Joost ruitenschild


Vroege jaren

Joost Ruitenschild (Bussum, 4 november 1902 - Brugge, 13 oktober 1944) was een Nederlands luitenant-ter-zee eerste klasse en onder meer actief tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ruitenschild werd bij Koninklijk Besluit van 16 augustus 1924 benoemd tot luitenant-ter-zee derde klasse bij de eerste afdeling voor de zeedienst bij het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord. 

Hij vertrok als passagier in september 1924 met het stoomschip Grotius naar Batavia waar hij eerst op Hr. Ms. Pelikaan werd geplaatst en vervolgens overgeplaatst op Hr. Ms. pantserschip De Zeven Provinciën.[2] Achtereenvolgens werd hij hierna geplaatst op de mijnenlegger Hr. Ms. Krakatau en Hr. Ms. Tydeman en bij Koninklijk Besluit met ingang van 19 augustus 1926 bevorderd tot luitenant-ter-zee tweede klasse. In september 1928 werd Ruitenschild van Hr. Ms. Tydeman overgeplaatst naar de marinekazerne te Oedjong.  In november van dat jaar repatrieerde hij uit Oost-Indië.

Afdeling hydrografie

Ruitenschild reisde per stoomschip Prins der Nederlanden als passagier naar Nederland waar hij bij beschikking van de Minister van Defensie op 14 maart 1929 werd geplaatst bij het Ministerie van Defensie. In mei van dat jaar werden onder zijn commando de opnemingsvaartuigen Zeemeeuw en Eilerts de Haan respectievelijk te HellevoetsHNLMS Johan Maurits van Nassauluis en te Nieuwe Diep in dienst gesteld. Hij verkreeg het bevel over Hr. Ms. opnemingsvaartuig Eilerts de Haan en deed met dit schip hydrografische opnemingen in de Noordzee in mei 1929. 

In november 1929 werd Ruitenschild overgeplaatst van de afdeling hydrografie bij het Ministerie van Defensie naar Hr. Ms. wachtschip te Willemsoord. Met ingang van 1 maart 1930 werd Ruitenschild weer geplaatst bij het Ministerie van Defensie, afdeling Hydrografie, en verkreeg hij opnieuw het commando over de Eilerts de Haan. Het jaar daarop werd hij bestemd voor de dienst in Nederlands-Indië, waarheen hij op 23 september per P.C. Hooft vertrok.

Het jaar daarop werd hij ingedeeld bij de etat major van het flottieljevaartuig Johan Maurits van Nassau, dat in aanbouw was bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde en bestemd was voor Curaçao; deze bodem werd de 6de april 1933 te Vlissingen in dienst gesteld. Op de 29ste juni vertrok het schip van Nieuwediep naar West-Indië ter vervanging van de torpedobootjager Hr. Ms. Van Nes. Bij Koninklijk Besluit werd Ruitenschild per 1 februari 1935 bevorderd tot luitenant-ter-zee eerste klasse. Hij vervaardigde aan boord van eerder genoemd schip datzelfde jaar een zeekaart van Aruba; deze kaart werd beschreven als één van de beste van het eiland. 

Tweede Wereldoorlog

Ruitenschild werd in mei 1936 ontheven van zijn plaatsing, kreeg in juni 1936 in Nederland het commando opgedragen over Hr. Ms. Hydra en voerde Graf Ruitenschildvervolgens in de Indische wateren het commando over Hr. Ms. Medusa (tot augustus 1938).

Hij keerde hierna terug naar het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord en kreeg het commando over Hr. Ms. Douwe Aukes van 24 augustus 1939 tot 5 juni 1940 en van 2 juli 1940 tot 24 april 1941 opgedragen. Ruitenschild nam vervolgens deel aan Operatie Overlord en overleed kort daarna in België.


Bronvermelding / zie ook


[ Terug ]

f t