een

Carel Hendrik Ver Huell admiraal


Artikel mede met dank aan kolonel M.C. Dulfer


Familie

Vroege loopbaan: slag bij Doggersbank

Napoleontische oorlogen

Strijd tegen het eskader van commodore Sidney Smith

Strijd bij Gravelines

Slag bij de kapen Blanez en Griz Nez

De tocht om kaap Griz Nez

Afloop van de strijd - Vive la France!

Decoraties en eerbewijzen

Decline and fall of the Napoleontic Empire

In Fort La Salle

Latere loopbaan en dood

Decoraties


Familie

Graaf Carel Hendrik Ver Huell (Doetinchem, 11 februari 1764 - Parijs, 25 oktober 1845) was de zoon van Quirijn Maurits Ver Huell, burgemeester van Doetinchem, en Judith Elsabeen Anna barones van Rouwenoort. Hij trouwde op 23 februari 1789 met zijn jeugdliefde, Maria Johanna de Bruijn. Uit dit huwelijk werden drie zoons geboren. De Bruijn werd tijdens de pokken-epidemie van 1793 zwaar getroffen en haar gezicht raakte als gevolg hiervan ernstig verminkt.

Uit een buitenechtelijke relatie van Ver Huell met Marie-Thérèse Corneillan werden een zoon en een dochter geboren. Er gingen geruchten, die echter vals waren, dat Ver Huell mogelijk de vader zou zijn van Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte, en dus een buitenechtelijke relatie zou hebben gehad met Hortense de Beauharnais, echtgenote van Lodewijk Napoleon Bonaparte.

De broer van Ver Huel, Everhard Alexander Ver Huell, was de vader van Quirijn Maurits Rudolph Ver Huell  en deze was dus de neef van Ver Huell.   

Vroege loopbaan: slag bij Doggersbank

Ver Huell diende als jonge man in eerste instantie als cadet bij de infanterie, maar koos spoedig hierop voor een loopbaan bij de Marine, bij de Staatste Vloot, en werd in 1779 benoemd tot adelborst.  Zijn loopbaan bij de Marine voerde hem  in 1781 naar het fregat de "Argo", waarmee hij op 5 augustus 1781, in de rang van tweede luitenant-ter-zee, deelnam aan de Zeeslag bij Doggersba1280px The Battle of the Dogger Bank 5 August 1781nk.

Bij deze gelegenheid werd de Argo  door schout-bij-nacht Johan Zoutman in de slagorde gesteld, waar de boot blootgesteld was aan het vuur van een groot aantal Engelse schepen. De vloot van de Engelsen was veel groter dan die van de Hollanders, waardoor een groot aantal schepen al snel werd beschadigd of uitgeschakeld raakte. De kapitein van de Argo vertrok naar het voor de Argo liggende schip en Ver Huell, dan pas 19 jaar oud, nam diens werkzaamheden over.

Hij deed dit zo goed dat de Argo, zij het in gehavende toestand,  tot het einde van de slag op haar post kon blijven. Na afloop bleek dat er 140 personen gewond of gesneuveld waren en dat het zeil door meer dan 60 kogels was doorboord. Vrijwel al het operationele personeel was uitgeschakeld en alleen kapitein Staring en Ver Huell bleken nog in staat dienstwerkzaamheden te verrichten.

Ver Huell zou gedurende de rest van zijn leven de 5de augustus als een feestdag vieren en zei hierover: "Indien ik in die gevaarvolle uren aan de dood ontsnapt ben dan dank  ik dit God, die mij behoedde."

Napoleontische oorlogen

Ver Huell nam, in de jaren die volgden, 1782-1785, deel aan diverse tochten op de Middellandse Zee, de kusten van Afrika en op de Noordzee. Aan het einde van het jaar 1785 bevond hij zich op zekere plek in de Zuiderzee, toen er een muiterij op een nabijgelegen schip uitbrak en de opstandelingen de officieren in de boeien sloegen. Zonder aarzelen riep Ver Huell 24 manschappen van zijn eigen boot bijeen, roeide naar het betreffende vaartuig, klom als eerste aan boord, sloeg de muiters neer en was al snel meester van het schip.Zonder dat er een druppel bloed gevloed had wist Ver Huell aldus de opstand bi381px Napoleão B ed M de Larmee Hôtel des Invalides Paris 1º Consul França Arquivo de Villa Mª Açoresnnen de kortste keren te bezweren.

In de daarop volgende periode ondernam Ver Huell vele reizen en werd hij achtereenvolgens bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse (1791) en kapitein-luitenant-ter-zee (1793). Hij voer op negentien verschillende schepen en had vanaf 1792 daarover steeds zelf het bevel.  Hij was indertijd  een aanhanger van het stadhouderschap van de Oranjes en behoorde tot de allerlaatsten van wie Willem de Vijfde, na de inval van de Franse legers, in januari 1795 afscheid nam, alvorens naar Engeland te vertrekken. Onder het nieuwe Bataafse bewind was geen plaats meer voor hem en hij vernam uit de krant dat hij en zijn medeofficieren collectief waren ontslagen.

Ver Huell woonde in de daarop volgende zeven jaar werkloos op zijn buitenplaats "Slingevliet" bij Doetinchem. In 1799 stuitte de eerloze wijze waarop Oranje de Bataafse vloot in handen van de Royal Navy speelde hem zo tegen de borst dat zijn liefde voor de Oranjes bekoelde en zijn anti-Engelse houding versterkt werd.  Ver Huell kreeg in september 1802 een benoeming tot president-burgemeester van Doetinchem en richter van het ambt. Het jaar daarop werd hij aangesteld als Commissaris der Marine bij Napoleon Bonaparte. Hij vertrok in de zomer van 1803 naar Parijs, waar hij werd bevorderd tot schout-bij-nacht.

In dat jaar was er een plan ontworpen om de landing op de Engelse kust te beproeven. Holland, als zeemogendheid en bondgenoot van Frankrijk, diende materieel te leveren en Ver Huell kreeg de taak om in de haven van Vlissingen de kanonneersloepen, kanonneerboten en transportschepen te bemannen, bewapenen en uit te rusten, die onderdeel zouden gaan uitmaken van dit contingent.

Strijd tegen het eskader van commodore Sidney Smith

In het begin van 1805 ontving Ver Huell van Napoleon de last om met de flotille van Vlissingen naar Ostende te zeilen om aldaar het korps van gDelicate9 SidneySmith Clerici1907 zps327d84fbeneraal Louis Nicolas Davout te embarkeren, dat in de omstreken van die stad gelegerd was. Ver Huell bereikte veilig de haven van Ostende, hoewel hij herhaaldelijk door een Engels eskader onder vuur genomen werd. Hij keerde vervolgens over land naar Vlissingen terug om het overige gedeelte van het smaldeel naar Ostende te transporteren.

Kort hierop bleek dat het legerkorps van Davout naar Duinkerken vertrokken was en ontving Ver Huell de last om zich ook naar deze stad te begeven. Hij verliet Oostende in mei 1805 met een vloot onder zijn commando, die bestond uit 19 kanonneerboten, 47 kanonneersloepen en 2 Franse pramen.  Kort hierop werd deze flotille aangevallen door de Engelse commodore Sidney Smith, die over een veel gGecht bij Griz nezrotere vloot beschikte.

Nu brandde een hevige strijd (bij Griz Nez) los maar ondanks de Engelse overmacht streed het eskader onder Ver Huell met grote dapperheid, onverschrokkenheid en eenheid van handelen. Op alle plaatsen waar de vijand aanviel werden de Engelse schepen hevig onder vuur genomen maar ondanks dat geraakte verschillende Nederlandse boten zwaar beschadigd. Drie kanonneersloepen waren gedwongen koers naar de kust te zetten. Tijdens die tocht werden ze gevolgd door Engelse schepen met de bedoeling de sloepen buit te maken.

Ver Huell zag dat deze sloepen niet langer in staat waren het vuur der Engelsen te beantwoorden en sprong in een kleine boot. Hij liet zich dwars door het hevige vuur van de vijand naar de kanonneersloepen roeien en schreeuwde de bemanning toe het geschut in werking te stellen. Kort hierop kwam versterking opzetten, waardoor het Hollands-Franse smaldeel behouden de haven van Duinkerken kon binnenlopen.

Strijd bij Gravelines

Napoleon schonk  Ver Huell, als dank voor zijn verrichtingen tijdens de slag bij Griz Nez het ridderschap van het Legioen van Eer en het Hollandse bestuur benoemde hem tot Minister van Marine. Ver Huell wilde echter, zolang Napoleon bij diens plan bleef  een landing in Engeland te beproeven, en deze hem met het bevelhebberschapAmbleteuse11 en het maken der toebereidselen bleef belasten, zijn huidige post niet verlaten. Dit blijk van loyaliteit versterkte het voornemen van Napoleon Ver Huel aan te stellen als opperbevelhebber van de expeditie tegen Engeland.

Ver Huell gaf in alle zeegevechten blijk van zijn ervarenheid in het strijden met oorlogssloepen en verrichtte zaken die tot dan onmogelijk werden gehouden. Mede hierdoor werd hij benoemd tot aanvoerder van de rechtervleugel der vloot die tegen Engeland zou gaan ageren. Hij ontving nu de last om zijn eskader van Duinkerken naar Ambletense, een haven niet ver van Boulogne,  te varen. Aldaar stond een legerkorps paraat om te embarkeren. Ver Huell ging op 27 juli 1805 met 4 Franse pramen en  32 Bataafse kanonneerboten onder zeil.

Het Engelse eskader, bestaande uit 15 oorlogsschepen, waaronder 3 fregatten, 3 grote korvetten en 6 brikken,  dat in de nabijheid kruiste, zag de bewegingen van het smaldeel van Ver Huell maar viel pas de volgende dag aan. Ter hoogte van Gravelines (Grevelingen), aan het midden van de linie, brandde een verschrikkelijke strijd los. Na een langdurig gevecht werden de Engelsen op alle fronten teruggeslagen en om elf uur ´s avonds gedwongen het ruime sop te kiezen. Door dit gevecht moest Ver Huell met zijn eskader in de haven van Calais ankeren.  

Slag bij de kapen Blanez en Griz Nez

Ver Huell diende nu van Calais naar Ambleteuse te vertrekken. Hij had Calais om twee redenen gekozen: als plaats om al zijn schepen weer te verenigen en om opnieuw de aandacht der Engelsen op zich te vestigen, zodat de vaartuigen, die te Duinkerken waren achtergebleven, in de gelegenheid te stellen zich zonder gevaar bij de rest van de vloot te voegen. Al snel werd hij door 19 Engelse schepen aangevallen, die echter snel moesten retireren.Blanez en Grinez twieling

Het eigenlijke doel, transport van het eskader naar Ambleteuse, was nog niet bereikt. Die reis was zeer gevaarlijk geworden omdat het Engelse smaldeel nog steeds versterking ontving terwijl de loodsen aanvankelijk weigerden om de vaartuigen van Ver Huell te begeleiden. Op dat moment kwam maarschalk Davoust te Calais aan en bood aan de uitzeilende vloot te vergezellen. Op 18 juli 's middags om drie uur ging het smaldeel (21 kanonneerboten en 3 pramen) van Calais eindelijk onder zeil. Ver Huell was gedwongen 3 kanonneerboten en een praam, die te veel beschadigd waren, achter te laten.

De Engelse vloot, bestaande uit 45 oorlogsschepen met 900 stukken geschut, die al op de uitkijk lag, was veel sterker dan het eskader van Ver Huell, die slechts 200 stukken en een veel kleiner aantal boten ter beschikking had.  Op het moment dat hij kaap Blanez om wilde zeilen, tussen de kapen Blanez en Griz Nez en tegenover de toren van Vuissant, op het punt waar de diepte van de kust het onmogelijk maakte voor de landbatterijen de schepen te ondersteunen, vielen de Engelse schepen aan en openden een moorddadig vuur.  

De tocht om kaap Griz Nez

Al snel drongen diverse Engelse schepen zich dicht op de Bataafse flottielje maar konden afgeweerd worden. Zij vermochten echter niet verhinderen dat het eskader koers bleef zetten naar kaap Griz Nez. Teinde de uiterste hoek van deze kaap, een verheven voorgebergte,8540331126 430eb1c56c b  te naderen was het noodzakelijk voor de boten, die onder Ver Huell's leiding voeren,  meer het ruime sop te kiezen, waardoor men blootgesteld werd aan het vuur der Engelsen, die nu op geringere afstand hun geschut konden richten. Daarnaast diende de kaap omzeild te worden, een manoeuvre die ieder schip der flotille binnen het bereik bracht van het vuur der gehele vijandelijke macht.

Over deze moedige actie van het eskader onder Ver Huell schreef men indertijd: "Op die dag had de Bataafse ijzeren volharding en het Bataafse geduld een verbond gesloten met de Franse moed en de Franse onstuimigheid, een samenvoeging van onwaardeerbare eigenschappen in dat gevaarvolle uur, waarin roekeloze moed even noodlottig kon worden als te snel handelen."

Ondanks het hevige vuur bereikte het smaldeel van Ver Huell in goede orde Griz Nez. De Engelsen echter, verbitterd dat zij hun prooi zagen ontsnappen, verenigden hun macht en richtte deze op een punt waar ieder vaartuig langs zou moeten varen. Het gehele Engelse eskader nam, op een geweerschot afstand van de kaap, een stelling in. Een gedeelte trachtte de voorhoede te omsingelen, terwijl een ander deel de flotille van opzij beschoot of de weg trachtte af te snijden.

Afloop van de strijd - Vive la France!

 Ondanks het vuur van de vijand zeilde de eerste kanonneerboot, waarop Ver Huell zich bevond, zonder problemen de kaap om. Hij had zorggedragen dat zijn in slagorde geschaarde smaldeel zeer dicht aaneengesloten was, zAdmiral Vergeullodat dit niet afgesneden kon worden. Aldus mislukte de opzet van de Engelsen en bereikte het eskader onder Ver Huell veilig de kust, om uiteindelijk te ankeren tussen Andreselles en Amblateuse. Na nog een laatste aanval op de kanonneersloepen wisten de kustbatterijen de vijand te verjagen en te dwingen het ruime sop te kiezen.

Door bovenstaande afleidingsmanoeuvre, de tocht om kaap Griz Nez, kon ook een andere vloot,  van 84 vaartuigen, de tocht uit de haven van Duinkerken naar Amblateuse ongeschonden maken. Ver Huell werd nu met eerbewijzen overladen. Davoust diende bij Napoleon een rapport in, waarin hij Ver Huell de grootste lof toezwaaide en Napoleon zelf schreef: "Admiraal Ver Huell heeft bij het doen van deze tocht evenveel stoutmoedigheid als beleid aan de dag gelegd".

En dit compliment was zeer terecht want Ver Huell had slechts over 200 kanonnen kunnen beschikken waar de Engelsen er 900 bezaten. Het flotille van de vijand kreeg 9 beschadigde schepen en er waren 260 gewonden, Op het eskader van Ver Huell vielen slechts 10 doden en 60 gewonden. In het daarop volgend jaar werd het eskader in de wapens van het Kanaal ontwapend en nam Ver Huell zijn functie als Minister van Marine in Holland op.

Decoraties en eerbewijzen

In 1806 benoemde Koning Lodewijk Napoleon Ver Huell tot maarschalk, Grootkruis der Ridder van de Unie en kort daarop tot gezant in Parijs. In de eerste helft van 1806 leidde Ver Huell de onderhandelingen die van Nederland een Koninkrijk zouden maken met als vorst LodeCarel Hendrik Ver Huell jonge manwijk Bonaparte. In december 1806 werd hij bevorderd tot admiraal en ontving hij tevens de eretitel Maarschalk van Holland. Er ontstonden echter fricties tussen de Koning en Ver Huell omdat de Koning spilziek was en er bovendien naar streefde om het Koninkrijk onafhankelijker van het Franse Keizerrijk te maken.

Om van Ver Huell af te komen benoemde de Koning hem tot ambassadeur van het Russische Hof, maar Keizer Napoleon, die van deze onvrijwillige benoeming hoorde, stelde Ver Huell in plaats daarvan als ambassadeur in Parijs aan. In 1809, tijdens de landing der Engelsen op Walcheren, kreeg Ver Huell de last alle benodigde voorzorgsmaatregelen te nemen. Hij beschermde nu de kust zo goed en krachtdadig mogelijk met een vloot, terwijl hij zelf zich aan boord van de "Koninklijke Hollander" bevond. Ter beloning van al zijn goede diensten werd hij door Koning Lodewijk benoemd tot Graaf van Zevenaer.

In de winter van 1809-1810 werd Ver Huell door Keizer Napoleon nauw betrokken bij de onderwerping en gedwongen gebiedsafstand van het Koninkrijk aan Frankrijk en aangesteld als president van de toen ingestelde junta. Keizer Napoleon benoemde hem tot schout-bij-nacht in Franse dienst en vanaf dat moment kon men Ver Huell als Frans onderdaan beschouwen. Hij kreeg al snel, in 1811,  het bevel over de zeemacht, die in de Noordzee, van Ems tot Dantzig,  verenigd was en zorgde er in deze positie voor dat in de handeldrijvende steden, zoals Hamburg en Lubeck, etablissementen tot het bouwen van schepen werden aangelegd.

Decline and fall of the Napoleontic Empire

Eind 1810 werd Ver Huell in de rang van vice-admiraal opgenomen in de Franse Marine en een jaar later als Graaf van het Keizerrijk in de Franse adel benoemd.  Napoleon benoemde Verhuell in 1812 tot Grootofficier van het Rijk, Inspecteur-Generaal van de kusten der Noordzee en spoedig daarop tot opperbevelhebber van de zeemacht bij Den Helder, Texel en de Zuiderzee.

In deze jaren bleef Ver Huell Napoleon onvoorwaardelijk trouw, ondanks de opstand tegen de Fransen en de machtsoverdracht aan de Prins van Oranje. Zelfs herhaaldelijke oproepen van Nederlandse en Franse autoriteiten konden hem er aan het einde van 1813 en de eerste maanden van 1814 niet toe brengen de hem toevertrouwde oorlogsschepen over te geven. Ver Huell capituleerde uiteindelijk pas op 4 mei 1814, bijna een maand voor de troonsafstand van Keizer Napoleon.  

In Fort La Salle

In 1813 bezetten de verbonden mogendheden Holland, waar een algemene opstand tegen de Fransen uitgebroken was. Die bracht Ver Huell in een lastige positie: hij diende zijn plichten te vervullen jegens zijn aangenomen vaderland maar ook het land waar hij geboren was bleef hem altijd lief en dierbaar.  Met het beleid dat de man kenschetste wist hij echter ook deze klippen te omzeilen. Ver Huell liet de vloot, die onder zijn bevelen was geplaatst, in het Nieuwe Diep binnenlopen en sloot zichzelf, met een deel van het garnizoen van Den Helder en de equipages van de oorlogsschepen, op in het Fort Napoleon fort la salleLa Salle.

Tijdens zijn verblijf in deze sterkte was Ver Huell van alle contact met Frankrijk verstoken. Hij besloot zijn aides-de-camps, luitenant J.C. Rijk,  naar Parijs te sturen om het Franse gouvernement op de hoogte te stellen van de stand van zaken en de omstandigheden waarin men zich bevond. Hij vroeg tevens inlichtingen over Napoleon, die door de Geallieerden steeds verder in het nauw werd gedreven en om fondsen voor het garnizoen van de sterkte, die hij bezet hield.

Luitenant Rijk keerde na twee weken per vissersschuit naar Fort La Salle terug met het door Ver Huell verlangde. Intussen was het behoud van  het Texelse eskader te danken aan de moed en het beleid van Ver Huell. In deze tijd sprak hij de woorden: "Ik zal alles voor mijn vaderland behouden maar zij moeten mij met rust laten. Liever zou ik mij onder de puinhopen van het fort begraven dan mij overgeven."  Vanuit Fort La Salle zorgde Ver Huell dat Den Helder van voedsel werd voorzien en verdedigde hij de omgeving. Toen hij van zijn militaire eed ontslagen was en aan het hoofd van de bezettingsmacht Fort La Salle verliet begroette de bevolking hem met gejuich: "Leve admiraal Ver Huell"!

Latere loopbaan en dood

Omdat Ver Huell begreep dat er in het Koninkrijk der Nederlanden geen plaats meer voor hem zou zijn reisde hij direct na de capitulatie n752028Verhuell02aar Frankrijk. In de herstelde Bourbon-monarchie werd hij benoemd tot Inspecteur-Generaal der Marine en liet hij zich in januari 1815 definitief tot Fransman naturaliseren. In de periode van Napoleons Honderd Dagen begroette hij zijn Keizer wel maar stelde zich niet opnieuw onder diens bevelen.

In 1816 werd het Inspecteurschap opgeheven en Ver Huell 800px Arc de Triomphe mg 6824in de rang van vice-admiraal gepensioneerd. Koning Lodewijk XVIII benoemde hem als dank voor het behoud van het kostbaar eskader tot pair van Frankrijk (1819). In deze functie ging hij deel uitmaken van de Franse Senaat. Ver Huell hield zich in deze positie vooral bezig met Marine-aangelegenheden en  de  positie van de Protestantse Kerk in Frankrijk.

Ver Huell, die altijd zijn liefde voor Nederland bleef behouden,  stierf op 25 oktober 1845 en werd op zijn verzoek zonder burgerlijke of militaire eer op Père Lachaise, in het Quartier des maréchaux du premier empire, divisie 28,  begraven. Slechts enige vrienden en leden van de Hervormde Eredienst waren door de familie uitgenodigd. Bij het graf werden door Protestantse predikanten toespraken gehouden, waarin zij de lange en roemrijke loopbaan van de overledene hulde toebrachten. Op de gedenksteen stond het opschrift: "Concession à perpétuité de la famille de Mr. l'Amiral comte Ver Huell Pair de France".

Als één van de militairen die tijdens de Revolutie en het Keizerrijk voor Frankrijk streden, staat de naam van Ver Huell vermeld op de Arc de Triomphe de l’Étoile.

Decoraties

  • Ridder Militaire Willemsorde derde klasse
  • Medaille van de Doggersbank
  • Grootofficier van het Legioen van Eer
  • Ridder der Orde van Militaire Verdiensten van Frankrijk
  • Grootkruis der Ridder van de Unie

 

 

f t