Perks in het midden


Vroege loopbaan

Jan Paul Hendrik Perks (Utrecht,  24 december 1900 - Overveen,  2 december 1948) voltooide de HBS en vervolgde toen, in augustus 1919, zijn opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. Drie jaar later (24 augustus 1922) werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee derde klasse en bestemd voor de dienst in Nederlands-Indië; hierheen reisde hij op 9 december 1922 per stoomschip Vondel naar toe. Twee vanIn een wagen zijn medepassagiers op dit schip waren luitenant-ter-zee tweede klasse A.S. Pinke en diens echtgenote.

Met ingang van 24 augustus 1924 werd Perks bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse en keerde begin 1926 naar Nederland terug, waar hij werd geplaatst op Hr. Ms. artillerie-instructieschip Gelderland, gelegen te Nieuwediep. Ruim een jaar later, op 1 november 1927, werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Wachtschip te Willemsoord en met ingang van 28 januari 1929 geplaatst op Hr. Ms. opnemingsvaartuig Willebrord Snellius. Met deze boot vertrok hij op 9 maart van dat jaar in de functie van oudste officier naar Nederlands-Indië.

De Snellius was bestemd voor de Indische Hydrografische Dienst en bij het vertrek uitgerust voor een oceanografisch, geologisch en biologisch onderzoek in het oostelijke gedeelte van de archipel, met name het gedeelte rond Celebes (de zogenaamde "Snellius-expeditie"). Aan boord waren een bioloog, dr. H. Boschma, een chemicus, dr. H.C. Hamaker, een fysicus, dr. H.J. Hardon,  en een geoloog, dr. Ph. Kuenen. De bemanning zou ook een groot aandeel in de onderzoekingen hebben; zo verbeterde Perks de dieptebepalingen en bracht deze in kaart op minuutbladen, waarna de dieptelijnen werden getrokken.

Werkzaamheden in de jaren dertig

Perks werd in december 1930 in de Indische wateren overgeplaatst van de Snellius op Hr. Ms. Piet Hein; in juni 1931 wisselde hij weer van boot en kwam nu aan boord van Hr. Ms. Kortenaer. Hij kreeg in maart 1932 vergunning om naar Nederland terug te keren, waar hij met ingang van 30 juli geplaatst werd aan boord van Hr. Ms. Gelderland en bevorderd tot luitenant-tMarinelogeer-zee eerste klasse (24 augustus 1932).

In deze rang werd hij ingedeeld te Willemsoord. Als vertegenwoordiger van de Algemene Vereniging van Marine-officieren (mede opgericht door een artikel dat vice-admiraal Binkes schreef over de ondergang van Zr. Ms. Adder) nam Perks in mei 1933 deel aan De Algemene Vergadering van de Algemene Vereniging van Nederlandse Reserve Officieren, gehouden in Hotel de l'Europe. Enige jaren hierna keerde Perks met Hr. Ms. Java vanuit Nieuwediep terug naar de Indische wateren, waar hij vervolgens op Hr. Ms. De Ruyter voer.

In het Marineblad van juni 1938 schreef Perks een artikel over de moderne luchtdoelartillerie; hij betoogde dat het nu (1938) mogelijk was effectief vuur af te geven tot op een afstand van 7.000 meter en met de 8-loops machinekanonnen een vuursnelheid te behalen van 1.000 schoten per minuut. Hr. Ms. De Ruyter, waar hij op geplaatst was, had 10 machinekanonnen van 40 mm aan boord.

Periode van de Tweede Wereldoorlog

Perks werd overgeplaatst naar de Marinekazerne te Oedjong en in juli 1940 naar die van Goebeng. Hij woonde indertijd met zijn echtgenote, Antoinetta Frederika Perks-Gooszen, een zoon en een pas geboren dochter in Soerabaja (december 1941). TijdJapanese Peace Emissaries Arrive at Rangoon Burma 1945 SE4594ens de bezetting van Nederlands-Indië door Japan verbleef het jonge gezin nog steeds in de Oost maar Perks was in diverse functies actief voor de Geallieerde troepen (South East Asia Command).

Na de oorlog werd Perks bevorderd tot kapitein-ter-zee en toegevoegd aan de Nederlandse delegatie van het SEAC. In de periode na de capitulatie was er veel overleg tussen het Engelse en het Nederlands-Indische militaire gezag over de benadering ten aanzien van de nationalisten in de dan pas bevrijde kolonie.

Maar de visies van Lord Moutbatten en gouverneur-generaal Van Mook verschilden aanzienlijk. Mountbatten deed zelfs de suggestie aan Van Mook in overleg te treden met Soekarno en andere Indonesische leiders. Er waren dus twee keuzes: onderhandelen of eerst kracht en dan pas ontspanning tonen. Als Nederlandse vertegenwoordiger tijdens de onderhandelingen geloofde Perks (in zijn visie gesteund door driehonderd jaar ervaring hierin) dat de laatste optie de beste was.

Latere loopbaan

Perks was nog  bij het SEAC actief in de jaren 1945 en 1946 en kreeg, in oktober 1948, door de Engelse Ambassadeur Sir Philip Nichols, in de balzaal van de Engelse ambassade in Den Haag, voor zijn  verdiensten voor het SEAC, de versierselen der Honorary Commander of the Order of the British Empire uitgereikt. Met ingang van 1 maart 1948 (tot 1 november 1948) werd hij belast met het bevel over Hr. Ms. flottieljeleider Heemskerck.

Perks stelde in 1945, samen met kolonel D.C. Buurman van Vreeden en hoofdofficier-vlieger K.J.A. Meester, een document, getiteld "Nota over de reorganisatie van de leiding van de Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden" samen. Hij overleed begin december 1948 op 47-jarige leeftijd in het Marine Hospitaal te Overveen en werd met militaire eer begraven op de Algemene Begraafplaats te Westerveld. 

Decoraties

  • Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
  • Honorary Commander of the Order of the British Empire (Military Division)

Zie ook


 

 [ Terug ]

 

f t