Maarten van Dulm


Het fotoalbum vindt u hier


Vroege loopbaan

Maarten Hendrik van Dulm (Arnhem, 4 augustus 1879 - Wassenaar, 25 april 1949) slaagde in de zomer van 1896 voor zijn toelatingsexamen tot adelborst aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. Na deze opleiding voltooid te hebben en in 1902  bevorderd te zijn tot luitenant-ter-zee der twwwwopac05FJE0R4eede klasse werd hij in februari 1912 geplaatst op Hr. Ms. Schoener Dolfijn, die als taak had politietoezicht te houden op de visserij in de Noordzee. Van Dulm werd in 1913 bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse.

Hij was een zeer kritisch man en schreef in 1919 in een ingezonden brief aan het Algemeen Handelsblad onder meer: "is het niet treurig dat een beslissing over een zuiver deskundige kwestie,  zoals het al of niet onmisbaar zijn van kruisers voor de verdediging van Indië berust bij een college van niet-deskundigen, zoals de Staten-Generaal? Het inrichten van de Indische Defensie laat men toch niet over aan onbevoegden?"

Tussen 1919 en 1923 was Van Dulm actief als redacteur van het Marineblad. In 1923 werd hij benoemd tot commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine en in mei 1924 bevorderd tot kapitein-luitenant-ter-zee.

Schermactiviteiten

Van Dulm stond in deze tijd bekend als een goed schermer. In 1924 nam hij deel aan de Olympische Zomerspelen in Parijs: bij het onderdeel sabel individueel behaalde hij de kwartfinales en dus brons. In 1928, tijdens de Zomerspelen in Amsterdam, maakte hij onderdeel uit van het sabelteam en werd in de poule halve finale uitgeschakeld. Naarmate Van Dulm hoger in de rangen der Marine kwam namen zijn schermactiviteiten echter af.   

Van Dulm werd in mei 1925 aangewezen voor de dienst in de Oost en aldaar geplaatst aan boord van Hr. Ms. Zeven Provinciën. In juli 1926 werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Java en enige tijd later  (1927) bevorderd tot kapitein-ter-zee. In deze rang maakte hij als commandant van Hr. Ms. Jacob van Heemskerck  in 1929 deel uit van het oefeneskader dat vanuit Nieuwe Diep naar de OosVan Dulm tijdens een ceremonietzee vertrok. Van dit commando werd hij bij Koninklijk Besluit van 12 oktober met ingang van 1 november 1929 ontheven.

Muiterij op Hr. Ms. Zeven Provinciën

Toen Hr. Ms. artillerie-instructieschip Gelderland in mei 1930 in dienst werd gesteld op de Rijkswerf te Willemsoord werd Van Dulm  benoemd tot commandant van dit schip. Hij stond bekend als een streng en rechtvaardig man, bij wie de dienst boven alles ging.Er heerste aldus een strenge tucht aan boord. Toen bleek dat een buiten boord liggende sloep het onmiddellijke uitvaren belette las hij de daarvoor verantwoordelijke officier op ongezouten toon de les. In december 1931 werd hij overgeplaatst bij het Departement van Marine in Nederlands-Indië.

Ten tijde van de muiterij op Hr. Ms. Zeven Provinciën was Van Dulm commandant van het Java-eskader, dat oefeningen aan het houden was aan de zuidkust van Celebes. Bij het uitbreken van de opstand kreeg hij opdracht direct naar de plek des onheils, de wateren bij Atjeh, koers te zetten en de leiding te nemen bij de acties tegen de muitelingen. Van Dulm werd met ingang van 1 juni 1933 bevorderd tot schout-bij-nacht, enige tijd later benoemd tot viceadmiraal, en aangesteld tot vlootvoogd (Commandant der Zeemacht) in Nederlands-Indië.

International Board of Non-Intervention

In april 1936 vroeg en verkreeg Van Dulm ontslag uit deze functie en keerde per St. Marnix van Aldegonde terug naar Nederland. Samen met schout-bij-nacVan Dulm en echtgenoteht J.S.C. Olivier werd hij in maart 1937 door de Non-Interventie Commissie bij het Controle Bureau (International Board of Non-Intervention) te Londen benoemd.  Hij verkreeg de positie van algemene chef (voorzitter) en Olivier werd tot chef van de controle ter zee in de Spaanse wateren benoemd. De International Board of Non-Invention was belast met de uitvoering van de door de Non-Interventie Commissie vastgestelde maatregelen voor de handhaving van de non-interventie ten aanzien van het conflict in Spanje. 

Die waren bedoeld om er op toe te zien dat alle deelnemende landen zich aan de in maart 1937 in werking getreden embargobepalingen hielden. Tot de taak van Van Dulm behoorde onder meer de controles in de havens van waaruit schepen richting Spanje vertrokken. Het zogenaamde Van Dulm-Hemming Rapport, opgesteld in 1937, behelse de toezeggingen aan Duitsland en Italië, die naar aanleiding van een incident uit de Commissie waren gestapt,  dat hun schepen voortaan weer veilig zouden zijn.

Het rapport sorteerde echter weinig effect omdat kort hierop opnieuw een Duitse kruiser werd aangevallen. DaarnaasVan Dulm in vol ornaatt liet de samenwerking tussen Van Dulm en diens Engelse secretaris, Francis Hemming, te wensen over. Deze secretaris van de controlecommissie en van de non-interventiecommissie nam zelfstandig beslissingen en legde die pas achteraf aan Van Dulm voor. Feitelijk was hij "de Board" geworden, die alle draden in handen had door een dubbele functionaliteit. Deze situatie was voor Van Dulm onwerkbaar en hij bood dan ook,  ingaande op 10 december 1938, zijn ontslag aan.

Latere werkzaamheden

Van Dulm hield zich ook na dit ontslag nog bezig met Defensiezaken. Zo vertrok hij in februari 1939, vergezeld door enige experts, naar Curaçao om aldaar de benodigde verdedigingsmaatregelen te treffen. Daarnaast bracht hij met een commissie van deskundigen (Commissie Van Dulm) een bezoek aan de Verenigde Staten teneinde in opdracht van de Nederlandse regering een studie van de vliegtuigindustrie te maken.

Voor het Ministerie van Defensie deed hij een studie naar de wenselijkheid van een additionele aanschaf van 18 Douglas-vliegtuigen (bommenwerpers, boven de vliegtuigen die Van Dulm aldaar al in opdracht van Defensie had besteld). Van Dulm overleed in april 1949 op 69-jarige leeftijd en werd ter ruste gelegd op  begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Zijn zoon was commandeur en ridder in de Militaire Willemsorde Johannes Frans van Dulm.

 Decoraties

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau
  • Commandeur in de Orde van het Legioen van Eer

Zie ook


 

[ Terug ]

 

f t