Wilhelmi Damste gerard


Vroege loopbaan

Gerard Wilhelmy Damsté (Zandvoort, 28 oktober 1905 - Javazee, aan boord van Hr. Ms. De Ruyter, 27 februari 1942) was de zoon van Reinder Frederik Carel Wilhelmy Damsté (1865-1944) en Johanna van der Velden (1869-19Adelborstn wilhjelmon31). Hij trouwde op 9 augustus 1932  met Johanna Jacoba Manse; het echtpaar kreeg twee kinderen.

Wilhelmy  Damsté kwam in augustus 1923 in aanmerking voor plaatsing op de eerste afdeling bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. Hij volgde aldaar de vierjarige opleiding (Zeedienst en Mariniers) voor het Korps Mariniers en werd op 16 augustus 1927 benoemd tot tweede luitenant der Mariniers. In deze rang nam hij in 1929 deel aan de vierdaagse afstandsmarsen in het overstromingsgebied tussen Maas en Waal.

Wilhelmy  Damsté werd op 15 september 1929 bevorderd tot eerste luitenant en geplaatst op de Marinekazerne te Willemsoord.  In de zomer van 1930 nam hij deel aan de vijfkamp voor officieren, onder meer op de onderdelen granaatwerpen en schieten met de revolver, en aan de schermwedstrijden op de sabel, waar hij de zevende plaats behaalde.   

Werkzaamheden in de jaren dertig

Wilhelmi Damsté werd op 24 oktober 1930 geplaatst op Hr. Ms. Wachtschip te Willemsoord, op 28 maart 1931 overgeplaatst naar het Wachtschip te VWilhelmin overlecenlissingen en met ingang van 1 december 1931 ter beschikking gesteld. Dat was mede omdat hij al aangewezen was om geplaatst te worden bij het waldetachement op Curaçao en hij vertrok dan ook per stoomschip "Costa Rica" op 18 december 1931 vanaf Amsterdam in deze richting.  

Op Curaçao was Wilhelmi Damsté onder meer actief als secretaris van het bestuur (1932-1933) van de Vereniging "Ontwikkeling en Ontspanning" van Militairen. Hij vertrok op vrijdag 8 december 1933 met het stoomschip "Venezuela" weer naar Holland en werd met ingang van 1 februari 1934 op de Marinekazerne te Willemsoord te werk gesteld. Enige maanden later werd hij geplaatst aan boord  van Hr. Ms. "Hertog Hendrik" en met ingang van 17 augustus 1935 overgeplaatst bij de Marinekazerne te Willemsoord.

Wilhelmi Damsté werd het jaar daarop naar de Indische wateren overgeplaatst en reisde hiertoe met het Marineschip "Johan van Oldenbarnevelt" op 27 mei 1936 van Amsterdam naar Belawan. In de Oost werd hij op Hr. Ms. "Java" geplaatst en in januari 1937 tewerk gesteld op de Marinekazerne Oedjoeng te Soerabaja.  Lang duurde dit echter niet want al in maart 1937 werd hij ingedeeld bij het etat-major van Hr. Ms. "Soerabaja".

De Tweede Wereldoorlog

Eind juli 1938 werd Wilhelmi Damsté overgeplaatst naar de Marinekazerne Goebeng te Soerabaja en op 16 augustus 1940 bevorderd tot kapitein der Mariniers. In oktober 1940, niet lang voor het uitbreken vaLins voor Wilhelmin de oorlog met Japan, commandeerde hij de erewacht, bestaande uit een compagnie van het Korps Mariniers. Deze erewacht was te Soerabaja aangetreden om het vertrek van de Japanse Minister Ichizo Kobayashi, die met de "Nitiran Maru" op het punt stond terug naar Japan te varen, luister bij te zetten.

De Minister werd verder uitgeleide gedaan door de gouverneur van Oost-Java, de resident van Soerabaja, de commandant der Koninklijke Marine, de plaatselijk Militair Commandant en de havenmeester. Bij het uiteindelijk vertrek van de "Nitiran Maru" speelde het fanfarekorps van de Koninklijke Marine.

Wilhelmi Damsté werd als commandant van het detachement Mariniers geplaatst aan boord van Hr. Ms. "De Ruyter", het vlaggenschip van schout-bij-nacht Karel Doorman. Tijdens de Slag in de Javazee, op 27 februari 1942, werd dit schip getorpedeerd en kwamen 345 bemanningsleden, waaronder  Wilhelmi Damsté, om het leven. Wilhelmi Damsté bezat het Oorlogsherinneringskruis met twee gespen,  de Medaille Nederlands Olympisch Comité in Zilver en het Kruis voor Officieren en Onderofficieren die hebben voldaan aan de eisen van de Nationale Vijfkamp.

Zie ook


 

 

 

 

 

 

 

 

f t