Pieter Scholten


Vroege loopbaan

Pieter Scholten (geboren te Enkhuizen, 15 januari 1891, overleden te Voorschoten, 4 april 1986) werd in september 1911 in de rang van onderofficier met ingang van 1 oktober toegelaten tot Scholten te paardde hoofdcursus voor het volgen van de opleiding tot tweede luitenant der infanterie in Nederlands-Indië. In juli 1912 slaagde hij voor het overgangsexamen van de hoofdcursus in Kampen en legde in augustus 1913 met goed gevolg het examen tot tweede luitenant af. Hij werd bij Koninklijk Besluit van 17 september van dat jaar tot die rang benoemd bij het Indische leger.

Scholten vertrok op 28 februari 1914 met het stoomschip Oranje naar de Oost en werd, in Indië aangekomen, ingedeeld bij het 21ste bataljon. Niet lang hierna werd hij overgeplaatst bij de troepenmacht in Atjeh en in juli 1916 ingedeeld bij het tweede garnizoensbataljon aldaar. In november van datzelfde jaar werd hij bevorderd tot eerste luitenant en in februari 1918 overgeplaatst naar Samalang. Scholten kreeg in november 1921 een verlof naar Europa wegens langdurige dienst als officier en werd, eenmaal in Indië teruggekeerd, in november 1922 benoemd tot bataljonsadjudant  en geplaatst bij het negentiende bataljon infanterie te Malang.

Werkzaamheden in Indië

Scholten nam in januari 1926 deel aan het toelatingsexamen voor de Hogere Krijgsschool, werd in maart van datzelfde jaar toegelaten tot deze instelling en in mei 1927 bevorderd tot kapitein.  Hij werd nu voor de duGroep Atjehnezen 2ur van drie jaar aan de Krijgsschool gedetacheerd en kwam in september in Nederland aan. Op 17 september 1930 keerde hij per Sibajak naar Indië terug, waar hij gedetacheerd werd bij het hoofdkantoor van de Generale Staf en  ingedeeld bij het subsistentenkader te Bandoeng.

Scholten werd nu eerst overgeplaatst naar Malang en in oktober 1931 overgeplaatst naar Atjeh, waar hij werd ingedeeld bij de marechaussee te Lamb Meulo. In december 1933 werd hij overgeplaatst naar het subsistentenkader te Bandoeng en ter beschikking gesteld van het hoofd van de generale staf.  Met ingang van 31 mei 1934 werd Scholten geplaatst bij de Generale Staf en ingedeeld bij het hoofdkantoor. In december 1935 verscheen van zijn hand in het Indisch Militair Tijdschrift een artikel genaamd Het verzet te Lhong, over de krijgsverrichtingen van luitenant Kooistra bij het verzet van Lhong van 23 november tot en met 29 december 1933. Scholten was ook lid van het hoofdbestuur van de Nederlands-Indische officiersvereniging (1935).

Latere loopbaan

Scholten werd bevorderd tot majoor en kreeg met ingang van 1 december 1936 wegens zes jaar onafgebroken dienst als officier een verlof van acht maSoerabajasch handelsblad 1 december 1937anden naar Europa; hij was toen commandant van het eerste bataljon te Magelang. Met ingang van 28 februari 1938 werd Scholten bevorderd tot luitenant-kolonel en hij keerde op 29 juni van dat jaar per Marnix van St. Aldegonde naar Indië terug, waar hij werd benoemd tot plaatselijk militair commandant (van het R.H. 21ste bataljon) te Djokja. Hij werd in juli 1938 ontheven van deze functie, overgeplaatst naar het eerste bataljon te Magelang en ter beschikking gesteld van de commandant aldaar.

Met ingang van 15 augustus 1938 werd Scholten overgeplaatst naar de Generale Staf en ingedeeld bij de staf der tweede divisie te Magelang, als hoofd van die staf en gedurende deze tijd à la suite van zijn wapen gevoerd. In december van dat zelfde jaar werd hij van de tweede divisie overgeplaatst bij het dertiende bataljon te Malang en met ingang van de dag van overname benoemd tot commandant van dit bataljon. Hij werd vervolgens benoemd tot waarnemend commandant van het zesde regiment infanterie te Malang en met ingang van 31 januari 1940 aangesteld tot territoriaal commandant van Ambon.

Na de Japanse bezetting

De tijd van de bezetting van Japan bracht Scholten door in diverse Jappenkampen en na de bevrijding, op 8 mei 1946, werd hij bevorderd tNieuwsblad Sumatra 28 december 1948ot kolonel en benoemd tot troepencommandant te Medan. Hij nam op maandag 18 november van dat jaar officieel het British commando van generaal Hedley over tijdens een ceremonie. De 21ste november worden de Nederlandse troepen te Medan verenigd in de Z-brigade. Op 23 december van dat jaar maakte Scholten deel uit van een Nederlandse missie naar de binnenlanden van Sumatra, onder meer naar Siantar.

Bij Koninklijk Besluit van 26 november 1947 werd Scholten, dan territoriaal tevens troepencommandant van Noord-Sumatra, bevorderd tot generaal-majoor; in september van dat jaar was hij al benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau, in december 1949 tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en in augustus 1950 verkreeg hij de Bronzen Leeuw. In april 1950 was hij reeds per Willem Ruys terug naar Nederland gekeerd, waar hij werd begroet door generaal Kruls.

Bij Koninklijk Besluit van 29 december 1950 werd hij benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde voor "het zich in de strijd onderscheiden hebben door uitstekende daden van moed, beleid en trouw in de periode van 30 april 1946 tot en met 27 december 1949 in de functie van territoriaal commandant tevens troepencommandant van Noord-Sumatra." Door dit besluit verviel de toekenning van de Bronzen Leeuw.

Loopbaan in Nederland

In Nederland werd Scholten gepensioneerd uit de militaire dienst en bij gezamelijke beschikking van de Ministers der Uniezaken en BiGeneraal Scholtennnenlandse Zaken in het belang van de handhaving van orde en rust  in de woonoorden der Ambonezen in Nederland  benoemd tot hoofd van deze woonoorden. Scholten zei dat hij deze functie uitsluitend uit liefde voor het voormalige KNIL had geaccepteerd (bron: Liefde voor het voormalige KNIL noopte mij deze functie te aanvaarden. In: Het Nieuwsblad voor Sumatra, 17 september 1951). Al het jaar daarop, met ingang van 16 november 1952, nam hij ontslag uit deze functie.

Dat was omdat hij bepaalde maatregelen der regering niet in het belang van de Ambonezen in Nederland en ook niet in het belang van Nederland vond (bron: Leider Ambonezenkampen neemt zijn ontslag. In: De Heerenveensche Koerier, 13 november 1952). De regering was namelijk van plan om de leiding van de Ambonezenkampen in handen van het Department van Maatschappelijk Werk te leggen. Scholten had er tevergeefs op aangedrongen dat de Ambonezen de status van K.L. militair zouden krijgen. Hij overleed in april 1986.

Scholten schreef in 1971 het werk Op reis met de "special party" (uitgever: A.W. Sijthoff, Leiden)

Locomotief 30 oktober 1946Nieuwsblad Sumatra 16 augustus 1948Nieuwsblad Sumatra 7 september 1948 

 

 

 

 

 

  

 


Bronvermelding

  • 1911. Hoofdcursus. Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 8 september 1911
  • 1912. Zee -en Landmacht. Algemeen Handelsblad, 14 juli 1912
  • 1913. Benoemingen. Bataviaasch Handelsblad, 6 november 1913
  • 1916. Militaria. Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië, 3 juli 1916
  • 1922. Militaria. De Indische Courant, 25 november 1922
  • 1927. Bevordering. Bataviaasch Nieuwsblad, 23 mei 1927
  • 1931. Overplaatsingen naar Atjeh. Sumatra Post, 21 oktober 1931
  • 1934. Infanterie. Bataviaasch Nieuwsblad, 16 december 1933
  • 1936. Infanterie. De Indische Courant, 3 juli 1936
  • 1938. Leger en vloot: bij de generale staf. De Indische Courant, 13 augustus 1938
  • 1939. Luitenant kolonel P. Scholten benoemd tot territoriaal commandant van Ambon. Indische Courant, 6 december 1939
  • 1946. Troepencommando Sumatra. Overdracht aan kolonel P. Scholten. Het Dagblad, 14 mei 1946
  • 1947. Generaal-majoor P. Scholten. Het Dagblad, 4 december 1947
  • 1951. Generaal Scholten hoofd der woonoorden. Nieuwsblad voor Sumatra, 10 september 1951
  • Hans Post. Bandjir over Noord-Sumatra. Boek 1 van de gelijknamige triologie. Uitgeverij Pax. Medan. 1947.
  • Scholten op het onderscheidingenforum

[ Terug ]

 

 

f t