Willemdusseldorp2


Vroege loopbaan

Willem Dusseldorp (Samarang, 1909 - Eelde, 11 mei 1938), bij zijn overlijden in 1938 officier-vlieger bij de Koninklijke Nederlandse Marine,  was de zoon van Jan Karel Marie Heeraar Dusseldorp en Cornelia Leonarda van Derpen.

Hij behaalde in mei 1927 Willemdusseldorpzijn HBS-examen aan de Koning Willem III school, waarna hij in juni met het stoomschip "Kawi" van Batavia naar Rotterdam reisde. 

In Amsterdam volgde Dusseldorp de Middelbare Technische School, afdeling werktuigbouwkunde, waar hij in 1929 voor slaagde. Hij trad vervolgens als aspirant-officier-vlieger in dienst van de Marine en werd met ingang van 15 december 1930 bij Koninklijk Besluit benoemd tot officier-vlieger der derde klasse.   

Dusseldorp diende nu onder meer  op Vliegkamp De Mok (vanaf 1 maart 1932) en men stelde hem met ingang van 5 november 1932 op nonactiviteit om te worden overgeplaatst naar marinevliegkamp Morokrembangang. Zijn bevordering tot officier-vlieger der tweede klasse vond bij Koninklijk Besluit van 9 november 1932 nummer 46 plaats.

Werkzaamheden in de Oost en ontdekkingsvluchten boven Nieuw-Guinea

Dusseldorp vertrok op 30 november 1932 per dubbelschroef mailmotorschip Sibajak van Rotterdam naar Sibajak, waar hij aan het werk toog op Morokrembangawillempiedusselg.

Daarnaast was hij als schermer, onder meer tijdens de sabelwedstrijden te Soerabaja eind 1934, waar hij als eerste in de B-klasse eindigde, actief en behoorde voetballen tot zijn vrijetijdsbesteding (hij was secretaris van de voetbalvereniging van de Militaire Luchtvaartdienst).

Dusseldorp vloog gedurende ongeveer vijf jaar voor de Marineluchtvaartdienst in Nederlands-Indië en deed onder meer een groot aantal vluchten boven Nieuw-Guinea, een land dat bekend stond om het zeer moeilijke vliegterrein,

Tijdens een  vlucht in februari 1937, boven het stroomgebied van de Boven-Lorentzrivier, ontdekte hij ten zuiden van de Wilhelminatop (54 min. OL en 4 graden 40 min. ZB) een tot dan onbekend groot meer, dat nadien te zijner ere het Dusseldorpmeer werd genoemd. 

Dit was echter niet de eerste of laatste ontdekking die hij deed. Dusseldorp was namelijk ook de eerste die de Beckingrivier ontdekte, waarvan hij met zijn vliegtuig de loop volgde, en van een aantal andere meren en rivieren.

In een postuum gepubliceerd artikel, genaamd  "Land- of watervliegtuigen in Nederlands-Nieuw-Guinea",  beschreef Dusseldorp hoe de luchtvaart Nieuw-Guinea had ontsloten en besprak hij de mogelijkheden voor een gouvernementsvliegdienst in het Oosten van de Indische archipel. 

Werkzaamheden in Nederland

Dusseldorp kreeg in juli 1937 toestemming om per motorschip Christiaan Huygens naar Nederland terug te keren en werd met ingang van 1 december 1937 bij het Departement van Defensie ingedeeld. 

Hij reisde in deze tijd drie maal per week van De Kooy naar Eelde, zo ook op de tiende mei 1938, toen hij zoals altijd van plan was de oefeningen ten behoeve van zijn vliegvaardigheid te verrichten.

Vliegtuigongeluk

Dusseldorp was de elfde mei,  samen met korporaal-waarnemer Hoekstra, met een Marinevliegtuig (Koolhoven toestel F.K. 51, merk E1) als reserve aanwezig bij de vliegoefeningen ten behoeveCH06 1 van de luchtverdedigingsdag op vliegveld Eelde. Vele tientallen militaire vliegtuigen namen op deze dag deel aan de exercities.

Om vier uur 's middags stegen Dusseldorp en Hoekstra op om naar Den Helder terug te keren. Alvorens de reis aan te vangen vloog het toestel naar de noordelijke zoom van vliegveld Eelde, waar Dusseldorp een "Immelmann" manoeuvre voltooide en aanstalten maakte deze verrichting boven het terras, gelegen aan de westelijke kant van de luchthaven, te herhalen.

Toen het vliegtuigje op drie- tot vierhonderd meter van het terras genaderd was kwamen Dusseldorp en Hoekstra in de prDusselaardielaaoblemen. Doordat men de genoemde oefening op een te geringe hoogte (minder dan vijftig meter) begon kreeg Dusseldorp het toestel niet meer de lucht in en boorde het zich met de neus in de grond, waar het in brand vloog. Honderden toeschouwers waren getuige van de ramp. 

Als gevolg van de hitte van het vuur viel aan blussen niet te denken en pas na een uur konden hulpverleners het toestel, dat inmiddels verworden was tot een gesmolten geraamte, naderen. Tussen deze resten trof men de verkoolde lijken van Dusseldorp en Hoekstra aan. 

De berging van de slachtoffers geschiedde onder leiding van de chef van de vlieg-medische dienst van Soesterberg, dr. Brouwer. Intussen had de havenmeester de commandant van vliegveld De Kooy, kolonel K. van Aller, gewaarschuwd, die vergezeld van Commissaris van de Koningin J. Linthorst Homan, naar vliegveld Eelde kwam. Ook commandant van het veldleger luitenant-generaal J.J.G. baron van Voorst tot Voorst kwam kort daarop ter plaatse aan. 

Begrafenis met militaire eer

Na het ongeluk werden de stoffelijke resten van Dusseldorp en Hoekstra overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen en ter beschikking van hun families gesteld.  

Dusseldorp wBegrafenis Dusseldorperd met militaire eer begraven op het Rooms-Katholieke Kerkhof Buitenveldert, gelegen aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. In de Rooms-Katholieke kerk van O.L. Vrouw van de Heilige Rozenkrans in Amsterdam droeg pastoor W.Hoosemans een plechtige requiemmis op. 

De lijkauto werd vervolgens begeleid door tamboers en begrafenissendusseldorppijpers stafmuziek van de Koninklijke Marine en het vuurpeloton onder leiding van luitenant-ter-zee tweede klasse D.T. baron Mackay.

Achter de lijk- en bloemenauto volgden de militaire dragers, de commandant van de troep, luitenant-ter-zee tweede klasse M. Schoo, een deputatie van officieren, onderofficieren en manschappen van de verschillende schepen en inrichtingen en een volgtroep ter grootte van een compagnie, met hierachter de volgauto van de familie.

Bij de uiteindelijke begrafenis op het kerkhof in Buitenveldert waren vice-admiraal A. Vos, vertegenwoordiger van de Minister van Defensie, kapitein-ter-zee H. Jolles, vertegenwoordiger van de commandant der Marine te Willemsoord, luitenant-ter-zee eerste klasse A. Kroese, vertegenwoordiger van de chef van de Marinestaf, Commissaris van de Koningin Linthorst Homan en vele anderen aanwezig.

f t