Van Paassen midden


Zie ook het fotoalbum (copyright foto's: Ton van Paassen)


Familie

De zwager van Van Paassen, getrouwd met de zuster van zijn echtgenote, was inspecteur van de Rijksvaartuigendienst jonkheer Frans Theodoor Laman Trip (Breda, 8 februari 1919, overleden te Schouwen-Duivenland, 26 april 2005).

Laman Trip was de broer van Johan Herman Willem Scato Laman Trip (Princenhage, 11 april 1911, overleden op 13 november 1942), luitenant-ter-zee,  die tijdens Operatie Torch sneuvelde aan boord van Hr. Ms. Isaac Sweers. Beiden waren zoons van Scato Laman Trip, die weer een zoon was van Herman Laman Trip.  Hun zwager was Jacob Frans Drijfhout van Hooff (Amsterdam, 4 januari 1912-Wassenaar, 8 september 1993), schout bij nacht.

Opleiding

De vader van Antonius Adrianus Ignatius (Ton) van Paassen (Schipluiden, 30 november 1929) bestierde tijdens de crisistijd Van Paassen zijn vader moeder  en zusjeeen melkzaak in Rijswijk. Toen de economie weer aantrok groeide zijn nering uit tot een bloeiende zaak (1934) met diverse personeelsleden. Van Paassen junior volgde een paar jaar de Mulo en deed hierna de opleiding aan de ambachtsschool in Delft, richting voorbereidend middelbaar technisch onderwijs.

Toen de Tweede Wereldoorlog afgelopen was wilde hij zich als oorlogsvrijwilliger aanmelden, maar omdat dit loket op dat moment gesloten was tekende hij, dan 17 jaar, voor zes jaar diensttijd bij de Marine. Hij deed de korte opleiding (zes weken) te Hilversum en volgde de specialistische training bij de radioradarschool, waarna hij werd geplaatst bij het eerste squadron op de vliegbasis in Valkenburg.

Bij de Marineluchtvaartdienst

Niet lang hierna werd Van Paassen overgeplaatst op Hr. Ms. Karel Doorman, waarmee hij onder meer tochten naar Schotland en op de Middellandse Zee maakte.  Op een tocht naar de West voer Prins Bernhard mee, diPrins Bernhard kijkt toe hoe zijn Dakota tijdens een tocht naar de West verongelukte zijn Dakota, waarvan de vleugels vanwege het transport tijdelijk verwijderd waren, meebracht. Tijdens het debarkeren brak de kabel waarmee het vliegtuig naar de wal werd overgebracht. Dit was een van de eerste "vliegtuigcrashes" die Van Paassen meemaakte.

Van Paasen was ruim zes maanden getrouwd (over de familie van zijn echtgenote eerder meer) toen hij in 1952 naar Nieuw-Guinea werd gezonden. De Nederlandse troepenmacht was aldaar (in 1951 ongeveer 1.500 man) nog in opbouw en de Marine moest op Nieuw-Guinea nog vrijwel alle voorzieningen van de grond af opbouwen.

Op Nieuw-Guinea

Aldus vertrok Van Paassen per vliegtuig van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij naar Nieuw-Guinea, waar hij ingedeeld werd bij de Marine Luchtvaartdienst met als standplaats Biak. Hij werd aldaar belast met het onderhoud van de radioinstallaties op de vliegtuiOnderhoud vliegtuiggen. 

De vloot van de Militaire Luchtvaartdienst bestond indertijd uit  Catalina-vliegboten en Catalina-amfibietoestellen, die samen het Nummer 7 Squadron (vanaf februari 1952 Nummer 322 Squadron) vormden.

Naast de Marine was op Nieuw-Guinea een korps Mariniers actief, die zich voornamelijk bezig hield met patrouilles in de Vogelkop (vier uur vliegen van Biak) en het voorkomen van infiltraties door Indonesische spionnen. Deze Mariniers waren de meest gemotiveerde soldaten die Van Paassen ooit ontmoet had, want leden van het Korps zag hij in huilen uitbarsten als zij uitgesloten werden van een patrouille (acht uur marcheren door het ondoordringbare oerwoud).  

Latere loopbaan

Van Paassen verliet de militaire dienst in 1954, nadat hij nog een half jaar wegens onmisbaarheid nagediend had, en trad iVan Paassen in juli 2014n dienst bij Philips in Hilversum. Hij volgde naast zijn werk avonds lessen aan het avondlyceum. Na een aantal jaar werd hij bij Philips Duphar in Weesp verantwoordelijk voor automatisering en planning.

Na zijn pensionering was Van Paassen nog 17 jaar lang actief als secretaris van de Vereniging van Gepensioneerden.

 


Bronvermelding


[ Terug ]

 

f t