Koning der nederlanden


Inleiding

De Koning der Nederlanden, gebouwd in Glasgow in 1872, was een stoomschip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en dus niet, zoals de rammonitor Adder, die een jaar later roemloos ten onder ging, een schip van de Koninklijke Marine.

De boot woog 3.063 ton, was 107.3 meter lang en 12 meter breed. Het was een ijzeren stoomschip, dat door middel van waterdichte ijzeren schotten in vakken verdeeld was. 

De Koning der Nederlanden verging op 5 oktober 1881 in de Indische Oceaan. Op het schip bevonden zich tijdens de noodlottige reis naar Nederland in totaal 216 opvarenden,  waaronder veel militairen met verlof. Negentig van de 216 schepelingen  zouden hun vaderland nimmer bereiken.

Breken van de schroefas

Op 24 september 1881 vertrok de Koning der Nederlanden van Batavia met als eindbestemming Nederland. Twee weken later, op 4 oktober, toen het noodlot toesloeg, voer zij op 440 Engelse29DF1A9800000578 3134966 image a 16 1434999713538 mijlen voorbij de Chagos-eilanden.

Die dag, om kwart voor negen 's avonds, hoorde de bemanning een geweldige slag, gevolgd door een rammelend geraas en het doorslaan en vervolgens stoppen der machines. In eerste instantie dacht men dan ook dat de boot op een koraalrif gelopen was. 

De etat-major ontdekte echter al snel dat de schroefas in de schroefkoker van het schip gebroken was en er grote massa's water via de schroefasafdichting het schip binnen stroomden.

Zelfs door krachtig pompen was de Koning der Nederlanden niet meer te redden. De bemanning maakte nu, op orders van commandant Bruijns, spoed met het gereedmaken der reddingssloepen.   

Bruijns en eerste machinist Vis hadden vlak na het echec een van deze sloepen al gebruikt om de situatie aan de buitenkant van het schip in ogenschouw te nemen. Door de duisternis en sterke deining leverde deze inspanning echter niet veel resultaat op.

De officieren hadden in eerste instantie gehoopt dat door de bouw van het schip en haar onderverdeling in ijzeren schotten het lek wellicht aanzienlijke schade maar niet de facto noodlottig zou hebben veroorzaakt.  Er werd zodoende in eerste instantie aan gedacht om, zij het met vertraging, door te varen zolang er geen direct levensgevaar voor de opvarenden bestond. 

Deze hoop werd echter snel de bodem in geslagen toen bleek dat de ijzeren schotten door de schroefas uit hun verband waren gelicht en de koppen der metalen in de piek en tunnel waren gebroken, waardoor het water intussen vrij en snel het schip binnenstroomde. 

Ondergang van het schip

Nu dachten de officieren, door de meeste ballast te lozen en alle pompen in werking te stellen, het schip drijvende te houden tot de dichtsbijzijnde haven maar ook The Sinking of SS Koning der Nederlanden oil painting by J. Eden 1881 1deze hoop bleek ijdel. Bij het vallen van de ochtend was het water tot boven de pompen gestegen en dreigde de vuren in de machinekamer te doven. De commandant besloot nu het gedoemde schip met haar lading te verlaten. 

Aldus werd in de ochtend van 5 oktober 1881 om zeven uur 's ochtends het bevel gegeven de reddingsboten neer te laten en de 213 opvarenden te verdelen over zeven sloepen, ieder onder bevel van een scheepsofficier of een bevoegd onderofficier.   De eindbestemmingen der reddingsboten zouden de Chagos-eilanden zijn. De afstand bedroeg, zoals boven vermeld, 440 Engelse mijlen. 

De Koning der Nederlanden zonk drie uur nadat zij verlaten was op 5 graden, 14' Zuiderbreedte en 64 graden 7' Oosterlengte.  Het schip zwierf, met enkele zeilen bij, nog enige tijd over de zee tot tegen twaalf uur de achtersteven dieper en dieper in de golven wegzakte. De stervende Koning der Nederlanden stak nu, bij wijze van finale, haar boegspriet in de lucht en dook toen voor eeuwig onder.

Redding van een deel der opvarenden 

De commandant van de Koning der Nederland had eerder gelast dat de reddingssloepen tijdens de tocht op zee dicht bij elkaar dienden te blijven maar al tijdens de tweede nacht bleek dat deze order niet uitvoerbaar was. In de sloepen leed men intussen, ondanks de zorgen van de commandanten, dagenlang honger en dorst en waren de opvarenden aan een brandende hitte blootgesteld. 

Intussen kregen instanties op het vasteland het eerst bericht van de reddingsboot die werd gecommandeerd door eerste officier C. Droogleever Fortuyn (sloep stuurboord 1). KoninginnetjeHij en de bemanning van zijn boot werden op 11 oktober 1881 opgevist door het stoomschip Wyberton.

Kort hierop bleek dat de mensen in de giek, gecommandeerd door kabelgast Schouw, waren gered door de bemanning van het stoomschip Delcontijn. Een reddingsboot met 28 opvarenden trof men aangebracht te Ceylon. 

In totaal bleken nu dus 80 van de 213 opvarenden van de Koning der Nederlanden gered. Het stoomschip Madura wist later nog eens 25 man uit zee te vissen - van welke sloep is niet bekend. 

Sloep bakboord 1, gecommandeerd door kapitein Bruijns, kwam op 18 oktober 1881 op Peros Banhos bij  het eiland Diamond aan, waar de opvarenden door de Creoolse bevolking hartelijk werden ontvangen. Deze schipbreukelingen kregen uiteindelijk een lift naar de Salomon-eilanden, van waar men verder per Madura huiswaarts reisde.  

Van drie van de zeven reddingsboten en hun bemanning, bestaande uit in totaal negentig personen, werd nooit meer iets vernomen. Dat waren sloep stuurboord 2, sloep bakboord 2 en sloep bakboord 3. De opvarenden, zo kan men veilig aannemen, zijn allen verdronken. Een zoektocht door het stoomschip gouverneur-generaal van Lansberge in oktober en november 1881 leverde niets op. 

In december 1881 werd het zoeken naar deze boten dan ook opgegeven, hoewel enkele personen nog wel scenario's bedachten waarin de mensen in de sloepen bijvoorbeeld zouden zijn gestrand op een der zuidelijke atollen. Bewijzen hiervoor werden echter nooit gevonden. 

Nasleep

Dat bij de Koning der Nederlanden na het breken van de schroefas de waterdichte schotten het begaven werd alom als een schande voor de bouwmeesters van het schip gezien aangezien deze schotten nu juist dienden als redmiddel bij het lekraken van het schip.  


Vermisten en geredden van de Koning der Nederlanden (voor zover de namen bekend)

Sloep stuurboord 1 (gered door de Wyberton)

  • Commandant C. Drooglever-Fortuyn
  • Hoofdmachinist C. Vis
  • Timmerman N. van der Sluis
  • Kwartiermeester F. Vos
  • Matroos A. de Graaf
  • Stoker H.A. Robs
  • Kolenwerker Lijmbach
  • Chefkok R. Stuwe
  • Slachter G. Croese
  • Ziekenoppasser P.J. de la Fonteyne
  • Hofmeester De Boer
  • Hofmeesteres J.A.W. Grisbers
  • De heer en mevrouw P.A.L. Mac Lean - Indische gerechterlijke macht
  • Vier Javanen

Militairen aan boord van de sloep

  • Luitenant-ter-zee F.K. Engelbrecht
  • Luitenant-ter-zee W.L. baron van Verschuur
  • Kapitein der artillerie S.A. Bisschop 
  • Kapitein der administratie C.W. Kogenschot, echtgenoot en kind
  • Elf soldaten. 

Sloep stuurboord 2 (vemist - opvarenden omgekomen)

  • Commandant derde officier L.A. Hoogeboom
  • C.G.J. Bekkers, medewerker Staatsspoorwegen
  • Een deel van de bemanning van de Koning der Nederlanden

Militairen aan boord van de sloep

  • Luitenant-ter-zee F.H. Sutherland
  • Eerste luitenant der infanterie M.A. van Bommel van Vloten
  • Detachementscommandanten B. Dunkelman en E.F. Hunger
  • Onderofficier Van der Ploeg
  • Elf soldaten
  • Matroos der Marine

Sloep stuurboord 3 (gered - te Ceylon aan wal gebracht)

  • Bootsman G. Keizer
  • Derde officier Hoogeboom 

Militairen aan boord van de sloep

  • Adjudant onderofficier Moree (en echtgenote)
  • Sergeant-majoor Kayzer
  • Sergeant der artillerie Van Loo
  • Onderofficieren Klaas en Protzenburg
  • Een aantal soldaten

Giek (gered)

  • Commandant Kabelgast J. Schon
  • Zeven Javaanse pelgrims
  • Enige passagiers

Sloep bakboord 1 (gered)

  • Commando: kapitein Bruins
  • Tweede officier W.H.J. Zeelt
  • Mevrouw C.G. Kotting geboren De Huis en dochter
  • Mr. J.P. van Ossenbruggen
  • A.J.B. Logeman
  • B. de Forbal
  • F. Reinking
  • E.J.A. Heintz

Militairen aan boord van de sloep

  • Onderofficier Trap
  • Elf soldaten
  • Een matroos

Sloep bakboord 2 (vermist - opvarenden omgekomen)

  • Commandant vierde officier J.M. Trim
  • Mevrouw de weduwe H.J. Klitsch (echtgenoot twee dagen tevoren aan boord overleden)
  • J. van Rooy, chef ijzerzaak Batavia, echtgenote en kind
  • H.G. Luyke
  • J. Amiabel, echtgenote en drie kinderen

Sloep bakboord 3 (vermist - opvarenden omgekomen)

  •  Commandant administrateur F.G.P. Hendriks, oud-stuurman der koopvaardij
  • Juffrouw J. van Wageningh

Militairen aan boord van de sloep

  • Onderofficieren Verwijnen, Mos, Bordewijk, Van der Veemgate, Meijer, Compaan 
  • Elf soldaten

Namen van later geredde mensen (niet eerder genoemd)

  • Kwartiermeester De Jong
  • Matrozen Visser en Gundersen
  • Ketelmaker Sarlemin
  • Stokers Bondy en De Vroome
  • Tremmer Zevenhek
  • Tweede kok Ahrens
  • Lampenist Stemweg
  • Vier Javaanse kelners

 Geredde militairen

  • Hendriks
  • Steen
  • Bakker
  • Dill
  • Fagot
  • Koster
  • De Hoorne
  • Beaufrou
  • Eeckhout
  • Bertee
  • Blom
  • Kramervis (matroos) 
f t