexamen voor de opleiding der krijgskundige studies voor het Koninklijk Indische leger aan de Hogere Krijgsschool en bij gouvernementsbesluit van 14 augustus 1934 werd hij bevorderd tot kapitein der infanterie.

Van 23 tot en met 28 september 1935 werd De Lange, op uitnodiging, gedetacheerd bij de militaire gasschool te Utrecht tot het volgen van een gascursus aldaar. Van 15 tot en met 30 mei 1936 was hij gedetacheerd bij de zeemacht in Den Helder en vervolgens van 2 tot en met 13 juni gedetacheerd bij de luchtvaartafdeling te Soesterberg. Hij keerde de 29ste september 1937 per Baloeran naar Indië terug; dat was als commandant van een detachement suppletietroepen van de Koloniale Reserve ter sterkte van 12 onderofficieren en 61 militairen beneden die rang. 

Terugkeer naar Indië

Na aankomst werd hij ingedeeld bij het vijftiende bataljon te Bandoeng. Vanaf 1 april 1939 werd De Lange voor de duur van twee maanden gedetacheerd bij de herzieningsbrigade voor West-Java van de Topografische Dienst te Bandoeng en vervolgens bij het subsistentenkader geplaatst en ter beschikking gesteld van de chef van de generale staf.

De Lange was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de organisatie van de treintransporten van het Indische leger en moest na de capitulatie als Nippon-werker zijn werk op het hoofdbureau van de Staatsspoorwegen te Bandoeng hervatten.

Werk in het verzet

De Lange begon al spoedig illegale acties te organiseren; zo regelde hij een steunactie ten behoeve van de gezinnen van Knil-militairen, leverde steun aan geallieerde militairen die zich in de bergen bij Bandoeng hadden teruggetrokken en stimuleerde jeugdige Nederlanders enHijsen van de Japanse vlag Indische Nederlanders om zich als militairen te oefenen om bijstand te kunnen bieden aan de geallieerde strijdkrachten.

Hij nam aan dat die al snel op de zuidkust van Java zouden landen en dan waarschijnlijk bij de Wijnkoopsbaai. Hij legde ook via het apparaat van de spoorwegen verbindingen met gelijkgezinden in Buitenzorg (mr. Welter), Batavia (Kramer), Semarang, Soerabaja en Malang en kwam in Soekaboemi onder meer in contact met drie personen: Coates, Captain John Douglas, een officier van het Britse leger, die zich evenals Coates aan krijgsgevangenschap had onttrokken, en de hoofdinspecteur van politie te Soekaboemi, S. J. de Vries.

Deze had, na door de Japanners in mei 1942 ontslagen te zijn, tot in augustus een functie bij de hulppolitie van het regentschap Soekaboemi. Het was deze De Vries die op verzoek van De Lange een reserve-officier van de Koninklijke Marine naar de Wijnkoopsbaai zond om eventueel contact uit zee op te vangen - De Lange rekende erop dat hij daar niet al te lang op zou moeten wachten.

Moord op De Lange

De Lange werd midden augustus 1942 opgepakt, vermoedelijk doordat zijn naam door een van de arrestanten van het zogenaamde Java-Legioen was prijsgegeven. Zijn organisatie viel uiteen en in de maanden die volgden werd groep na groep opgerold. De Lange kreeg de doodstraf.Dode soldaat

Een medegevangene gaf later een ooggetuigeverslag: op 10 april 1943 werd kapitein de Lange ter dood veroordeeld. Om ongeveer twee uur in de middag werd hij geboeid mijn cel binnengeleid. Hij zag er bleek en moe uit. Hij kreeg vervolgens het bevel te gaan zitten met zijn gezicht naar het raam. "Dit is geen rechtspraak" waren zijn eerste woorden. Een inheemse bewaker werd voor het raam geplaatst om te voorkomen dat hij verder iets tegen ons zou zeggen. Toen die bewaker de gevangene vroeg wat hij er van vond, dat hij ter dood was veroordeeld, antwoordde hij: "Prima". Op 12 april werd hij naar de plaats van terechtstelling gevoerd.

Toen De Lange de bewaker vroeg zijn handboeien losser te maken omdat zijn polsen pijn gingen doen, antwoordde de bewaker: "Zo hoort het ook te zijn." Eten, drinken, alles moest hij doen met de boeien aan. Hij kreeg geen verlof om te gaan liggen maar wel permissie om een briefje aan zijn vrouw te schrijven. Op de ochtend van de 12de werd een lok van zijn haar afgeknipt en in een envelop gedaan. Later moest hij ook nog zijn duimafdruk op een paperas plaatsen.

Om twee uur nam hij afscheid van ons met een korte handdruk en de woorden: "Nooit opgeven, kerels!" Van der Vorst en John Douglas werden samen met hem terechtgesteld. Een kleine groene auto nam de terdoodveroordeelden naar een kerkhofje te Antjol. Zij moesten hun eigen graf graven (één graf voor hun drieën) en moesten daarna daarvoor knielen met hun handen gebonden en geblinddoekt. Op een teken van de commandant werden zij onthoofd. Hun lijken werden het graf in geschopt. De soldaten vulden het graf toen op.

Militaire Willemsorde

Bij Koninklijk Besluit van 3 juni 1950 nummer 18 werd De Lange ingeschreven in het register van de Ridders der vierde klasse in de Militaire Willems-Orde; dat was onder meer omdat: hij zich onderscheiden had door uitstekende daden van moed, beleid en trouw door te weigeren zich bij de capitulatie van het Indische leger in maart 1942 neer te leggen en de strijd direct illegaal voortzette.

In het bijzonder heeft hij, na het ondergrondse verzet te Bandoeng te hebJappenkampben georganiseerd, deze actie over geheel Java uitgebreid en vooral veel voor het militaire verzet gedaan. Andere redenen waarom De Lange de Militaire Willems-Orde verkreeg waren de volgende:

Hij verleende gewapende hulp aan de geallieerden bij een mogelijke invasie, hij pleegde sabotage op de voor de Japanners belangrijke industrie. Verder zond hij berichten door over de oorlogsvoering van de vijand en leverde een groot aandeel in de opbouw en samenbundeling van burgerverzetsgroepen met de verschillende guerrilla-afdelingen.

Hij werd algemeen erkend als leider van het verzet en bracht een hechte samenwerking tussen de afdelingen tot stand. Dankzij zijn uitnemende en bezielende leiding en zijn persoonlijk voorbeeld bracht de door hem opgebouwde verzetsgroep nog tijdens zijn leven en ook na zijn terechtstelling de vijand ernstige verliezen aan mensenlevens en materieel toe en bracht het een radiocontact met Australië tot stand, waardoor de voorgenomen militaire actie tegen Australië in hoge mate werd belemmerd en de vijand werd gedwongen een naar verhouding sterke troepenmacht op Java te handhaven ten koste van zijn actie buiten Nederlands-Indische gebied.

De Lange werd in augustus 1942 ten gevolge van verraad gevangen genomen maar ondanks zware folteringen bij zijn verhoren en maandenlange onmenselijke behandelingen in gevangenschap bleef hij onbuigzaam en zijn eed als officier trouw; hij bood aan elke dwang van de vijand tot een bekentenis weerstand tot hij, begin 1943, door de Japanners werd vermoord door middel van onthoofding.

Hij werd postuum (naast de Militaire Willems-Orde) nog onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis en bezat in leven het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier. In Almere is de kapitein de Langestraat naar hem vernoemd en in Leidschendam-Voorburg de Reinder de Langestraat.


Bronvermelding

  • 1946. Mr. W.H.J. Elias. Indië onder Japanse hiel. W. van Hoeve, Deventer
  • 1985. P. van Meel, redacteur. Tanda kehormatan KNIL. Eerbewijs aan het KNIL. Samengesteld door de Stichting Erefilm KNIL.
  • 1992. Redactie: Bert Immerzeel & Frank van Esch Verzet in Nederlands-Indië tegen de Japanse bezetting, 1942-1945 SDU
  • 1985 L. de Jong. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 11-b.
  • Decoraties van De Lange
  • De Lange op de Erelijst
  • Meer informatie over de strijd in Nederlands-Indië

 


 

[ Terug ]

f t